AD | Cocochi Prins: ‘Leren door te doen’

Jacobo Cocochi Prins: ‘Leren door te doen’

Jacobo Cocochi Prins: ‘Leren door te doen’

Curaçao moet weer een eigen luchtvaartmaatschappij krijgen. Zonder zo’n bedrijf komen er steeds minder Arubanen en Bonaireanen, maar ook minder Venezolanen en Colombianen en mensen uit de Dominicaanse Republiek en Trinidad & Tobago naar Curaçao.

Dat is bijzonder slecht voor het toerisme. Cocochi Prins (70) kreeg in 1974 de mogelijkheid om, samen met vier partners, het casino van het toenmalige Holiday Inn over te nemen.

,,Ik werd benaderd door Rudy Pizziolo. De investeerders zochten nog een partner. Ik besloot mee te doen. Zo ben ik actief geworden in de toerismewereld.”

Op dat moment was Prins werkzaam in de autobranche als importeur van Chrysler en Nissan.

,,Mijn intentie was en is altijd om ervoor te zorgen dat het goed gaat met Curaçao. Door middel van een investering op het gebied van het toerisme kon ik daar beter aan bijdragen.”

Want een casino, zo weet Prins, hoort nu eenmaal bij een toeristische lokatie.

,,Toeristen willen naar een strand én een casino. Als je dat niet kunt aanbieden, ben je een derderangslokatie.”

Prins had in eerste instantie niet veel kennis van casino’s.

,,Die business kende ik niet. Het is een heel specialistisch gebeuren. Altijd nieuwe systemen. Dat houdt het aantrekkelijk.” Zeker, geeft hij toe, de tafels zijn al decennialang hetzelfde. ,,Maar er zijn enkele spellen bijgekomen, zoals stud poker.”

Een grote verandering is ook de introductie van de sportsbetting; een grote trekpleister in het casino van het Holiday Beach Hotel.

,,We bieden sinds een jaar of tien de mogelijkheid om te gokken op sportwedstrijden. Zowel lokale mensen als Amerikanen maken daar veel gebruik van.”

De instap in het casinowezen maakte voor Prins de weg vrij naar het hotelwezen. Twee jaar na de overname van het casino namen de vijf aandeelhouders het gehele Holiday Inn over.

,,Van de vijf oorspronkelijke aandeelhouders zijn alleen Rudy Pizziolo en ik nog in leven.”

Samen met Rudy Pizziolo stapte Prins in de jaren tachtig ook in het Sea Aquarium-project van Dutch Schrier. Na dertig jaar actieve deelname in de toeristische wereld van Curaçao ziet Prins dat het veel beter gaat.

,,De jaren tachtig waren in ieder geval geen al te beste periode. Holiday Beach Hotel, de nieuwe naam voor het Holiday Inn, was één van de weinige hotels dat niet door de overheid was overgenomen. De andere hotels waren het Park Hotel, San Marco en Avila Beach. We moesten concurreren tegen door de overheid gerunde hotels. Dat was heel moeilijk. Wij konden ons geen verlies permitteren, maar die andere hotels wel.”

Eind jaren negentig kwam er een grote opsteker voor Prins en Pizziolo. De Amerikanen sloten een contract voor een vaste bezetting van honderd kamers voor het personeel van de FOL-basis. Inmiddels is de vaste kamerbezetting uitgegroeid naar 150 van de in totaal 200 kamers. Dat gebeurde mede als gevolg van de aanwezigheid van het 24-uurs restaurant Denny`s bij het hotel, waar Prins en Pizziolo tien jaar geleden mee begonnen.

,,Voor ons is de situatie sindsdien aanmerkelijk verbeterd. Maar ik denk dat dit voor Curaçao ook wel geldt.”

Volgens Prins moet Curaçao zijn onbetwiste voordelen dan ook verder uitbouwen; we moeten langzaam maar zeker vooruitgaan’. En geen keuze maken tussen toeristen uit Amerika en Europa. Prins:

,,Diversiteit is juist goed. Ik ben het er niet mee eens om je op één groep te richten. Dat zou je de kop kunnen kosten.”

Curaçao had, achteraf gezien, zich jaren geleden wellicht meer op Amerika kunnen richten, zo geeft hij toe.

,,Maar Curaçao is inmiddels steeds bekender geworden.”

Geholpen door sterhonkballer Andruw Jones krijgt Curaçao steeds meer naamsbekendheid in Amerika. Daar spelen, volgens Prins, ook de FOLmedewerkers een rol in.

,,Mensen die Curaçao eenmaal hebben leren kennen, willen vaak weer terugkomen. Ze weten wat het eiland biedt en hoe bijzonder het is.”

De Chata speelt volgens hem een goede rol in de promotie van Curaçao.

,,Maar het zou beter kunnen. De Chata en het CTB zouden gezamenlijk een plan voor het toerisme moeten opstellen. Welke kant gaan we op met Curaçao? Nu zijn we te veel afhankelijk van één specifieke gedeputeerde en één CTB-directeur. Maar het toeristisch beleid moet breder worden gedragen. Sommige gedeputeerden gebruiken het CTB voor eigen ideeën en plannetjes. Maar we moeten één lijn trekken en ons daar dan voor langere tijd aan houden.”

Prins:

,,Daarnaast had het de afgelopen jaren beter moeten lopen voor de middenklassehotels. Na het wegvallen van vliegbedrijf DCA hadden we echt te kampen met een gebrek aan mensen uit de regio, zoals Venezolanen, Dominicanen, Jamaicanen. Die mensen kunnen minder gemakkelijk naar Curaçao komen, en dat merk je in de middenklassehotels. Ook bijvoorbeeld het San Marco Hotel, dat relatief weinig Amerikanen trekt, heeft eronder te lijden.”

Met de komst van Venezolanen en Colombianen en mensen van de Caribische eilanden krijgt de middenstand een impuls, zo meent Prins.

,,Het zijn niet alleen toeristen, ze kopen ook veel in de winkels en in de free-zone. Daarom: Richt je niet op één specifieke groep, maar pluk de vruchten van het feit dat zowel Europeanen en Amerikanen als Zuid-Amerikanen naar Curaçao willen komen.”

Prins zelf is, ondanks zijn leeftijd, nog actief betrokken bij het toerisme. Hij wil zich dan ook voorlopig nog zeker niet terugtrekken.

,,Het blijft leuk om de contacten te houden. Het houdt je jong”, aldus Prins.

,,De hotelbusiness is constant in beweging. Zo moet een hotel blijven renoveren. Zelf heb je het als ondernemer niet snel door, elke dag loop ik in het hotel, maar klanten willen om de vijf à zes jaar een nieuwe inrichting zien.”

Prins: ,,Het mooie van de hotelbusiness is, dat je leert door te doen.”

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *