Bestuursrechter niet de juiste in FWNK-zaak

Römer en Ider

wega di numberWILLEMSTAD — In de voorlopige voorziening waar de ontslagen bestuursleden Marius Römer en Elthon Ider van de Fundashon Wega di Number Korsou (FWNK) om verzochten om hun ontslag aan te vechten, heeft de bestuursrechter zich onbevoegd verklaard. Dit werd vandaag bekend.

Römer en Ider vochten de beslissing van de minister van Economische Ontwikkeling Stanley Palm, om hen te ontslaan als bestuurslid bij de FWNK, aan door elk een beroepschrift in te dienen bij de bestuursrechter tegen dit ontslag.
Tegelijkertijd verzochten zij de rechter om een voorlopige voorziening.
De bestuursrechter heeft echter bij dit laatste geoordeeld dat zij niet de juiste is, zo verklaart advocaat mirto murray, die samen met Susanne Klarenbeek optrad namens de minister.

De zaak zou voor een civiele rechter hebben moeten voorkomen.
Bij de huidige uitspraak kunnen de verzoekers niet in hoger beroep.
De twee bodemzaken met dezelfde strekking lopen nog bij de bestuursrechter, en het is nu aan de heren Romer en Ider om te beslissen of ze die willen laten doorlopen.”

De beide verzoekers waren bij het ter perse gaan van deze krant niet bereikbaar voor commentaar.
De minister besloot om per 20 september over te gaan tot het ontslag van Römer, destijds voorzitter van de FWNK, en zijn medebestuurslid Ider.
Aan het ontslag lag volgens de minister een advies van de SBTNO (Stichting Bureau Toezicht en Normering Overheidsentiteiten) ten grondslag. maar Römer en Ider vonden dat dit ontslag onvoldoende en onjuist was gemotiveerd.
Volgens hen had SBTNO juist sterke bezwaren tegen hun ontslag.
Römer en Ider menen dat zij in hun belangen zijn geschaad, niet alleen financieel, maar ook gelet op hun goede naam.

Hen wordt ten onrechte verweten wanbeleid te hebben gevoerd binnen de Stichting.
Verzoekers menen voorts dat niet verweerder (de minister, red.) doch de regering het bevoegde orgaan is in deze’, zo luidde hun standpunt zoals beschreven in de uitspraak van vandaag.
De verweerder, dus de minister, stelt zich op het standpunt dat de ontslagprocedure conform de landsverordening Corporate Governance is gegaan en dat het ontslag daarom ‘met voldoende waarborgen is omkleed’.
Ook had de verweerder al aangegeven dat de ontslagbesluiten geen beschikkingen zijn die onder de bestuursrechter zouden vallen.

De rechter heeft inderdaad geoordeeld dat de ontslagbeschikkingen ‘een privaatrechtelijk karakter’ hebben, waarna zij zich onbevoegd verklaarde.
Minister Palm verklaarde eerder tegenover de Amigoe dat er diverse redenen waren om meerdere bestuursleden van de loterijstichting te ontslaan.
Het toenmalige bestuur weigerde nieuwe modelstatuten in te voeren en ook was volgens Palm de financiële administratie een chaos en ontbraken er jaarrekeningen.
Omtrent het ontslag heeft hij meerdere malen advies gevraagd aan SBTNO, die adviseerde om het bestuur gefaseerd te ontslaan en ook om de afzonderlijke leden eerst te horen, hetgeen ook is gebeurd.
Römer op zijn beurt pareerde de redenen voor ontslag in deze krant ook al eerder.
Hij meldde open te staan voor statutaire veranderingen, maar dan moeten die wel ‘reeel’ zijn.
Het ontbreken van jaarverslagen was volgens Römer een leugen.
Juist bij zijn aantreden zou het bestuur de jaarrekeningen van 2004 tot en met 2012 hebben laten opstellen, ‘omdat er daarvoor niets was’.

bron: Amigoe

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *