Bakker: Leningen CBCS niet ‘common practice

centrale bankWILLEMSTAD — Het beleid van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) om leningen te verstrekken aan overheids-nv’s zoals Aqualectra en de haven van St. Maarten en in het laatste geval zelfs garant staan voor terugbetaling, is geen ‘common practice’ in de rest van de wereld als het op monetair beleid aankomt.

Dat zei Age Bakker, professor aan de Vrije Universiteit van Amsterdam en voorzitter van College financieel toezicht (Cft) op vragen van de Amigoe.
Wel zei Bakker dat hij heeft begrepen dat het beleid dat door CBCS hieromtrent is gevoerd is toegestaan.
In Europa is het in ieder geval niet toegestaan, zei hij.

CBCS-directeur Emsley Tromp weerspreekt in een reactie vandaag de uitlatingen van Bakker. Tromp wijst op de landsverordening van 1985 houdende een nieuw statuut van de toenmalige Bank van de Nederlandse Antillen (BNA).
In artikel 13 staat dat de bank onder andere bevoegd is om obligaties uit te geven door in de Nederlandse Antillen gevestigde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen.
Ook in het nieuwe bankstatuut is opgenomen dat de CBCS bevoegd is om obligaties uit te geven door in één van de landen gevestigde publiekrechtelijke en privaatrechtelijke rechtspersonen, gedekt door toereikend onderpand.
In de memorie van toelichting op de wet staat echter dat dit artikel betrekking heeft op de situaties waarin de bank als ‘lender of last resort’ optreedt.
De bank kan zich bijvoorbeeld genoodzaakt zien een garantie af te geven ten behoeve van kleine spaarders, bij een in moeilijkheden verkerende kredietinstelling.

Critici van het beleid van Tromp stellen dat noch in het geval van Aqualectra, dat in feite failliet is, noch in de lening en garantie voor ‘repurchase’ voor de haven van St. Maarten er sprake is van het handelen als de ‘lender of last resort’.
Ze vragen zich ook af waarom de CBCS bijvoorbeeld niet een lening ten gunste van FKP heeft uitgegeven om de huizenbouw te bevorderen.
De CBCS-directeur stelt echter dat ‘repurchase agreements’ al 21 jaar lang beleid van de Centrale Bank is en dat er verschillende voorbeelden zijn voor dergelijke garantiestellingen.
Verder stelt hij dat Bakker gelijk heeft wanneer hij zegt dat het beleid niet usance is in Nederland.
Maar, aldus Tromp, Nederland is niet de rest van de wereld.
In de Verenigde Staten en de regio is het wel ‘common practice’, aldus Tromp.

Hij wijst onder andere naar de Federal Reserve (Fed, stelsel van Amerikaanse Centrale Banken) die vorig jaar, als onderdeel van het monetair beleid, 40 miljard dollar aan ‘mortgage backed securities’ heeft opgekocht om de kwakkelende Amerikaanse economie een impuls te geven.
Het staat echter nergens in de bankstatuten dat het bevorderen van economische ontwikkeling een van de taken van de CBCS is.
Maar volgens Tromp is er weldegelijk een rol weggelegd voor de Centrale Bank om de kapitaalmarkt te bevorderen.
Dit neemt ook de onzekerheid en angst om lokaal te investeren weg en dat is goed voor de economie.

Als voorbeeld geeft hij dat pensioenfondsen en verzekeringsmaatschappijen op Curaçao het liefst in ‘onzekere’ Amerikaanse financiële producten beleggen waar ze ook verlies op hebben geleden met de internationale financiële crisis.
Op lokale beleggingen hebben deze institutionele beleggers geen dubbeltje verloren.
Waarom niet het vertrouwen creëren opdat ze hun vermogen dat uit premieafdrachten van de gehele gemeenschap bestaat lokaal beleggen, aldus Tromp.

Hoop
Bakker, die ook dertig jaar lang directeur bij De Nederlandsche Bank was waarvan de laatste vijf jaar tevens directeur bij het Internationaal Monetair Fonds (IMF), hield gisteren een lezing bij de UNA over financieel toezicht op Curaçao in vergelijking met het toezicht in Europa.
Bakker zei verder in zijn lezing dat Curaçao voor dezelfde fiscale problemen staat als de rest van de wereld.
Door de financiële crisis hebben de economische groei en een werkgelegenheid een flinke deuk opgelopen waardoor de openbare financiën onder druk zijn komen te staan.
Daarnaast heeft Curaçao net als de rest van de wereld te maken met vergrijzing en steeds oplopende kosten in de gezondheidszorg.
Ook een negatief saldo op de betalingsbalans is een waarschuwingsteken.

“Dit signaal moet serieus worden genomen omdat de koppeling van Curaçao aan de Amerikaanse dollar een belangrijke aanwinst is om het vertrouwen van investeerders te behouden.”

Dus maatregelen nemen is volgens Bakker een ‘must’.
Bakker gelooft dat het transitiekabinet-Hodge de nodige maatregelen neemt en orde op zaken stelt en dat dat zal helpen om de fiscale stabiliteit weer te herstellen en economische groei te realiseren.

“Ik besef dat het moeilijke maatregelen zijn omdat ze de gehele gemeenschap raken.
Uitstel is echter geen optie.
Om een draagvlak te behouden voor de maatregelen moet de overheid erop toezien dat de brede schouders de zwaarste maatregelen dragen.”

Maar fiscale stabiliteit is ook mentaliteit.
In dit kader hoopt Bakker dat het parlement ‘best practice’ adopteert waarbij het bij nieuw beleid onveranderlijk is dat er altijd voorstellen worden gedaan hoe dit nieuwe beleid in de begroting wordt gedekt en gecompenseerd.
Curaçao heeft twee grote voordelen.
De financiële sector is gezond en de banken zijn liquide en Curaçao heeft, als gevolg van de schuldsanering in 2010, geen astronomische schuldenlast, aldus Bakker.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *