Column Den Cayente | Het monster

Column Arien Rasmijn

Pfffff…. Het is een week geleden sinds ik deze column heb geschreven. Dezelfde dag dat het gepubliceerd werd trapte ik zelf in de val van trial by social media. Feit is dat Elvis Weert geen aangifte tegen zich heeft. Maar dat neemt niet weg dat het van zowel hijzelf als zijn werkgever van ongelofelijke toondoofheid en gebrek aan gevoel getuigt dat hij kwam opdagen bij een persconferentie over seksueel misbruik van kinderen. Maar misschien deed hij het juist daarom…

Dat ik het hem niet daar en dan daarmee confronteerde had te maken met dat ik niet wilde dat de persconferentie over hem zou gaan. Mijn vragen waren voor de ministers, degenen die uiteindelijk verantwoordelijk zijn voor het behalen van resultaten in de strijd tegen ontucht. Maar tijdens diezelfde persconferentie postte ik een foto met de constatering dat zijn aanwezigheid aangeeft dat we nog altijd ver van huis zijn. Het leverde discussies op. Ik moest mij verantwoorden. Terecht ook. En ik moest nadenken over waarom ik zelf precies deed waar ik mijn lezers van probeerde te weren. Had ik het anders aan moeten pakken? Met deze column in het achterhoofd, absoluut. Maar het geeft ook aan dat het zelfs voor iemand die het beter hoort te weten moeilijk is om niet de stoppen door te laten slaan in bepaalde situaties. Dat is overigens geen excuus.

Anyway…

Seksueel misbruik van kinderen is ons collectieve trauma. De reacties die elk geval dat de publiciteit haalt teweegbrengt zijn zo woest, je voelt de machteloosheid, de plaatsvervangende woede en vaak ook de pijn gloeien in de reacties op je scherm. We zien zwart voor onze ogen. De dader moet met een grote harde gum van het aardoppervlak weggewreven worden. En het moet hem vooral pijn doen, duizend keer zoveel als dat het slachtoffer en de omstanders ooit zouden mogen voelen. Retributie, daar gaat het vooral om. Net zo explosief als de woede en het wilde onbegrip tegen de dader zijn de woede en de verbazing over het vaak tekortschieten van justitie. De straffen zijn niet hoog genoeg. Daders komen te snel en om onbegrijpelijke redenen vrij. Konden wij maar met een mes of pistool en zonder enige consequenties gerechtigheid halen voor de slachtoffertjes en het zwart voor onze eigen ogen weer doen verdwijnen. Maar dat gaat nu eenmaal niet. En bovendien zou het effect maar kort zijn, want voor je het weet meldt zich het volgende geval aan. Het zijn er, aldus Sociale Zaken, iets van zeven nieuwe iedere week. Dan maar een Facebookpagina waarin de namen van plegers worden genoemd. Maar ook dat helpt uiteindelijk niet en is bovendien gevaarlijk, zo bleek al in de eerste paar dagen al. Een geval waarbij een opa zijn tweejarige kleinkind zou hebben bepoteld maar er – nog – geen sprake is geweest van aangifte laaide het vuur weer op en een man die blijkbaar niet eens kleinkinderen blijkt te hebben werd onterecht aan de online schandpaal genageld. Ja, foutje. Maar het doel is nobel en we gaan door, tot het weer misgaat. En daarna ook weer. Blinde woede en het niet kunnen of willen omgaan met de ware achtergronden van de situatie doen dat met je.

De regering heeft inmiddels aangekondigd dat er werk zal worden gemaakt van het invoeren van minimumstraffen en misschien ook een openbaar register van plegers zoals in de VS. Het is vooral een handreiking naar de schreeuwende menigte. Die zullen er namelijk heel gauw achterkomen dat het probleem daarmee niet zal worden opgelost. Sterker nog, die minimumstraffen zullen toch nauwelijks kunnen worden uitgedeeld. De reden hiervoor is heel simpel: het systeem is nog steeds kapot. Jarenlang is de zorgketen uitgehold. De vorige minister van Sociale Zaken gaf het een keer gewoon toe: er werd stelselmatig te weinig geld gegeven aan diensten als Bureau Sostenemi en de Voogdijraad. Het was in april 2016 en er werd een poster gepresenteerd voor de campagne #StopAwo in de nationale bibliotheek. In die dagen was er ophef over de graffiti-acties van Reginald Danies en Paul Croes had blijkbaar aan alle hoofden van de betrokken diensten en stichtingen opgedragen om naar de persconferentie te gaan. Paul Croes beaamde dat de keten niet naar behoren werkte. In de jaren ervoor zou de regering namelijk meer hebben gefocust op – en ik hoop dat je hiervoor zit – het balanceren van de begroting, met als gevolg dat er minder geld ging naar de hulpinstanties. Inmiddels weten we hoe succesvol dat heeft uitgepakt.

De opvangketen is stuk en daarom gaan zwaardere straffen, minimumstraffen en een openbare lijst van registered sex offenders weinig effect hebben. Die maatregelen zijn slechts mooie kersen op een slechte taart. Niet dat de mensen die in de keten werken niet deugen, integendeel. God weet hoe hard en met hoeveel tegenslagen zij gewoon elke dag blijven werken. Elke dag gewoon op werk komen opdagen, met ongetwijfeld ook diepe emotionele littekens van wat ze allemaal hebben moeten aanhoren. Elke dag het monster in de ogen kijken, wetende dat het groter en sterker is dan jou en dat je zwaard niet groot en scherp genoeg is om het te doden. Lees de quickscan van Unicef er maar op na. Er is procedureel nog heel veel mis en er ontbreken belangrijke schakels. Er is onvoldoende onderscheid tussen vrijwillige en verplichte hulpverlening. Er ontbreekt wettelijke ondersteuning van instanties en de instanties zelf werken soms ook langs elkaar heen vanwege het ontbreken van een gemeenschappelijk casemanagement-systeem. Er is zelfs onvoldoende echte kennis over de rechten van het kind bij politie en justitie. Er is nog altijd geen vertrouwensarts en ik vraag me af of er nog altijd een tekort is aan goed werkende rape-kits, zoals een paar jaar geleden al een keer bleek. En vergeet niet, zonder een tijdige en vooral ook goed gestructureerde opvang van slachtoffers en verzameling van bewijsmateriaal kan je fluiten naar een minimumstraf voor de dader. De rechter haalt dan weer de schouders op en geeft een lagere straf vanwege het ontbreken van hard bewijs en dan gaan we weer met z’n allen onze woede en verontwaardiging leeg laten lopen op Facebook.

Woede kweekt alleen maar nog meer woede en brengt van zichzelf geen oplossing. En ja, dat geldt ook voor mijzelf. De waarschijnlijk schokkende hoeveelheid slachtoffers van ontucht op Aruba door alle jaren heen hebben daar zo goed als niks aan. Een koele, moedige aanpak daarentegen – van ons allemaal – kan echter wel wat betekenen. Koel in de zin van dat we dat Sociale Crisisplan gewoon zo goed mogelijk uitvoeren en het de tijd geven om te doen wat het moet doen. Het moet hier gaan om procedures en niet om emotie. En we moeten net zoveel geduld als doorzettingsvermogen hebben. En mededogen. Veel mensen – volwassenen ook – lijden in stilte omdat zij simpelweg geen toegang hebben tot hulp. Het is nogal wreed dat een bezoek aan een psycholoog niet wordt gedekt door AZV als je geen ambtenaar bent. Het zou een enorme stap vooruit zijn als dit alsnog aan het basispakket zou worden toegevoegd, zodat iedereen toegang kan krijgen tot iemand met wie ze kunnen praten of van wie ze bijvoorbeeld cognitieve gedragstheraptie kunnen krijgen om hun trauma’s, maakt niet uit hoe lang geleden, te verwerken.

Dit probleem gaat niet binnen een dag, een week of een jaar aangepakt worden. Laat staan met een post, een pagina op sociale media of zelfs een protestdemonstratie, hoe goed bedoeld deze ook zijn.

Moed is vereist. We mogen zeker niet stil zijn en wegkijken, maar we moeten deze acties vooral ook niet als excuus gebruiken om het echte werk na te laten. Het echte werk is dat wij zelf het monster in de ogen kijken en erkennen dat wij het maar al te goed kennen. Het waart rond in ons collectief geheugen, in onze eigen families en buurten, in onze normen en waarden en in onze cultuur. Ontucht en pedofilie maken deel uit van de donkere kant van Aruba. Opa’s, ooms, vaders, neven en nichten, buren. Kostwinners en uitbuiters. Het idee dat je als twintigjarige best aan een kind van 14 mag zitten. Het kost wat kost beschermen van bekende figuren en gezagsdragers vanwege hun ‘talent’ of positie. Het seksualiseren van jonge meisjes in dansgroepen, carnaval- en missverkiezingen en hen ook het idee inprenten dat zij maar liever mooi en lief moeten zijn in plaats van slim, mondig en gelijkwaardig aan jongens. Van de meest diepe familietrauma’s waarover tot in het graf wordt gezwegen, tot aan de meest banale en onschuldig ogende gebruiken. Het monster schuilt in al die dingen, want het monster zijn wij zelf. Alleen door moed en kalmte te tonen, door rustig en feitelijk te praten in het openbaar over alle leed die we elkaar hebben aangedaan kunnen we de wonden helen en het aantal gevallen verminderen over tijd. Geen heksenjacht, wet of hogere straf gaat dat doen. Alleen jij en ik en onze durf om het bespreekbaar te maken.

Bron: Den Cayente

Den Cayente | Column door Ariën Rasmijn (Aruba)

Den Cayente | Column door Ariën Rasmijn (Aruba)

Ariën Rasmijn (1975) is freelance journalist. Naast zijn publicaties in Amigoe en diverse andere media schrijft hij in deze column regelmatig over nieuws en politiek in Aruba. Hij stelt reacties op prijs via: [email protected] Lees meer….

2 Reacties op “Column Den Cayente | Het monster

  1. Drechi Pa Bosnan Tur

    @Lapas,
    Ik vermoed dat je geen erg gelukkige jeugd hebt gehad… Heel verbitterd ben je……. Arme Lapas……

  2. ericlapas

    Wij hebben het waarschijnlijk als kind allemaal wel meegemaakt, de vriendelijke oom die op zon en feestdagen altijd wat lekkers meenam, maar zijn handen niet thuis kon houden.

    Als kind zag ik op tv kinderen, volwassenen met Tío en Taantjie aanspreken, dat heb ik nooit begepen.

    Laatst zag ik het weer op tv en ik begrijp niet dat volwassenen kinderen op deze manier kwetsbaar voor pedofielen blijven maken. Normaal gesproken waarschuwen we onze kinderen om niet met vreemden te praten en op tv moeten ze volstrekt vreemden met Tio en Taantjie aanspreken.

    Het wordt tijd dat wij onze kinderen beter beschermen, ik zie die pastor Curtis Meris bij elk evenement waar kinderen zijn verschijnen.

    Wordt het niet tijd dat iemand hem waarschuwt, want Priesters en kleine kinderen gaat vaak niet goed.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *