Column Youp | Atletenpokon

Colum Youp van het Hek voor NRC | Atletenpokonmmetje

De oud-sportarts en dopingdeskundige Michel Karsten is onlangs overleden en ik vraag me af of er schaatsers bij zijn afscheid zijn geweest. Of dat ze minimaal namens de oude kernploeg uit de jaren negentig een krans hebben gestuurd. Bijvoorbeeld een van de oude kampioenskransen die ze na een geslaagd WK omgehangen kregen in Thialf of een ander stadion. Maar dan met een vers lint met daarop de tekst: Namens ons allemaal bedankt Michel! Zonder namen. Want dat kan niet. Een beetje spuitende slikker heeft namelijk een beroepsgeheim.

Dat is onderling zo afgesproken. We gaan onszelf en elkaar nooit verraden. Maar het sturen van zo’n anonieme krans zou wel aardig zijn geweest.

Misschien was het ook humor geweest als iemand dat in 1985 in het Nijmeegse Radboud zoekgeraakte kistje met de urinestalen van Yvonne en Ria tussen de bloemstukken had gezet. Ik heb het over het boxje dat toen zo goed als zeker uit het ziekenhuis is meegenomen door de toenmalige bondsarts Rob Pluijmers. Ik zou dat heel grappig hebben gevonden als dat daar nu zomaar opeens in de aula had gestaan. Als een eerbetoon aan Michel Karsten, die toentertijd als enige gewoon zei hoe het zat. Namelijk dat heel veel topsporters bij hem besmuikt kwamen bedelen om een lepeltje atletenpokon. Domweg omdat de concurrentie het ook gebruikte. Alle tegenstanders uit het Oostblok waren in die jaren chronisch stoned van de anabolen en de epo, dus de Nederlanders moesten wel. Of ik de dokter geloof? Dat deed ik toen al.

Michel was een echte arts en noemde daarom geen namen. Maar de topsporters kwamen wel degelijk aan zijn deur. Sowieso één schaatser. Zo zei hij het tenminste. Niet aan zijn praktijkdeur, maar discreet bij hem thuis. Wielrenners, krachtsporters, bodybuilders en ander fanatieke jongens en meisjes uit allerlei disciplines. Allemaal types die we toen regelmatig op de televisie zagen excelleren. Ook voetballers? Zou zomaar kunnen. En hardlopers? Waarom niet? Ik ben niet verbaasd als zij ook regelmatig bij dokter Karsten aanbelden. Nooit overdag natuurlijk. Nee, ’s avonds als het lekker donker was. Dat was in de tijd dat Mart Lance nog geloofde.

Natuurlijk werden de schaatsers in de jaren negentig heel boos op Karsten toen hij op televisie repte over de bezoekjes van een niet nader te noemen schaatser en ze spanden zelfs nog een kort geding tegen hem aan. Een kort geding dat niemand won of verloor. En volgens Karsten werd het na die ophef bij hem alleen maar drukker. Bij Michel moest je zijn. Hij kon goed uitleggen wat je wel of absoluut niet kon nemen.

Nu, meer dan 25 jaar later, schijnt de schaatssport geheel schoon te zijn. Hooguit een druivensuikertje, maar verder echt niks. Net als bij de hockeyers. En bij de voetballers uiteraard. Zoals nu ook het wielrennen geheel clean is. Er wordt echt niks meer toegediend. Alle sporters zijn goudeerlijk. Ze trainen zich het schompes en gaan daarna met open vizier de strijd met elkaar aan.

Dit laatste ga ik eens lekker verdedigen aan het komende kerstdiner. Kerst is toch een feest voor de goedgelovigen. En ik wil die paar uurtjes vrede op aarde niet verstoren.

Nee, dit jaar ga ik de sporters prijzen. Niet een uitgezonderd. Sporters zijn eerlijk en oprecht. Ik ga wel opletten dat ik niet te veel drink omdat ik na een paar glazen mijn mening nog wel eens een beetje wil bijstellen. Het wordt een heerlijk diner met louter warme woorden en wensen. Zelfs de Russen prijs ik. Misschien roep ik op een gegeven moment wel dat de sportwereld een vaasje is dat we moeten koesteren en dat niet mag breken. Ik drink op iedere sporter die schoon is. Brandschoon! Op Tom, Dafne, Irene, Sven, Kjeld, Suzanne, Max, Matthijs, Frenkie, Kiki en alle anderen die afgelopen jaar groots gepresteerd hebben. En ik proost aan het eind in mijn eentje heel zacht op dokter Karsten van wie ik weet dat hij gelijk had. Groot gelijk zelfs. En dat weet ik niet alleen. Dat weten heel veel sporters. Gezondheid!

Bron: NRC Handelsblad

Een Reactie op “Column Youp | Atletenpokon

  1. Van de doden niets dan goeds!
    Opmerkelijk dat iemand na zijn/haar dood nog met verhalen komt die niet meer te achterhalen zijn.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *