Consument betaalt duur voor ‘recovery’

Populistische politiek levert hoge nutsrekening op

aqualectra-150x1501.jpgWillemstad – De Curaçaose consument betaalt per kWh stroom ruim een dubbeltje (10 cent) extra aan correcties en ‘recovery’ om financiële schade opgelopen in het verleden, onder andere door toedoen van directe politieke bemoeienis, te herstellen.

Tien cent per kilowattuur lijkt niet veel, maar het is 13,7 procent van het gemiddelde tarief in december dat 73,84 cent per kWh bedraagt.
Dat is de prijs die alle huishoudens en zaken/industrieën nu betalen door onder andere fouten en politiek populistisch beleid van de regering in het verleden.
Nutsbedrijf Aqualectra werd namelijk verplicht om onder de kostprijs te verkopen, met miljoenen aan verliezen tot gevolg.
Dat moeten de afnemers nu alsnog betalen, waardoor het reeds relatief bijzonder hoge tarief – vaak tientallen procenten hoger dan buureilanden Bonaire, Sint Maarten en vooral Aruba, zoals deze krant vorige week berichtte – onnodig nóg hoger is.
Weliswaar waren door rechtstreeks ingrijpen van de regering stroom en water toen iets goedkoper en wordt dat nu verrekend, maar anders dan in 2010 en 2011 staat de economie er op het moment slechter voor en is de koopkracht verslechterd waardoor de correctie/recovery nu harder aankomt.

De Curaçaose consument betaalt per kWh stroom ruim een dubbeltje (10 cent) extra aan correcties en ‘recovery’.

De Curaçaose consument betaalt per kWh stroom ruim een dubbeltje (10 cent) extra aan correcties en ‘recovery’.

Voor water betaalt de consument bijna een gulden meer per kuub (m3) dan nodig zou zijn, om precies te zijn 95 cent.
Het gemiddelde tarief voor leidingwater van Aqualectra bedraagt in december 11,22 gulden per m3.
Door de correcties en toegepaste recovery is dat 8,5 procent meer dan eigenlijk nodig.
Dit valt op te maken uit berekeningen en de toelichting daarop van minister van Financiën, José Jardim, gericht aan Aqualectra.
Bij het nutsbedrijf is Darick Jonis ‘acting ceo’, waarnemend algemeen directeur.
Jonis is nog altijd de enige directeur nadat Anthon Casperson, Dieudonné ‘Neetje’ van der Veen en Billy Pandt onder de vorige regering Schotte het veld moesten ruimen, maar overigens wel hun rechtszaken die daarop volgden wonnen.
Het tarief voor stroom en water is opgebouwd uit een basiscomponent, dit deel van het tarief bevat de operationele kosten van elektriciteit en water, vermeerderd met de zogeheten brandstofclausule.
Deze brandstofclausule bestaat uit de brandstofkosten (prognose voor de maand waarin het tarief van toepassing is); de ‘recovery’ voor compensatie van de onderdekking van de brandstofkosten voor de periode januari 2011 tot en met mei 2012; de ‘correctiefactor’ voor de periode juni tot en met december 2012; en nog een correctiefactor over de maand oktober 2013.
Dit laatste heeft te maken met het feit dat de gegevens met een vertraging van twee maanden binnenkomen.
De recovery van 5,2 cent per kWh, omdat Aqualectra in 2011 en 2012 gedwongen werd onder de kostprijs stroom en water af te zetten, is evenveel als de 5 cent die toenmalig premier Gerrit Schotte (MFK) – toen hoogstpersoonlijk belast met de gehele energieketen – in april 2011 ‘cadeau’ deed.
Tegen alle ontwikkelingen elders ter wereld in, werden op Curaçao zowel de stroom- als de brandstoftarieven verlaagd.
Tijdens een persconferentie van de ministerraad maakte Schotte bekend dat de prijs van elektriciteit ingaande maandag 11 april 2011 met 5 cent per kilowattuur werd verlaagd.
De directie van Integrated Utilities Holding (IUH), de formele naam van Aqualectra, liet onmiddellijk weten dat dit aanzienlijke financiële problemen voor het noodlijdende energiebedrijf met zich mee zou brengen.
Het mocht niet baten.

De interventie van Schotte in de tarifering van Aqualectra is nu nog steeds een van de redenen dat het nutsbedrijf – dat nog altijd niet de jaarrekeningen 2011 en 2012 kan produceren – geen bankfinanciering kan verkrijgen.
De financiers willen keiharde zekerheden dat straks niet opnieuw door de politiek, rechtstreeks of via de Raad van Commissarissen (RvC), kan worden ingegrepen in de bedrijfsvoering van Aqualectra.

Vanaf 2012 is een recovery van toepassing.
In totaal zijn er met de recovery tientallen miljoenen gemoeid.
Van juli tot en met december 2012 zo’n 18,9 miljoen gulden en van januari tot en met december 2013 nog eens 38,3 miljoen.
Samen gaat het om 57,2 miljoen.
De prognoses van de brandstofkosten zijn gebaseerd op de brandstofprijzen en de productiemix en is informatie die overgelegd wordt door Aqualectra.
Het nutsbedrijf betrekt de brandstof van een andere overheids- nv, namelijk Curoil, en van Refinería Isla.
Minister van Financiën Jardim is tevens de minister belast met Energiezaken.

Ook nog correctiefactor
Bovenop de recovery van 5,2 cent per kWh komt een ‘correctiefactor’ van 2,2 cent per kWh over de voorgaande jaren en nog eens een correctiefactor van 2,7 cent in verband met de maandelijkse rechtzetting op basis van de factuurgegevens van twee maanden eerder.
Samen met de brandstofkosten van 34,6 cent komt het brandstofdeel van het stroomtarief uit op 44,7 cent per kWh.
Dit brandstofcomponent, ofwel de ‘brandstofclausule’, wordt opgeteld bij het zogeheten basistarief (de operationele kosten van Aqualectra) van 29,2 cent en samen komt daarmee het gemiddelde tarief voor december uit op 73,8 cent voor een kilowattuur stroom.

Bij water gebeurt hetzelfde.
Een kuub (m3) water kost in de maand december gemiddeld 11,22 gulden.
In totaal moet de afnemer bijna een gulden neertellen aan prijscorrecties in verband met verrekeningen met het verleden.
Het gaat, om precies te zijn, om 94,6 cent per kuub drinkwater.
Daarvan is 37,4 cent ‘recovery’; ruim bijna 15,7 cent correctie over de voorgaande jaren; en 41,4 cent correctie in verband met de facturen over oktober die nu in de prijs doorwerken.

Samen met de brandstofkosten van 2,56 gulden komt dit neer op een brandstofclausule van bijna 3,51 gulden.
Het basistarief voor water – de kosten voor de productie voor personeel en machines – is ruim het dubbele daarvan, namelijk 7,71 gulden.
De brandstofclausules vormen dus het brandstofgedeelte in de tarieven.
Op 23 mei 2012 is door de ministerraad (Schotte) de beslissing genomen om ingaande 1 juni dat jaar voor de tarieven van elektriciteit en water de zogenaamde brandstofclausule in te voeren.
Dat was vier maanden voor het ontslag van het kabinet Schotte.
Op 5 juli 2012 heeft dezelfde ministerraad besloten een recovery in te voeren ingaande 1 augustus van dat jaar.
Voor een periode van twaalf maanden zou dat zijn.
En op 12 september 2012 heeft de Raad van Ministers het besluit genomen ook een recovery in te voeren ter compensatie van de onderdekking van de kosten van brandstof in de periode januari tot en met december 2011.
Deze recovery wordt gerealiseerd door de bestaande recovery met acht maanden te verlengen.

Bron: Antiliaans Dagblad

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *