Experts: screening gaat verder

Gerrit Schotte  | FOTO JEU OLIMPIO

Premier Gerrit Schotte. | FOTO JEU OLIMPIO

Willemstad – Bij zijn verzoek aan Gerrit Schotte (MFK) een kabinet voor het Land Curaçao te formeren, heeft gouverneur Frits Goedgedrag de toen beoogd premier gewezen op het Landsbesluit van 10 februari 2010 inzake de onverenigbaarheid van belangen en functies voor ministers en staatssecretarissen, welke regeling ook van toepassing bleef in het nieuwe Land Curaçao, en Schotte verzocht ‘erop toe te zien dat deze regeling in acht wordt genomen’. Zo meldde het Kabinet van de Gouverneur van – toen nog – de Nederlandse Antillen en inmiddels Curaçao op 17 september.

Over de ‘screening’ van de bewindslieden is deze week een discussie ontstaan, aangezwengeld door oud-Statenvoorzitter Pedro Atacho (PAR) nu lid van de oppositiefractie in het Curaçaose parlement. Minister-president Gerrit Schotte verklaarde woensdag dat alle ministers het ‘antecedentenonderzoek’ zonder kleerscheuren hebben doorstaan.

Volgens experts is er een wezenlijk verschil tussen een screening en een justitieel antecedentenonderzoek. Laatstgenoemde wordt gedaan door de procureur- generaal (Dick Piar) en is gebaseerd op het nagaan of er sprake is van een strafblad.

Een screening wordt uitgevoerd door de Veiligheidsdienst Nederlandse Antillen (VNA), en gaat veel verder dan een check van de eventuele aanwezigheid van een strafkaart. Ook verjaarde zaken en ‘softe informatie’ over mogelijke (dwars)verbanden en andere connecties van de onderzochte kandidaat-bewindspersoonen worden daarbij in kaart gebracht.

De ‘Regeling inzake onverenigbaarheid van belangen en functies’ gaat overigens niet verder dan het door Schotte genoemde antecedentenonderzoek. De ‘regeling vóórdat de voordracht tot benoeming plaatsvindt’ meldt onder punt 5: ,,De formateur/minister-president zal beschikken over de resultaten van een door de PG ingesteld justitieel antecedentenonderzoek.”

Schotte wekte woensdag bij de persconferentie de indruk dat niet hij als formateur, maar gouverneur Goedgedrag had laten weten dat het met (het resultaat van) het antecedentenonderzoek van alle kandidaten goed zat.

Regeling gaat uit van ‘normale’ zaken

Het antecedentenonderzoek dat is uitgevoerd op alle ministers van het eerste Curaçaose kabinet en waarover premier Schotte gisteren sprak tijdens de wekelijkse persconferentie is vergelijkbaar met de ‘Regeling inzake onverenigbaarheid van belangen en functies’, zoals die per Landsbesluit is vastgesteld.

De regeling gaat uit van een aantal – voor de meeste mensen – ‘normale’ zaken. Zoals een curriculum vitae van de kandidaatbewindspersonen. Maar verder hebben de ministers – als het goed is – ook aan Schotte schriftelijk medegedeeld welke belangen zij in een of meer ondernemingen hebben; welke functies en nevenfuncties zij uitoefenen en welke nevenwerkzaamheden zij verrichten.

Dat geldt ook voor de gegevens over de functies, nevenfuncties en werkzaamheden én de vermogenspositie van hun gezinsleden ‘waarvan kennisneming van belang is met het oog op de goede uitoefening van het toekomstig ambt’.

Idem ten aanzien van de gegevens met betrekking tot het persoonlijk leven en de vermogenspositie die een bewindspersoon ‘bij eventueel bekend worden hem dan wel het kabinet in een ongewenste positie zouden kunnen brengen’. De kandidaat-minister beslist in overleg met de formateur/ premier over het neerleggen van functies, nevenfuncties en werkzaamheden en over het treffen van voorzieningen in het vermogensbeheer.

Zo hadden die moeten zijn neergelegd als die naar het oordeel Schotte ‘tot onwenselijke vermenging van belangen aanleiding kunnen geven’. Belangen in ondernemingen worden afgestoten, voor zover bij ambtsaanvaarding te voorzien is dat deze in strijd kunnen komen met een goede ambtsuitoefening dan wel de schijn kunnen wekken dat objectieve besluitvorming in bepaalde gevallen niet gewaarborgd is.

,,In elk geval zal aandacht worden geschonken aan belangen in een onderneming die zowel in nominale als in percentuele zin niet te omvangrijk mogen zijn,”

aldus de Regeling. Dat geldt tevens voor prioriteitsaandelen of deelnemingen die voor overheidsorders of overheidssteun in aanmerking komen, en aandelen in (semi)overheidsbedrijven. Bij het afstoten van belangen kan in beginsel gedacht worden aan twee mogelijkheden: vervreemding van eigendom, resulterend in een andere belegging van het vermogen; of het overdragen van het beheer aan een derde.

Het is niet bekend of en in hoeverre Schotte hier gebruik van heeft gemaakt, maar hij had de bevoegdheid het advies in te winnen van met name de vicevoorzitter van de Raad van Advies (Frank Kunneman) en de voorzitter van de Algemene Rekenkamer (Freddy Breedijk).

Tot slot: de formateur/minister- president bespreekt met de kandidaat de wenselijkheid van een medisch onderzoek. Het spreekt voor zich, maar de regeling ‘tijdens de ambtsperiode’ houdt in dat de ministers geen (neven)functies aanvaarden en geen belangen creëren die in strijd zijn met al het voorgaande. De minister neemt geen deel aan de besluitvorming over zaken die zijn (ex)belangen, vroegere functies, familie of zakenrelaties raken, voor zover ze in strijd kunnen komen met een goede ambtsuitoefening.

Tijdens de ambtsperiode maakt de bewindspersoon ook geen afspraken over het aanvaarden van toekomstige functies. De gedragslijn die in deze gevolgd moet worden, is dat zoveel mogelijk wordt voorkomen dat de schijn wordt gewekt van onzuiver handelen gedurende de ambtsperiode.

Bron: Antilliaans Dagblad
Zie ook: Dossier: Veiligheidsdienst Curaçao (VDC)

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *