Discriminatie ligt te identiferen

ombudsmanWillemstad – De ombudsman van Curaçao heeft zulke gedetailleerde normen van goed bestuur opgesteld, waardoor afwijkingen hiervan, waaronder discriminatie, gemakkelijk te identificeren zullen zijn.

Dat staat in de periodieke Koninkrijksrapportage aan het comité tegen rassendiscriminatie over de implementatie van het VN Verdrag inzake de uitbanning van elke vorm van rassendiscriminatie.
Dit rapport werd gisteren aan de Tweede Kamer aangeboden.
Hoewel er op Curaçao geen sprake is van algemene ‘antidiscriminatiewet’ zorgt volgens het rapport de onbelemmerde toegang tot de rechter en de ombudsman wanneer dit nodig is, voor schadeloosstelling.
Opmerkelijk is dat er in de afgelopen vijf jaar, volgens de jaarverslagen van de ombudsman, geen beschuldigingen van rassendiscriminatie worden genoemd.
Naast de onbelemmerde toegang tot de rechter en de ombudsman omvat het Curaçaose wettelijke kader een staatsregeling waarin respect voor mensenrechten is vastgelegd, evenals de toegang tot de ombudsdienst voor schadeloosstelling in het geval dat de overheid zich schuldig maakt aan discriminatie.
De grondwet van Curaçao, geïntroduceerd op 10 oktober 2010, bepaalt in artikel 3 dat alle personen op Curaçao in gelijke gevallen gelijk moeten worden behandeld.
Discriminatie op grond van ras en bepaalde andere gronden wordt niet getolereerd.
Toch heeft de 80/20-regeling, zo blijkt uit de periodieke koninkrijksrapportage, wegens zijn voor velen discriminerend karakter, bijna net zoveel aandacht gekregen als de Terugkeerregeling in Nederland.
De kwestie rond beide is of zij discriminerend zijn of niet.
De 80/20-wetgeving, geïnitieerd door het parlement, is gericht op het waarborgen van voldoende banen voor de lokale bevolking.
Op dit moment is de overheid nog bezig met het opstellen van een definitieve aanbeveling met betrekking tot deze wetgeving.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *