Balans solidariteit en duurzaam herstel

Denker

De Algemene Ouderdomsvoorziening (AOV) noch de basisverzekering ziektekosten (bvz) voldoen aan de voorwaarden voor duurzaamheid. In zowel de AOV als bvz wordt er een hoge mate van solidariteit gevraagd van jongeren. Omdat de huidige oplossingen vooralsnog niet duurzaam zijn, hebben jongeren echter geen enkele garantie op vergelijkbare voorzieningen in de toekomst.
De huidige maatregelen richten zich met name op de positie van ouderen en hun opgebouwde rechten.
Door Jan de Wit

Advertentie

De solidariteit van werkende jongeren komt tot uitdrukking in het steeds weer verhogen van de premiedruk. De AOV naar 16 procent, het basispensioen 6 procent, de bvz 12 procent.
De Algemene Verzekering Bijzondere Ziektekosten (AVBZ)-premieverhoging zal niet lang op zich laten wachten.
De verhoging van het werkgeversdeel van de premie levert extra druk op de brutosalarissen van jongeren en de koopkracht omdat een deel hiervan in de prijzen van producten en diensten wordt verdisconteerd.
Is deze eis tot solidariteit terecht en gewenst?
Nemen we de positie van een oudere, met een bedrijfspensioen, geboren in 1948 en een jongere, geboren in 1978, dan zien we de volgende, globale vergelijking.
De oudere is op zijn 55ste met de vervroegde uittreding (VUT) gegaan en krijgt 70 procent van het laatst genoten salaris.
In zijn werkzame periode is de premie verhoogd van 3 naar 10 procent.
De jongere krijgt vanaf zijn 65ste of 70ste een uitkering van circa 50 procent (middelloon) van het laatstgenoten salaris en betaalt gemiddeld zeker meer dan de huidige 10 procent premie.
De jongere krijgt dus 20 procent minder uitkering, betaalt ten minste 2,5 keer zoveel aan premie zonder enige garantie op een duurzame voorziening.
De enige echte oplossing voor een duurzaam systeem is groei in premie-inkomsten door groei in werkgelegenheid (meer premiebetalers) veroorzaakt door economische groei.
Alle maatregelen tot nu kennen een premieverhoging.
Door de toenemende premiedruk oriënteert de jonge, Curaçaose professional zich op internationaal concurrerende arbeidsmarkten.
In cijfers van het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) is deze trend in de leeftijdsgroep 20 tot 35 jaar, duidelijk waarneembaar.
Als we dit aanzetten tegen de ambitie om van de Curaçaose economie, een toekomstbestendige ‘Kenniseconomie’ te maken, dan zal iedereen begrijpen dat de leegloop van een relatief kleine groep goed opgeleide jongeren met hogere inkomens een dergelijke ambitie niet ondersteunt.
Economische groei door te investeren in groeimarkten en onderwijs, vergt een internationaal concurrerende arbeidsmarkt om goed opgeleide jongeren aan te trekken.
Vechten ouderen dan ten onrechte tegen de dreigende armoede? Ja en nee.
Ten eerste moeten we ophouden het begrip oudere te koppelen aan armoede.
Armoedebestrijding is een zorgplicht van onze overheid of het nu om ouderen of jongeren gaat.
In de bvz is, conform de wens van vertegenwoordigers van gepensioneerden, de premie aangepast van 12 procent naar 10 procent en een premieondergrens aangebracht van 1.000 gulden zodat ouderen die alleen afhankelijk zijn van de AOV, geen premie betalen.
Ten aanzien van de inkomens tussen 1.000 en 1.500 gulden per maand (oude PP-grens) zijn voorstellen gedaan om vanuit het ministerie van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn (SOAW), in combinatie met overige voorzieningen, ondersteuning te bieden die is afgestemd op de individuele situatie.
In de sanering AOV is een fiscale maatregel voorgesteld om gepensioneerden met relatief hoge inkomens, de AOVpremie te laten doorbetalen over het inkomen exclusief de AOV-uitkering. Hiermee kon de AOV-uitkering worden verhoogd naar 1.000 gulden per maand. In het advies Herstructurering Oudedagsvoorziening uit 2011 wordt naast de sanering AOV gesproken over flankerend beleid in de vorm van maatregelen ten aanzien van de huisvesting, kosten van levensonderhoud en zorg voor ouderen.

Hoe het in elkaar steekt
Omdat het complexe materie betreft, ga ik hier een poging doen mijn perceptie van de werkelijkheid op vereenvoudigde wijze weer te geven met behulp van een model van een waterreservoir (zie illustratie).
resevoirOf het nou om water of geld gaat, als er meer uit het reservoir vloeit dan er in gaat, zal het peil dalen met als eindresultaat een leeg reservoir.
Met de ‘kraan in’ worden de premie-inkomsten en de ‘kraan uit’ de uitkeringen, kosten geregeld.
De premie-inkomsten zijn afhankelijk van de hoogte van de premie en het aantal werkenden dat premie betaalt.
Voor pensioenen geldt dat de kosten afhankelijk zijn van de hoogte van uitkeringen en het aantal mensen dat een uitkering ontvangt.
Bij de bvz zijn de kosten afhankelijk van het aantal mensen dat hiervan gebruikmaakt, de gemiddelde zorgconsumptie en de medische tarieven waarvoor de zorg wordt ingekocht.
De kosten om het reservoir en de in- en uitstroom te besturen, zijn de beheerkosten en vormen een klein percentage van de totale kosten.
De beheerder van het reservoir tracht door middel van beleggingen het niveau in het reservoir positief te beïnvloeden.
Maatregelen als het verhogen van de pensioengerechtigde leeftijd zijn zeer effectief omdat mensen daarmee langer meebetalen aan de premie-inkomsten en pas later een uitkering ontvangen.
Ook is vastgesteld dat mensen die werken minder vaak ziek zijn dan niet-werkenden.

Vergrijzing
Naar verhouding zijn er steeds meer ouderen en steeds minder jongeren in de samenleving.
Lag de gemiddelde levensverwachting van mannen en vrouwen in 1950 rond 72 jaar, in 2011 was dat 77 en voor de huidige gepensioneerde van 60 jaar is dat 83.
In de jaren 50 werden er gemiddeld 5 kinderen per vrouw geboren.
Momenteel is het fertiliteitcijfer 1,9.
De AOV is een voorziening die geldt voor alle ingezetenen en wordt, afhankelijk van de periode die tussen de 15de en 60ste verjaardag is doorgebracht op Curaçao, pro rata uitgekeerd.
Het betreft een omslagsysteem, waarbij de premie door de nu werkenden betaald wordt voor de uitkeringen van gepensioneerden.
Dit in tegenstelling tot kapitaaldekking waarbij de premiebetaler spaart voor zijn eigen uitkering.

AOV
Toen de AOV in 1960 werd ingevoerd, was de pensioengerechtigde leeftijd 65 jaar terwijl de gemiddelde levensverwachting van mannen en vrouwen nog geen 75 jaar betrof.
De uitkeringen waren 55 gulden per maand voor alleenstaanden, 95 gulden voor een echtpaar en de premie bedroeg 3 procent.
De economie ging voorspoedig en er waren gemiddeld 7 werkende, dus premiebetalende, mensen op elke gepensioneerde.
Het niveau in het reservoir steeg. Het ging zelfs zo goed dat bestuurders dachten dat ze sinterklaas konden spelen zonder zich druk te maken om de toekomst.
De pensioengerechtigde leeftijd werd begin jaren 70 verlaagd naar 62 respectievelijk 60 jaar.
De jeugdwerkeloosheid was hoog en om de instroom van jonge mensen in het arbeidsproces te stimuleren, werd de vervroegde uittreding (VUT) ingevoerd.
Hiermee konden werkenden al op 55 jaar met pensioen.
Het resultaat was dat de meeste mensen die van de VUT-regeling gebruik maakten, op hun werkplek bleven zitten tegen een vergoeding van 170 procent (salaris plus pensioenuitkering van 70 procent over het laatst genoten salaris).
In één klap kwamen er dus pensioentrekkers bij zonder de beoogde premiebetalers (jongeren).
De ‘kraan uit’ werd in één keer flink open gezet.
Het effect van de vergrijzing is dat er momenteel nog maar vier werkende mensen de AOV-premie betalen voor elke gepensioneerde en, zonder maatregelen, er in 2030 nog twee werkenden AOV-premie betalen voor elke gepensioneerde.
Kunt u zich voorstellen dat iemand in de toekomst een AOV-premie betaalt van circa 40 procent over het salaris?
Actuariële berekeningen uit 2011 tonen aan dat, zonder maatregelen, het reservoir in 20 jaar tijd een tekort heeft van 7 miljard gulden.
Dat is meer dan ons bruto binnenlands product (BBP) ofwel, wat we met zijn allen omzetten per jaar. En dan hebben we het alleen over de AOV.
Maar gelukkig zijn er wel maatregelen genomen.
Na tientallen jaren waarin politici die het probleem voor zich uit schoven, zijn er eind 2012 een aantal dappere besluiten genomen.
Ten eerste is er aan de ‘kraan in’ gedraaid.
Dat wil zeggen, de premie is met 2 procent omhoog gegaan.
Daarnaast is ‘kraan uit’ een stukje dichtgedraaid door de pensioenleeftijd terug te brengen naar 65. Hierdoor krijgen mensen later de uitkering en blijven ze langer premie betalen.
De hoogte van de uitkering is niet aangepast.
De huidige AOV-uitkering ligt onder het bestaansminimum, dus dat zou de armoede doen toenemen.
Het verhogen van de pensioenleeftijd is niet alleen het meest effectief, het is ook een logisch gevolg van de vergrijzing.
Zoals aangegeven ging men er bij de opzet van de AOV vanuit dat mensen 45 jaar bijdroegen om gemiddeld 10 jaar een uitkering te ontvangen.
Door de vergrijzing is deze verhouding veranderd naar 45 jaar bijdragen om 23 jaar te ontvangen. De maatregelen zijn echter onvoldoende.

Verplicht Basispensioen
In de meeste landen bouwen werknemers een bedrijfspensioen op, vaak als onderdeel van het arbeidsvoorwaardenpakket.
Op Curaçao heeft 50 procent van de werkende bevolking (circa 30.000) geen bedrijfspensioen en is na pensionering afhankelijk van slechts de AOV.
Om aan deze misstand een einde te maken is er begin 2013, op initiatief van minister Hensley Koeiman (MAN) in 2012, een advies uitgebracht om een wettelijk, verplichte minimumregeling in te voeren.
Deze is gebaseerd op kapitaaldekking en een uitkering op het gemiddelde loon over de werkzame periode.
Een dergelijke regeling heeft zeker 20 tot 30 jaar nodig om voldoende kapitaal op te bouwen.
De gedachte hierbij is om de opbouw hiervan parallel te laten lopen met de afloop van de AOV. Zal de AOV dan helemaal verdwijnen?
Nee, want de AOV is ook bestemd voor niet werkenden.
Het Basispensioen is een minimumregeling.
De premie wordt over een periode van vier jaar opgebouwd naar 6 procent, 3 procent werkgever en 3 procent werknemer.
De meeste bedrijfspensioenen zijn veel rianter met een uitkering van 70 procent van het laatst genoten salaris terwijl de werkgever een goed deel van de premie betaalt.

Bvz
Naast de ‘kraan in’ voor de premie- inkomsten wordt er jaarlijks een bijdrage gestort uit de algemene middelen.
Omdat deze algemene middelen via het belastingstelsel worden geïnd, zijn het uiteindelijk weer dezelfde premiebetalers die deze kosten dragen.
Het principe van verzekeren is risico delen.
Daarbij liggen de gemiddelde kosten per verzekerde, de zogenoemde schadelast, bij ouderen veel hoger dan bij jongeren.
Ouderen doen daarmee een zwaarder beroep op de verzekering.
Hiermee is deze verzekering zeer gevoelig voor vergrijzing.
Het uitgangspunt bij de opzet van de bvz was het uniformeren van de oude regelingen als eerste stap op weg naar een Algemene Ziektekostenvoorziening (AZV).
Met het uniformeren moest het systeem ook een duurzaam karakter krijgen en alle verzekerden een gelijke behandeling geven.
De oude regelingen lieten een jaarlijks tekort zien waarvan de beheersbaarheid veel te wensen overliet.
In 2011 was het tekort ongeveer 80 miljoen gulden.
Volgens actuariële berekeningen zou dit tekort in 20 jaar oplopen naar 4 miljard gulden.
Met de ‘kraan in’ kan ook hier de premie worden verhoogd zodat de premie-inkomsten toenemen. Met de ‘kraan uit’ kunnen de kosten worden verlaagd door het pakket te versoberen en doelmatiger (medicijnen, ziekenhuis, specialisten) zorg in te kopen.
Het basispakket levert de medisch noodzakelijke zorg.
Met een aanvullende verzekering kan indien gewenst worden bijverzekerd. In november 2012 heeft het ministerie van Financiën, onder druk van het College financieel toezicht (Cft), het actuarieel vastgestelde dekkingsplan voor 20 jaar, veranderd in een begrotingsinstrument voor 2013, 2014 en 2015.
En passant zijn, tegen het beoogde doel van de uniformering in, de ambtenaren verbijzonderd. Omdat de gemiddelde schadelast van ambtenaren lager ligt dan de gemiddelde schadelast van de totale populatie verzekerden, heeft deze actie gevolgen voor de premie van de overige verzekerden. Een globale berekening leert dat de huidige premie van 12 procent ten minste 13 procent moet zijn om de gevolgen van deze verbijzondering te dragen.

Tot slot
Als we niet gezamenlijk werken aan een duurzaam systeem binnen een groeiende economie, dan zal de leegloop van jongeren zorgen voor een terugloop van premie-inkomsten en kunnen alle opgebouwde ‘rechten’ van ouderen niet worden waargemaakt.
Het verbijzonderen van ambtenaren staat haaks op de solidariteit die wordt geëist van jongeren.
En let wel, economische groei ontstaat vanuit ondernemerschap dat door de overheid wordt gestimuleerd en gefaciliteerd.
Om reden van voldoende draagvlak voor besluitvorming, is eind 2012 binnen de Kolaborativo (werkgevers, werknemers en overheid) afgesproken in 2013 de duurzaamheid van het sociale zorgstelsel aan te pakken.
Het is nu november 2013 en de eerste afstemming moet nog plaatsvinden.
Gaan we zo door, dan rest maar één vraag: Wil de laatste pensionado het licht uitdoen?

Jan de Wit is zelfstandig adviseur en heeft aan de wieg gestaan van de integratie van het Bureau Ziektekostenvoorzieningen en de Sociale Verzekeringsbank waarbij hij zich met name bezig heeft gehouden met de uniformering en integratie van de oude ziektekostenregelingen (cure) tot een basisverzekering voor de totale populatie.

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *