Boersema: Plan Staten onmogelijk

Willemstad – De Staten van Curaçao kan om verschillende redenen niet het ontslag eisen van het demissionair kabinet of de eigen ontbinding ongedaan maken. Dit stelt adviseur van de regering Schotte en staatsrechtdeskundige Douwe Boersema desgevraagd tegenover deze krant.
Ten eerste is de gouverneur in de periode van drie maanden tot de feitelijke ontbinding van de Staten niet bevoegd zelfstandig gevolg te geven aan een verzoek van leden van het ontbonden parlement om te onderzoeken of er een nieuw kabinet kan worden gevormd dat wel op een meerderheid kan rekenen.

,,Een dergelijk handelen van de gouverneur zou namelijk vallen onder de verantwoordelijkheid van het zittende demissionaire kabinet die daarvoor instemming moet geven”, zo stelt Boersema.
Tevens zegt de deskundige dat ook een Statenontbinding niet ongedaan gemaakt kan worden door de Staten zelf, ook niet in samenwerking met de gouverneur. Boersema:

,,Ontbonden Staten kunnen hun ontbinding niet ongedaan maken, zoals ze zichzelf ook niet kunnen ontbinden.”
Ook stelt hij dat een tegen het kabinet als geheel gerichte motie van wantrouwen door een ontbonden parlement betekenisloos is.

Boersema: ,,Het is ondenkbaar dat de leden van het kabinet op basis hiervan daadwerkelijk ontslag nemen. Zij beschikken immers niet langer zelf over hun functie, omdat de gouverneur hun ontslagaanvraag in beraad heeft. Bovendien zou als gevolg daarvan een bestuursvacuüm ontstaan, omdat het land dan niet langer een bevoegde regering heeft. Dat is uiteraard ondenkbaar. In het bestuursvacuüm dat zo zou ontstaan, kan ook niet worden voorzien door de onmiddellijke vorming van een nieuw kabinet op basis van een andere meerderheid in de Staten. De Staten zijn immers – zij het noodzakelijkerwijs op termijn – ontbonden.”

De enige optie is dat de Staten het vertrouwen opzegt in individuele ministers omdat een minister in een demissionair kabinet nog wel de ministeriële verantwoordelijkheid draagt voor concrete bestuurshandelingen in het kader van de opdracht van de gouverneur om lopende zaken te behandelen.

Boersema hierover: ,,Het gevolg daarvan kan zijn dat een individuele minister alsnog daadwerkelijk aftreedt. Daarbij merk ik op dat als de Staten tegen ieder van de ministers van het demissionaire kabinet afzonderlijk een motie van wantrouwen aanneemt, dit niet anders kan worden aangemerkt als een verkapt gebruik van een motie van wantrouwen tegen het gehele kabinet. Op grond daarvan behoort het kabinet dan evenzeer te besluiten tot de onuitvoerbaarheid van die moties omwille van het landsbelang.”

Het vormen van een zakenkabinet vindt Boersema geen optie. ,,Dan zouden niet-politici die niet weten wat er op uitvoerend niveau allemaal speelt de lopende zaken moeten gaan afhandelen.”

De enige optie is om een ‘Kabinet van Nationale Eenheid’ te vormen.
Meestal gebeurt dit in een situatie van oorlogsdreiging en wordt alle politieke strijd omwille hiervan opgeheven. ,,Ook deze optie is in de huidige situatie niet aan de orde”, aldus Boersema tot slot.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *