Korpschef Casseres geniet geen vertrouwen

Elmer Wilsoe

Elmer Wilsoe

Van een onzer verslaggevers Willemstad – De huidige minister van Justitie van Curaçao, voor wie de functie van korp- schef van het Korps Politie Cura- çao een vertrouwensfunctie is, heeft geen vertrouwen in Carlos Casseres als korpschef. Dit heeft onder meer te maken met integriteitoverwegingen, alsmede een eigen visie op de inrichting van het Korps Politie Curaçao.

Dit is deze week in een pleitnota aangevoerd door de advocaat van het land Curaçao, Chester Peterson.

Casseres spande een rechtszaak aan tegen het land, om zijn heenzenden aan te vechten. De regering beroept zich op het vertrouwensbeginsel. Verwijzend naar de Rijkswet Politie wordt volgens Peterson de functie van korpschef gekwalificeerd als ‘een vertrouwensfunctie in de zin van de wettelijke regeling inzake vertrouwensfuncties en veiligheidsonderzoeken’.

Daarom is hier de wettelijke regeling Landsverordening Veiligheidsdienst Curaçao van toepassing. Er moest dus voor de aanstelling van Casseres een veiligheidsonderzoek hebben plaatsgevonden. Bovendien had de minister van Algemene Zaken geen bezwaar moeten aantekenen tegen de aanstelling van de korpschef. Peterson concludeert:

,,Het vereiste veiligheidsonderzoek werd niet uitgevoerd en ook de bijbehorende vereiste instemming van de minister van Algemene Zaken werd niet verkregen.”

Korpschef niet ontslagen

In zijn pleidooi voert Peterson ook nog een aantal andere pun- ten aan waarom het volgens hem rechtsgeldig is de arbeids- overeenkomst met de voormalige chef van het Korps Politie Curaçao te beëindigen.

,,De regering van Curaçao heeft Casseres niet ontslagen, maar enkel de arbeidsovereenkomst opgezegd”, zo voert Peterson aan. Ook wordt gesteld dat Casseres tot en met 31 december 2010 volledig uitbetaald heeft gekregen en dat ‘gedaagde (de regering, red.) thans maatregelen getroffen heeft, zodat eiser het over de opzegtermijn toegezegde loon ook zal ontvangen’.

Want, zo wordt aangevoerd, als de arbeidsovereenkomst rechtsgeldig zou zijn geweest, dan nog geldt dat de regering deze op rechtsgeldige wijze heeft opgezegd en ook heeft mogen opzeggen. De arbeidsovereenkomst voorziet namelijk expliciet in een opzegtermijn van drie maanden.

De arbeidsovereenkomst wordt echter door de advocaat bestempeld als onrechtmatig, want: ,,De aanstelling van de korpschef van het Korps Politie Curaçao kan niet bij arbeidovereenkomst geschieden. De aanstelling kan enkel bij Landsbesluit van Curaçao geschieden. Ingevolge de Rijkswet Politie, wordt de korpschef op voordracht van de minister van Justitie, na de procureur-generaal gehoord te hebben, bij Landsbesluit benoemd.

Hier is geen sprake van geweest.

”Casseres kan zich ook niet beroepen op opgewekte verwachtingen. Immers: ,,Reeds het gegeven dat in de bewuste arbeids- overeenkomst expliciet is opgenomen dat deze tussentijds, met toepassing van een opzegtermijn van drie maanden, opgezegd kan worden, geeft aan dat Casseres, zeker niet zonder meer, verwachtingen heeft mogen koesteren.”

Peterson voegt hieraan toe:

,,Te meer niet nu hij ook nog wist dat hij, hals over kop, op de valreep, slechts twee dagen voor het einde van de Nederlandse Antillen, met de minister van Justitie van die, dus op sterven na dood, Nederlandse Antillen contracteerde.” ,,Dit alles ook nog nadat een nieuwe regering, van een geheel nieuwe signatuur en dus ook met geheel andere visies, anderhalve dag later, namelijk op 10- 10-‘10, zou aantreden.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Zie ook: Dossier: Consensus Rijkswetten – en de strijd tegen de Rijkswetten

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *