Contracten afsluiten met bestuursleden BZV niet geoorloofd

contractWILLEMSTAD — Volgens de statuten van stichting Bureau Ziektekostenvoorzieningen (BZV) mogen er geen arbeidsovereenkomsten worden gesloten met bestuursleden. Toch heeft secretaris van het bestuur Milton Yarzagaray een ‘overeenkomst van opdracht’ getekend als ‘gedelegeerd bestuurder’, belast met de algehele leiding binnen de BZV en directietaken.

Hiervoor ontving hij een salaris van 24.000 gulden plus een onkostenvergoeding van 900 gulden per maand.
Overheidsaccountantsbureau Soab heeft tijdens een financieel onderzoek bij BZV deze overeenkomst vergeleken met die van de manager Finance en de beleidsmanager.

Met de drie functionarissen van de stichting BZV zijn verschillende overeenkomsten gesloten, constateert Soab.
Zo heet de overeenkomst met de gedelegeerd bestuurder een ‘overeenkomst van opdracht’, de overeenkomst met de manager Finance een ‘arbeidsovereenkomst’ en de overeenkomst met de beleidsmanager een ‘dienstovereenkomst’.

Soab wijst er in een tussentijdse rapportage aan minister van Gezondheid, Milieu en Natuur Ben Whiteman (Pueblo Soberano) op, dat artikel 5.5 van de statuten van BZV stelt dat met bestuursleden geen arbeidsovereenkomsten mogen worden gesloten.
Yarzagaray geeft aan, aldus Soab, dat dit ook niet aan de orde is omdat een ‘overeenkomst van opdracht’ is gesloten.

Soab heeft de inhoud van de arbeidsovereenkomst van de Finance-manager vergeleken met de ‘overeenkomst van opdracht’ van de gedelegeerd bestuurder.
Hiertussen zijn geen wezenlijke verschillen vastgesteld anders dan dat het woord ‘werknemer’ is vervangen door ‘opdrachtnemer’. Ook op de overeenkomst van opdracht met de gedelegeerd bestuurder is artikel 16 van het arbeidsreglement voor het BZV-personeel van toepassing.
In artikel 3 van deze ‘overeenkomst van opdracht’ wordt aangegeven dat doorbetaling van loon bij vroegtijdige beëindiging van het contract zal plaatsvinden en wordt tevens een vakantie-uitkering van 7 procent van het bruto-jaarsalaris toegekend.

Desgevraagd geeft de juridisch adviseur van het bestuur, Bertie Braam, aan dat de inhoud van de overeenkomst van opdracht niet relevant is voor de bepaling van de arbeidsrelatie tussen de bestuurder en de stichting, aldus Soab.

“Dit omdat artikel 8, lid 5 van boek 2 van het Burgerlijk Wetboek stelt: ‘De rechtsverhouding tussen een bestuurder en de rechtspersoon wordt niet aangemerkt of mede aangemerkt als een arbeidsovereenkomst’.”

Er is dus volgens Braam per definitie geen sprake van een arbeidsovereenkomst tussen de bestuurder en de stichting.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *