Belanghebbenden 8 decemberstrafproces willen hervatting zitting

13bd25b6e2dd2bab054cd7d1f4af51b9.jpg

Belanghebbenden van het 8 decemberstrafproces hebben in een lijvig document aan de Krijgsraad gevraagd om de schorsing op te heffen. Zij stellen dat het proces zo spoedig mogelijk wordt hervat. Zij vinden dat ze ook het recht hebben om zich in te laten met dit proces. De belanghebbenden wensen een bijdrage te leveren die kan leiden tot berechting van de verdachten.
De jurist Hugo Essed licht een tipje van de sluier over het document dat is ingediend bij president Cynthia Valstein-Montnor van de Krijgsraad.

1) O. N. Hoost, wonende te Leiderdorp, Nederland;
2) K. S. Adhin, wonende te Zoetermeer, Nederland;
3) N. Rambocus, wonende te Utrecht, Nederland;
4) L. Y. Ho Kang You, wonende te Amsterdam, Nederland;
5) R. Sohansingh, wonende te Paramaribo;
6) E. H. Kamperveen, wonende te Paramaribo;
7) U. S. O. Daal, wonende te Paramaribo;
8) H. R. Leckie, wonende te Paramaribo;
9) A. V. Carbière, wonende te Paramaribo;
10) V. Adhin, wonende te Paramaribo;
11) C. E. Rahman, wonende te Paramaribo;
12) R. Sheombar, wonende te Paramaribo;
13) J. R. M. Slagveer, wonende te Paramaribo;
14) De Vakcentale C-47,

rechtspersoonlijkheid bezittende vereniging, gevestigd te Paramaribo;

Bij beschikkingen van het Hof van Justitie d.d. 31 oktober 2000 zijn voornoemde nabestaanden en C-47 “als belanghebbenden bij de vervolging” van de verdachten van de 8 decembermoorden erkend.
Bij die beschikkingen heeft het Hof bevolen dat tegen de verdachten, ”Desiré Delano Bouterse en anderen” ter zake die moorden een “strafvervolging” wordt ingesteld.

Bij verzoekschrift d.d. 13 augustus 2012 hebben de belanghebbenden zich in een 22 pagina’s tellend verzoekschrift, via hun gemachtigden Mr. F. Kruisland, Mr. S. Marica en Mr. H.A.M. Essed, rechtstreeks tot de Krijgsraad gericht.
Dit naar aanleiding van het vonnis van de Krijgsraad d.d. 11 mei 2012 in het 8 december strafproces gewezen, waarbij tot schorsing van de vervolging is beslist.

De belanghebbenden vinden dat zij op grond van artikel 8 van het Inter-Amerikaans Verdrag voor de Rechten van de Mens (OAS-Verdrag), welk Verdrag rechtstreekse werking heeft in Suriname en als zodanig deel uitmaakt van de Surinaamse rechtsorde, het recht hebben zich in het 8 december strafproces, rechtstreeks tot de Krijgsraad te richten, ook al voorziet het Surinaams strafprocesrecht daar niet in.
Verder vinden de belanghebbenden dat artikel 25 van het Verdrag dwingend voorschrijft dat zij een effectief rechtsmiddel hebben om bij te dragen aan de waarheidsvinding en de bestraffing van de daders van ernstige mensenrechtenschendingen, waaronder standrechtelijke executies, als op 8 december 1982 geschied.
De belanghebbenden brengen ook onder de aandacht van de Krijgsraad dat ingevolge artikel 1 van het Verdrag, de verdragsstaten, inclusief de rechterlijke macht, verplicht zijn de rechten van nabestaanden als vervat in de artikelen 8 en 25 van het Verdrag te garanderen en te handhaven.
De belanghebbenden baseren hun verzoek mede op vaste jurisprudentie vanaf 1992 tot en met 2010 van zowel de Inter-Amerikaanse Commissie voor de Rechten van de Mens, als het Inter-Amerikaanse Hof voor de Rechten van de Mens, waaronder het vonnis van voormeld Hof in de Moiwana-zaak.
De belanghebbenden komen tot de conclusie dat de Krijgsraad gehouden is het Verdrag toe te passen, op basis van de uitleg die de Commissie en het Hof gegeven hebben aan: a) de rechten van nabestaanden, zoals vervat in de artikelen 8 en 25 van het Verdrag, en; b) de verplichtingen van de Staat Suriname, inclusief de Krijgsraad, zoals vervat in artikel 1 van het Verdrag.

In het verzoekschrift betogen de belanghebbenden verder dat de Krijgsraad, vanwege het niet operationeel zijn van het Constitutioneel Hof, wel bevoegd is zelf de vraag te beantwoorden of de Amnestiewet 2012 in strijd is met artikel 131 lid 3 van de Grondwet.
Tenslotte wijzen de belanghebbenden de Krijgsraad erop dat volgens de tekst van artikel 1 lid 1 van de Amnestiewet 2012: 1) dat de verdachten in het 8 december strafproces, waaronder Desiré Delano Bouterse, niet onder de werking van de Amnestiewet 2012 vallen, en; 2) dat de Krijgsraad geheel onterecht in zijn vonnis d.d. 11 mei 2012 heeft overwogen dat de Amnestiewet 2012 “de straffeloosheid van de tenlastegelegde feiten voorschrijft”, en 3) dat de Krijgsraad dus ook geheel onterecht op de zitting d.d. 13 april 2012 ambtshalve de Amnestiewet 2012 in het strafproces heeft betrokken.
De belanghebbenden verzoeken onder meer aan de Krijgsraad;
1) Te erkennen dat zij het recht hebben zich te mengen in het strafproces tegen de verdachten van de moorden op 7, 8, of 9 december 1982 gepleegd in het Fort Zeelandia te Paramaribo, althans daarin een bijdrage te leveren die kan leiden tot de berechting en bestraffing van de daders;
2) De schorsing van het 8 decemberstrafproces op te heffen en dat strafproces zo spoedig mogelijk te hervatten;

Paramaribo 16 augustus 2012 Mr. H.A.M. Essed

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *