Casseres en Curaçao ten dele gelijk

Politiechef krijgt drie maanden opzegtermijn betaald

Wilsoe

Casseres en Curaçao ten dele gelijk – Politiechef krijgt drie maanden opzegtermijn betaald

Willemstad – Curaçao moet oud-politiechef Carlos Casseres de hem toekomende beloning gedurende de opzegtermijn van drie maanden, plus de wettelijke rente daarover vanaf 1 januari tot de datum van uitkering, uitbetalen. Dat is gisteren besloten door de rechter.

Terugkeren naar zijn oude functie als chef van het Korps Politie kan Casseres echter niet. Ook krijgt hij geen schadevergoeding voor het opzeggen van het arbeidscontract ‘zonder gegronde reden’, zoals zijn advocaat dat aanvoerde.

De voormalig chef, die werd vertegenwoordigd door Gelmer Pieter, spande een rechtszaak aan tegen het land, om zijn ‘onredelijk ontslag’ aan te vechten. Casseres was van 1971 tot en met 9 oktober 2010 in dienst van de Nederlandse Antillen, de laatste jaren als korpschef. Op 31 december zou hij met pensioen gaan.

Maar, omdat hij op 8 oktober een overeenkomst tekende met toenmalig Justitieminister Magali Jacoba (PAR), zou hij per 1 januari zijn functie nog behouden voor twee jaar. De huidige minister van Justitie, Elmer ‘Kadè’ Wilsoe (PS), liet echter in december per brief weten geen vertrouwen te hebben in Carlos Casseres als korpschef.

Wilsoe beëindigde de arbeidsovereenkomst, met de afgesproken opzegtermijn van drie maanden. Casseres zou aanblijven tot 31 maart en moest, mits hij die nog had, zijn resterende vakantiedagen voor die datum opnemen. Voor het zover was, ontving de voormalig chef een tweede brief van de minister, met het bericht dat hij op non-actief werd gesteld en geen toegang meer kreeg tot het politiebureau.

,,Respectloos”, zo zei Casseres tegenover deze krant. Tijdens de rechtzaak op 29 maart voerde Chester Peterson, advocaat van de overheid, aan dat de regering van Curaçao Casseres tot en met 31 december 2010 volledig uitbetaald heeft en hij zijn loon over het opzegtermijn ook zal ontvangen. Peterson zei dat als de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou zijn geweest, dan nog geldt dat de regering deze op rechtsgeldige wijze heeft opgezegd en ook heeft mogen opzeggen.

Rechter Beukenhorst stelde hem daarbij in het gelijk. De proceskosten worden nu tussen beide partijen worden verrekend, nu ze ‘over en weer gedeeltelijk in het ongelijk worden gesteld’, staat te lezen in het vonnis.

Bron: Antilliaans Dagblad

Zie ook: Dossier: Consensus Rijkswetten – en de strijd tegen de Rijkswetten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *