DCLP | Charla Mr. Jan de Boer bij beëdiging advocaten: Concurrentiebeding en relatiebeding

Concurrentiebeding en relatiebeding

WILLEMSTAD – Het Gemeenschappelijk Hof van Justitie heeft op 27 februari 2018 twee nieuwe advocaten in Curaçao beëdigd. Het gaat om mrs.C. van der Slikke en C.A.W. van den Broek.

Naar goed gebruik is daarbij een toespraak gehouden door de voorzitter van de Hofcombinatie mr. Jan de Boer (“stichtelijke woorden in het algemeen belang”), als hommage aan de nieuwe advocaten. Hij heeft dit keer stil gestaan bij het onderwerp concurrentiebeding en relatiebeding.

Volgens mr. De Boer leeft bij sommigen in Curaçao – vooral bij werkgevers en hun advocaten – de gedachte dat een concurrentiebeding niet mag (omdat dit verboden is in de wet), maar een relatiebeding wel. Deze gedachte is volgens hem fout.

Bij een concurrentiebeding moet men denken aan een clausule in de arbeidsovereenkomst die het verbiedt om na het einde van de arbeidsovereenkomst (gedurende bepaalde tijd) in dezelfde branche werkzaam te zijn (zelfstandig of in dienstverband bij een concurrent). Bijvoorbeeld, een monteur bij een garage of een advocaat in dienstbetrekking mag na afloop van de arbeidsovereenkomst niet als monteur of advocaat zelfstandig of in dienstverband werken en aldus de ex-werkgever beconcurreren. Dit beding is zeker verboden in de wet.

Een relatiebeding verbiedt de werknemer (gedurende bepaalde tijd) na het eindigen van de arbeidsovereenkomst cliënten van werkgever te benaderen of te bedienen. Een relatiebeding kan men zien als een concurrentiebeding in beperkte vorm. Volgens sommigen (vooral werkgevers) is dit beding wel geldig, gelet op de wettekst.

Hoe luidt de wet? Artikel 1613v van Boek 7A van het Burgerlijk Wetboek bepaalt (sedert 2000):
‘Ieder beding waarbij de arbeider al dan niet gedurende bepaalde tijd beperkt wordt om
na het einde van de dienstbetrekking op zekere wijze werkzaam te zijn is nietig.’

Hier wordt een absoluut verbod gegeven, anders dan in Nederland.

Sommigen geloven dat de woorden ‘op zekere wijze werkzaam te zijn’ alleen slaat op de aard van de werkzaamheden, bijv. het werken als monteur, advocaat, accountant enz.

Dit is onjuist volgens mr. De Boer. De woorden slaan ook op het werven van klanten.

De bedoeling van het wettelijk verbod is de werknemer te beschermen, zeker in het kleine Curaçao. Het recht op arbeidskeuze is fundamenteel. Hoe moet een ex-werknemer in Curaçao zijn brood verdienen als hij gebonden is aan concurrentie- en relatiebedingen? Deze bedoeling van de wetgever in 2000 leidt tot een ruime uitleg van de wettekst.

Onlangs heeft de Hoge Raad in een Nederlandse zaak (de Nederlandse wet gebruikt dezelfde woorden als de Curaçaose, al geldt in Nederland geen absoluut verbod) beslist dat de woorden ‘op zekere wijze werkzaam te zijn’ ook slaat op een relatiebeding (HR 3 maart 2017, www.rechtspraak.nl onder ECLI:NL:HR:2017:364).

Wel geldt dat het actief weglokken van relaties van de ex-werkgever onrechtmatig kan zijn (artikel 6:162 BW). Maar het passief bedienen van die relaties – omdat die met jou tevreden zijn en met jou mee willen – is niet onrechtmatig.

Mr. De Boer besloot zijn charla met de woorden: ‘Dus, Dames en heren, mocht u als advocaat in dienstverband werkzaam zijn en U bij het weggaan geconfronteerd wordt met een relatiebeding: niets van aantrekken.’

Bron: Dutch Caribbean Legal Portal

Een Reactie op “DCLP | Charla Mr. Jan de Boer bij beëdiging advocaten: Concurrentiebeding en relatiebeding

  1. Hoeveel advocaten hebben we hier nu eigenlijk nodig op dit eiland. We zitten inmiddels ver over de 200 en dat voor een eiland met amper 150,000 inwoners is een beetje absurd te noemen.
    Geen van deze figuren wil werken voor een bedrag dat lager ligt dan globaal 30 tot 40 keer het minimum uurloon en ze zien je het liefst naar de rechter gaan met totaal onwinbare zaken. Of je namelijk wint of verliest, het maakt niet uit, zij winnen altijd, want die rekening moet worden betaald.

    De advocatuur zou er goed aan doen om eens de hand in eigen boezem te steken. We leven op een eiland waar wetteloosheid regeert en daar zijn zij mede schuldig aan. De kosten van een gang naar de rechter zijn zo absurd hoog dat velen dat niet kunnen betalen en van dat feit maken velen handig gebruik. Ze weten dat ze overal mee weg kunnen komen, simpelweg omdat de verhaalkosten veel, maar dan ook veel te hoog zijn.

    Dat systeem moet veranderen !

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *