Boek | De vergeten monumenten van Curacao

Recensie door Nel Casimiri

Vergeten monumenten van Curacao-Weg naar SalinjaCuraçao heeft heel veel monumenten. We staan zelfs op de Werelderfgoedlijst van Unesco vanwege onze prachtige monumenten. Natuurlijk denkt iedereen dan meteen aan de Handelskade.

Daarna komen de landhuizen in gedachten, Scharloo met zijn prachtige herenhuizen, Pietermaai, het kan niet op. En natuurlijk de forten, het waterfort, het Riffort, Fort Nassau, Fort Beekenburg, en zo kunnen we nog wel even doorgaan. Het zijn stuk voor stuk erfstukken uit het koloniaal verleden of panden gebouwd door de rijke handelslieden van Curaçao.

Maar als je vraagt wat voor monumenten er zijn overgebleven van de gewone mensen, dan kijkt iedereen je glazig aan. Monumenten? Gewone mensen? Maar dan gaat een lichtje branden en wordt de slavenmuur genoemd, de slavenhutjes op Bonaire, maar die slaven waren ook niet de gewone mensen, de ‘hende humilde’.

Toch hebben juist die gewone mensen met heel veel moeite en vooral liefde hun eigen huizen gebouwd. Op die eenvoudige huisjes, eerst het ‘kas di yerba’, later de houten huisjes, vaak met blik bekleed, wordt neergekeken en zodra het mogelijk is, wordt er een stenen huis omheen gebouwd en dat houten huisje afgebroken.

Vergeten monumenten van Curacao-Nieuw Nederland

Nieuw Nederland

Maar er zijn maar heel weinigen die beseffen dat ook deze houten huisjes met blik bekleed, heel bijzonder zijn en uniek voor Curaçao. Ruben La Cruz en Karolien Helweg hebben ze de afgelopen tien jaar vastgelegd en er een prachtig fotoboek van gemaakt. Er zijn niet veel van die huisjes meer over.

,,Van de ruim zestig anno 2013 nog bestaande huizen die geheel of gedeeltelijk met blik bekleed zijn, zijn er op dit moment al weer vijf roemloos verloren”,

vertellen de samenstellers treurig. In de negentiende eeuw werden importgoederen steeds meer verpakt in kratten. Daardoor kreeg de bevolking van Curaçao de beschikking over goedkope planken van redelijke kwaliteit die zeer geschikt waren voor de woningbouw.

Men spaarde dus planken tot er genoeg waren om een huis van te bouwen. Die huizen bleven veel langer goed dan de lemen huisjes waarvan het dak elke vijf jaar vervangen moest worden.

Bij het bouwen van de houten huizen werd dezelfde traditionele indeling gehandhaafd van het ‘kas di yerba’, maar wat ruimer. Als je binnenkomt, is links de woonkamer en rechts een slaapkamer. Wat meer naar achteren in het tweede deel van het huis een tweede slaapkamer, de keuken en een klein achterplaatsje, al of niet overdekt.

In de loop der jaren zijn daar vaak ruimtes aan vastgebouwd, zoals bijvoorbeeld een badkamer. Toen petroleum in blik werd ingevoerd, ontstond het idee dat blik te gebruiken voor het bekleden van de muren en het dak, ter conservering van het hout.

Het viergollonblik

Het viergollonblik

Dat is niet begonnen met de komst van de Shell. Al vanaf 1861 werd kerosine die als petroleum verkocht werd vanuit Amerika, ingevoerd op Curaçao. Dat gebeurde in vierkante blikken van vier gallon.

Dat ging door totdat in 1906 de eerste olietankers op zee kwamen. Toen kwam er langzamerhand een einde aan het vervoer van petroleum per blik. De olieverwerkende industrie in Amerika produceerde die blikken zelf.

Diezelfde blikken worden nu nog steeds gemaakt in China en over de hele wereld gebruikt om olijven en sla- en bakolie in te verpakken. Het blik werd keurig opengeknipt en heel zorgvuldig en netjes op het hout bevestigd.

Fleur de Marie

Fleur de Marie

In Fleur de Marie zijn de platen zelfs aan elkaar gesoldeerd. Er ontstond een nieuw beroep: blikslager of ‘blekero’. Nadat de blikken met kerosine schaarser werden, gingen de bewoners van Curaçao over dezelfde viergallonblikken die nu bakolie bevatten, van de merken Tralala en Argo.

Nadat ze aangebracht waren werden ze geverfd, zodat het huis een nog mooier aanzicht kreeg. Diezelfde blikken werden niet alleen als huisbedekking gebruikt maar ook om op te koken (ham di pasku, kerstham bijvoorbeeld) en in buurten zonder waterleiding werd er water in vervoerd en ook de fecaliën en ander nat afval werden erin vervoerd naar de zee. En natuurlijk maakte de kunstenaar Nepomuceno daar zijn prachtige kunstwerkjes van.

Ruben La Cruz en Karolien Helweg hebben de geschiedenis van de ‘blikken’ huizen uitgebreid verteld. Ze zijn ook op zoek gegaan naar dergelijke huisjes op andere eilanden. Toen bleek:

,,Het gebruik van kerosineblikken is tamelijk uniek voor Curaçao, vergeleken met de andere eilanden van het Koninkrijk der Nederlanden in het Caribisch gebied. Vooral door de schaal waarop het plaatsvond en de manier waarop: het blik werd doorgaans heel netjes opgebracht.”

Ook in Indonesië, in Australië, Suriname, Jamaica en de Dominicaanse Republiek moeten huizen geweest zijn die met blik bekleed waren. Maar in Australië bijvoorbeeld werden de blikken rechtstreeks op een houten frame bevestigd.

Binnen in het huis was het blik dus nog gewoon te zien.

,,Foto’s van sloppenwijken op internet laten zien dat over de hele wereld gebruik wordt gemaakt van stukken blik, golfplaat, oliedrums en wat voor plaatmateriaal dan ook. Maar nergens zo netjes en consistent doorgevoerd als op Curaçao.”

Nieuw Nederland 24

Nieuw Nederland 24

De grote verrassing van dit fotoboek is dat de samenstellers het niet gelaten hebben bij een beschrijving en een geschiedenis van deze met blik beklede huizen, maar dat ze daarna de bewoners die er nog in wonen of die er lange tijd in gewoond hebben, hebben geïnterviewd en die interviews geven een schat aan persoonlijke geschiedenis.

Door de mensen worden die huizen monumenten, huizen die bewoond worden, waar mensen met hun wel en wee hun leven leiden. Huizen waar mensen trots op waren, net zo trots als de mensen vroeger waren op hun huizen in Scharloo of Pietermaai. Nu zijn er nog maar heel weinig echt bewoond.

De meeste mensen hebben naast of over hun houten huis een stenen huis gebouwd. De met blik beklede huizen zijn in verval geraakt en verdwijnen steeds meer.

Om een indruk te krijgen, volgen hier een paar citaten:

Weg naar Salinja z/n

Weg naar Salinja z/n

Weg naar Salinja z/n

Myrna Thoms woont al haar hele leven in het huis van haar voorouders, de familie Martis. De ouders van haar moeder hebben het samen gebouwd. Myrna rekent voor dat haar moeder tachtig jaar is geworden en haar oma over de honderd, wat wel moet betekenen dat het huis nu ruim honderdtwintig jaar oud is. (…) Het huis is van top tot teen rondom met blik bekleed.

Volgens Myrna is dat omdat ze vroeger dachten dat het hout dan beter geconserveerd werd. De blikken bekleding wordt naar goed Curaçaos gebruik regelmatig in een andere kleur geschilderd. Het was licht okerkleurig in 2010 en in 2012 is het geschilderd in de kleur ‘petrol’.

Florencestraat 7 (Ser’i Otrobanda)

Het bijzondere roze huis op nummer 7 waar Herman George opgroeide bij zijn oma, is echt het enige huis in de hele buurt waar blik op zit. Het huis is uniek voor Curaçao omdat het als enige huis met blik bekleed, geen golfplaten dak heeft, maar voorzien is van mooie oranje dakpannen.

Berg Altena 110

Tot 1975 stond op die plek het houten huis dat Elsa’s (Doña Elsa Martijn) overgrootvader, timmerman van beroep, zelf bouwde. Hij werd geboren in 1855 en hij stierf in 1929. Volgens de toenmalige mode bekleedde hij het eigenhandig volledig met gerecycleerde petroleumblikken.

In dat huis is Elsa geboren in 1924. Ruim vijftig jaar later vond zij dat het tijd was om het af te breken en op dezelfde plek een stenen huis te bouwen. Weg naar Fuik 158 In de landelijke omgeving van Fuik, vlak bij de rotonde naar Santa Barbara Plantation, staat een wit met blik bekleed huis. Het heeft een mooie veranda waar je heerlijk in de wind kan zitten genieten van het uitzicht op de Tafelberg. (…)

Opa Johan heeft het gebouwd. Maar opa is overleden en nu staat het leeg. Ernaast op hetzelfde terrein heeft de volgende generatie een stenen huis gebouwd. Uit respect voor opa is het oude huis nooit afgebroken.

Eerbetoon

Dit boek is een eerbetoon aan het met blik beklede huis en zijn bewoners en is het resultaat van een tien jaar durend onderzoek van Ruben La Cruz en Karolien Helweg naar een uniek, wijdverbreid doch snel verdwijnend verschijnsel op Curaçao.

Kaft van het boek De vergeten monumenten van Curacao

Kaft van het boek De vergeten monumenten van Curacao

Het is een prachtig boek om in te kijken maar ook een prachtig boek om te lezen. Je kent de huizen met blik bekleed maar na dit boek kijk je er heel anders tegenaan. Vol bewondering.

Ruben La Cruz en Karolien Helweg
De vergeten monumenten van Curaçao.
LM Publishers. Arnhem, 2014

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *