Amigoe | Curaçaose leden RvC Centrale Bank boycotten vergadering

Vrees voor alsnog goedkeuren onrechtmatige beslissingen

Vrees voor alsnog goedkeuren onrechtmatige beslissingen

WILLEMSTAD — De leden van de Raad van Commissarissen (RvC) van de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS) die door de regering van Curaçao zijn voorgedragen, zullen wegblijven bij de vergadering van de RvC die door de ‘Sintmaartense’ RvCleden voor aanstaande zaterdag is aangevraagd.

De intentie om notulen van een directievergadering van 7 maart goed te keuren is de raadsleden Renny Maduro, Glenn Camelia en Lincoln James in het verkeerde keelgat geschoten.

De RvC-leden willen niet deelnemen aan een vergadering waarbij de mogelijkheid bestaat dat, nu Roderick Pietersz als zevende tijdelijke lid van de RVC is benoemd, een meerderheid voor stemt om vermeende onrechtmatige beslissingen alsnog recht te trekken. Het gaat hierbij dus voornamelijk om de notulen van de directievergadering van 7 maart, maar ook de goedkeuring van de CBCS-begroting 2012 staat op de agenda en houdt verband met de middelen die de bank tot haar beschikking heeft om dit jaar te beleggen.

De notulen van 7 maart zijn in die zin zeer bijzonder omdat deze verwijzen naar de notulen van een directievergadering van 10 februari. In de notulen van 10 februari staat onder meer dat de vergadering instemt met het voorstel dat CBCS inschrijvers op een emissie van een obligatielening ten gunste St. Maarten Harbour Holding (SMHH) een terugkoopfaciliteit (repurchase of repo) aanbiedt.

Een van de statutaire directeuren die tijdens de vergadering van 10 februari aanwezig was, Alberto ‘Chos’ Romero, bestrijdt echter ten stelligste dat hij ooit akkoord is gegaan met een dergelijk voorstel. In een mail aan de overige directieleden wijst Romero erop dat de uitnodiging voor de vergadering van 10 februari als enige onderwerp had ‘presentatie ICT-projecten’. Dat stond in de mail van adjunctdirecteur Jeffrey Sybesma die de uitnodigingen heeft rondgestuurd.

Verder zegt Romero in zijn mail dat hij pas op 13 februari tijdens een gesprek met de directeur van de Ontwikkelingsbank Nederlandse Antillen op de hoogte werd gebracht van een brief over een repo. “Eerder wist ik dit niet en heeft niemand mij hierover geïnformeerd.”

In de vergadering van 7 maart brengt Romero een aantal documenten in om aan te tonen dat hij niet op de hoogte was van de intenties om met de lening te komen en dat hij tegen een dergelijke emissie is.

Op 20 maart stuurt Romero via zijn advocaat een brief naar onder meer de voorzitter van de RvC en de minister van Financiën waarin hij zijn standpunt, onderbouwd met verschillende bijlagen, weer kenbaar maakt. Romero vindt de gang van zaken zeer discutabel omdat hij zes weken na de vergadering van 10 februari de notulen van de vergadering ontvangt waarin de schijn wordt gewekt dat hij op enigerlei wijze is betrokken bij de lening van SMHH. “Dit is pertinent onjuist.” Het bevreemdt Romero des te meer dat het de eerste notulen zijn die hij ontvangt in jaren van directievergaderingen.

Alles wijst er nu op dat achteraf – met opzet – ondergetekende wordt betrokken in een besluit dat hij niet heeft genomen noch in heeft geparticipeerd.” Verder vraagt Romero om een kopie van het directiebesluit met zijn paraaf eronder als bewijs dat hij heeft ingestemd met de repo.

Romero is niet de enige binnen de CBCS die vermeende onrechtmatige of strafrechtelijke handelingen aan de kaak stelt. Uit een brief van RvC-lid Glenn Camelia van 5 maart aan RvC-voorzitter Renny Maduro blijkt dat het maar niet lukt om afspraken te maken over een in te stellen onderzoek naar het handelen van CBCS-directeur Emsley Tromp. Camelia krijgt zelfs de indruk dat Tromp te kwader trouw aan het handelen is. Zijn brief is dan ook bestemd als een poging om tijdelijk te waarschuwen voor onrechtmatige beslissingen tijdens een raadsvergadering van 7 maart op St. Maarten, opgeroepen door Tromp, waaronder het achteraf bekrachtigen van reeds gepleegde handelingen, alsnog dekken van onrechtmatige handelingen, nietige besluiten, zonder de meerderheid van de RvC, garanties van miljoenen achteraf bekrachtigen en terugdraaien van rechtmatige beslissingen van de RvC tot het verrichten van onderzoek.

In een raadsbesluit van 12 oktober vorig jaar is, volgens Camelia, bepaald dat een onderzoek zal plaatsvinden. Om het onderzoek objectief en onafhankelijk te laten plaatsvinden is in het besluit bepaald dat Tromp gedurende het onderzoek met betaald verlof afwezig zal zijn. Ook Tromp heeft uiteindelijk ingestemd met het laten verrichten van een onderzoek, aldus Camelia. Het besluit van 12 oktober is op 3 januari aan Tromp persoonlijk overhandigd.

Maar uit verschillende correspondentie neemt Camelia aan dat Tromp nog niet heeft voldaan aan het besluit van de RvC van 12 oktober en weigert hij medewerking te verlenen aan een objectief onderzoek. “Dit neigt naar anarchisme”, schrijft Camelia.

Om deze reden zegt hij dat hij niet kan deelnemen aan een door Tromp opgeroepen vergadering. “Door de president wordt niet voldaan aan een besluit van de raad gebaseerd op zijn toezichtfunctie en deze president meent zelfs aanwezig te kunnen zijn in een vergadering van dezelfde raad. Ergo, de president meent zelfs een vergadering van de raad eigenmachtig te kunnen oproepen.”

Camelia wijst op het bankstatuut dat stelt: ‘De Raad van Commissarissen vergadert ten minste eens in de twee maanden en voorts zo dikwijls als de voorzitter of twee leden of de president dit nodig oordeelt of wenselijk acht’. “Maar evenals in het geval dat twee leden een vergadering nodig of wenselijk achten, moet ook als de president dit wenselijk of nodig acht, de procedure via de voorzitter worden gekanaliseerd.

Het getuigt van kwader trouw en is in strijd met de geest van het bankstatuut wanneer de voorzitter onderbouwd aangeeft niet onder deze omstandigheden te willen vergaderen met de president en deze toch een vergadering meent te moeten oproepen, de kosten hiervoor door de bank te laten betalen en de indruk wekt rechtsgeldige besluiten te kunnen nemen.”

Regels

Dat het al geruime tijd broeit bij de CBCS is bekend. Vooral ‘het handelen van Tromp’ is een probleem voor de huidige regering. Hij kwam een jaar geleden onder vuur te liggen toen premier Gerrit Schotte (MFK) op de proppen kwam met documenten waaruit bleek dat 400.000 dollar op de pensioenrekening van Tromp werd gestort uit een miljoenenlening die de kledingzaak van zijn vriendin zonder enige borgstelling had gekregen.

Verder speelt nog de goedkeuring van een obligatielening ten gunste van Aqualectra voor 300 miljoen gulden in december 2009 en meer recentelijk een garantie voor een obligatielening voor de St. Maarten Harbour Holding (SMHH) ter waarde van 150 miljoen dollar. Vooral over de laatste kwestie is er de laatste maanden veel te doen. Zou de garantiestelling van de CBCS wel of niet rechtmatig zijn? Zoals al uitgebreid gemeld door de Amigoe heeft de CBCS onlangs in een reactie gesteld dat er geen enkele onduidelijkheid bestaat over de geldigheid van haar beleggingsbeleid.

Volgens CBCS is er geen kredietwaardigheidsbeoordeling nodig om in een lening ten gunste van SMHH te beleggen omdat het om een binnenlandse belegging gaat. Een analyse van de bankstatuten en het beleggingsbeleid wijzen er echter op dat er wel degelijk reden is om te betwijfelen of alles volgens de regels is gebeurd. Volgens de eigen statuten kan de CBCS haar kapitaal en reserves beleggen volgens de regels die de RvC in het beleggingsbeleid heeft vastgesteld.

Artikel 27 van het bankstatuut praat alleen van beleggingen. Het maakt geen onderscheid tussen binnen- en buitenland. “De belegging van haar kapitaal geschiedt op grond van een vooraf vastgesteld beleggingsbeleid waarbij slechts in de hierbij aangegeven effecten kan worden belegd”, staat in de statuten te lezen. Er is echter voor 2012 geen door de RvC vastgesteld  beleggingsbeleid. De laatste goedgekeurde beleggingsactiviteit dateert van vorig jaar. Dit beleid stelt dat de beleggingsactiviteiten van de bank gericht zijn op het maximaliseren van het rendement van de belegging van haar belegbaar vermogen en dienen te geschieden binnen de wettelijke verankerde beperkingen, binnen de gekozen risicolimieten en binnen de kaders van het monetair beleid. Het beleid stelt verder dat, binnen de gekozen risicolimiet, alle uitzettingen moeten plaatsvinden binnen vier vastgestelde categorieën.

Deze zijn:

1) Schuldbewijzen van buitenlandse overheden,

2) Overheidsgegarandeerde instellingen,

3) Internationale organisaties met een kredietwaardigheidsbeoordeling van AA3 en

3) Buitenlandse banken met een kredietwaardigheidsbeoordeling van minimaal AA3.

De lening ten gunste van SMHH valt binnen geen van deze vier categorieën. Dus conform het beleggingsbeleid van 2011 had de CBCS de obligaties niet mogen kopen, laat staan garant mogen staan om de obligaties te allen tijde tegen de uitgiftekoers terug te kopen. De garantiestelling die de CBCS op 10 februari in een brief aan AIC Finance heeft gestuurd is daarom onrechtmatig. De garantiestelling of repo mocht de CBCS alleen geven in haar rol als ‘lender of last resort’. Dit conform de memorie van toelichting op artikel 10 lid 6 van de bankstatuten.

Haaks

Het besluit van de CBCS om over te gaan tot emissie van de aandelen ten gunste van SMHH staat ook haaks op haar eigen monetaire beleid om een halt toe te roepen aan de dalende trend in de deviezenreserves die op termijn de stabiliteit van de gulden kunnen ondermijnen. In september vorig jaar heeft de CBCS aangekondigd de kasreserve met 2 procentpunten te verhogen naar 9,75 procent. In de daaropvolgende maanden werd deze reserve maandelijks met 0,25 procentpunt verhoogd. Begin dit jaar zijn de lokale banken een nulgroei in verstrekte kredieten opgelegd. Mede door de emissie ten gunste van SMHH is in de derde week van februari een daling in de deviezenvoorraad geregistreerd van 214,6 miljoen gulden.

Bron: Amigoe

Een Reactie op “Amigoe | Curaçaose leden RvC Centrale Bank boycotten vergadering

  1. Hoe kan iemand de notulen goedkeuren van een vergadering waar hij nooit bij is geweest?

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *