Column Kunneman | Toezichthoudersintegriteit

Juridische column mr. Frank Kunneman

Prof. dr. F.B.M. Kunneman

Prof. dr. F.B.M. Kunneman

Integriteit is een populair onderwerp binnen corporate governance. Elke samenleving wil in haar bedrijfsleven integere bestuurders, integere bedrijfsvoering en integere klantcontacten. De raad van commissarissen ziet er in zijn rol van interne toezichthouder op toe dat de integriteit in het bedrijf wordt gewaarborgd. In een eerdere column vroeg ik al de aandacht voor de rol van externe toezichthouders in de Caribische regio. Het gaat daarbij om een veelheid van externe instanties en inspecties, die namens de overheid toezicht houden op een bedrijfstak of op een sector. Denk daarbij aan de financiële sector, de gezondheidszorg of de bouw.

Hoe is het met de integriteit van die externe toezichthouders gesteld? Daar bestaat eigenlijk niet of nauwelijks literatuur over. Wat mag je als onder toezicht gestelde bedrijfstak of industrie van hen verwachten? Ik noem zes punten.

Op de eerste plaats transparantie over hun visie en aanpak. De Centrale Bank, de Voedsel- en Warenautoriteit, een Telecombureau zoals BTP, de Inspectie Volksgezondheid; ze moeten allen regelmatig met hun doelgroep communiceren wat hun beleid is en hoe ze voornemens zijn om dit beleid in de praktijk te brengen. Dat gebeurt maar gebrekkig.

Op de tweede plaats behoren deze externe toezichthouders ook hun eigen governance op orde te hebben. Ze moeten ook zelf een vorm van interne controle en verantwoording kunnen tonen. Ze behoren ook zelf interne gedragscodes te hebben en te volgen. Ze moeten daarover verslag doen in hun jaarstukken. Heel belangrijk is dat ze expliciteren hoe ze hun wettelijke taken voornemens zijn te implementeren: is dat op een autoritaire manier of is dat in samenspraak met hun doelgroep? Hoe gaan ze om met vermeende misstanden? Gebruiken ze bijvoorbeeld de publiciteit als sanctiemiddel of zoeken ze naar zachtere manieren om de markt te sturen? Hebben ze een openbaar beleid over de toepassing van hun sancties? Hierover moet helderheid bestaan.

Op de derde plaats dienen de mensen die met extern toezicht zijn belast zelf een toonbeeld van integriteit te zijn. Een interessante vraag daarbij is bijvoorbeeld of deze personen fiscaal net zo scherp aan de wind mogen zeilen als sommige anderen. Ik denk zelf dat je van een externe toezichthouder, net als van een lid van de rechterlijke macht, mag verwachten dat deze zich risicomijdend opstelt. Immers, (vermeende) twijfel over de integriteit van deze personen straalt direct af op de toezichthoudende instelling en daarmee op de hele sector. We mogen dus van hen verwachten dat zij minimaal net zo rooms zijn als de paus.

Op de vierde plaats moet glashelder zijn hoe onder toezicht gestelde bedrijven die worden gesanctioneerd daartegen effectief in beroep of bezwaar kunnen komen. Naar mijn mening is dat op dit moment een veel te willekeurig en kostbaar proces. Bovendien is het per definitie een achterhoedegevecht. Een overwinning is vaak een Pyrrusoverwinning en dus eigenlijk toch een nederlaag omdat de relatie met de toezichthouder grondig wordt verstoord.

Op de vijfde plaats moeten externe toezichthouders in de Nederlandse Cariben hun beleid afstemmen met andere toezichthouders, die dezelfde of een vergelijkbare doelgroep hebben. In de Nederlandse Cariben zijn er vier financiële toezichthouders, vier inspecties voor de gezondheidszorg, enzovoort. Caribische bedrijven die hun diensten verlenen op alle eilanden worden knettergek van de verschillende eisen die in de verschillende piepkleine landen worden gesteld en het kost onaanvaardbaar veel geld om aan die verschillende eisen te voldoen.

Synchronisatie vindt onvoldoende plaats maar is een must. Op de zesde plaats tenslotte mogen we van externe toezichthouders verwachten dat ze in hun relatie met hun doelgroep een ‘bottom up’ en niet een ‘top down’ houding aannemen. Een toezichthouder moet zijn doelgroep als cliënt beschouwen, die moet worden geholpen om aan de gestelde (redelijke) eisen te voldoen. Ivoren toren-gedrag is niet meer van deze tijd. Kortom, er is nog veel werk aan de winkel. Onder toezicht gestelden in de wereld: verenigt u en eis van uw externe toezichthouders meer helderheid over hun eigen integriteit!

Prof. dr. F.B.M. Kunneman is senior partner bij advocatenkantoor VanEps Kunnenman VanDoorne en hoogleraar Corporate Governance aan de UoC. Hij leidt het team dat adviseert over corporate governance. Hij schrijft en doceert al decennia over dit onderwerp. Lees meer …

8 Reacties op “Column Kunneman | Toezichthoudersintegriteit

  1. Het verbaast me Hans dat je dat niet weet. Menigeen heeft daar in die tijd het nodige over gezegd. Uiteindelijk werd de druk te groot en is hetzij de professor afgetreden of heeft zijn advocatenkantoor het veld geruimd. Dat staat me niet precies meer bij. Maar het kwaad was natuurlijk al geschied. De professor hield immers toezicht op een directie die werd bijgestaan door zijn eigen advocatenkantoor. Dat vond de Professor kennelijk volstrekt normaal en integer zolang niemand er iets van zei. Je kan je voorstellen hoe dat dan ging. Ouwe jongens en veel krentenbrood. Ik kan me nog wel herinneren dat deze vreemde combinatie, tijdens een van de vele corporate governance cursussen waar de Professor les gaf, eens werd aangekaart. Hij hakkelde toen wat en schakelde snel door naar een ander onderwerp. Begrijp me goed, zijn geschreven stukjes zijn zuiver. Hij weet best hoe het moet maar het is een grote schijnheilige. Geef hem morgen een willekeurig commissariaat en hij vergeet al zijn preken.

  2. Willem, dat is nieuw voor mij.

    Als je gelijk hebt noem ik Kunneman geen meneer meer.

    Professor Doctor Kunneman, come in please.

    En waar blijft de reactie van Miguel Goede? Die komt je normaal gesproken via media tegemoet, maar nu hij wat uit moet leggen zwijgt hij in alle talen.

    Geen good corporate governance, Miguel. Masterclassje van Frielink nodig?

  3. Nee, neem dan de schijnheilige professor zelf die tegelijkertijd commissaris en advocaat van Aquaelectra was. Echt een toonbeeld van integriteit. Ik vind het niet kunnen man.

  4. Ik wacht op een reactie van de heer Kunneman over de mogelijkheden tot het aansprakelijk stellen van falende commissarissen als Frielink, van der Kwast en Remigio Booi.

    Ik heb het hier nog nooit zien gebeuren, reden waarom iedere flapdrol commissaris kan worden.

  5. Naar een masterclass corporate governance van Frielink gaan is hetzelfde als naar een masterclass integriteit van Schotte gaan,

    Als Miguel Goede deze rubber stamp inderdaad heeft ingehuurd voor zijn masterclass CG begin ik te twijfelen of zijn ontslag bij de UNA toch niet gerechtvaardigd was.

  6. Het spreekt nog minder voor de studenten dat ze kritiekloos naar freeloader Frielink luisterend.

    Dat is nu eenmaal het nivo van de UNA student

  7. Frielink liet zich eind vorige maand vorstelijk betalen voor het geven van een masterclass corporate govenrnance.

    Het spreekt niet voor organisator Miguel Goede dat hij uitgerekend deze kwakzalver van een commissaris studenten liet vertellen wat corporate governance is.

    Het spreekt nog minder voor de studenten dat ze kritiekloos naar freeloader Frielink luisterend. Erg hoopgevend voor de nieuwe generatie commissarissen.

    Frielink is ook Duits consul op Curacao. Zijn enige Duits is waarschijnlijk ‘Ich habe es nicht gewusst’.

    Wie vraagt Miguel Goede volgend jaar voor zijn masterclass? Remigio Booi?

    Come in, Miguel!

  8. Wat, heer Kunneman, als de interne toezichthouders (Frielink en van der Kwast bij Insel Air, de dementerende bejaarde Remigio Booi bij Studiefinanciering) er een puinhoop van maken?

    Wordt het niet tijd om dit soort laffe onbenullen te vervolgen?

    Frielink en van der Kwast hebben de gemeenschap bijna 300 miljoen gekost, Remigio Booi de gemeenschap bijna 100 miljoen!

    Moet de externe toezichthouder zich niet uitspreken over dergelijke schandelijke interne toezichthouders?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *