FAS dient klacht in tegen advocaat Eric de Vries

erik de vries

FAS dient klacht in tegen advocaat Eric de Vries

WILLEMSTAD — Fundashon Akshon Sivíl (FAS) heeft onlangs een klacht ingediend bij de Raad van Toezicht voor de advocatuur (RvT) tegen advocaat Eric de Vries, werkzaam bij HBN Law. De stichting verzoekt de raad De Vries passende sancties op te leggen, omdat hij in strijd heeft gehandeld met de kernwaarden van de advocatuur.

De stichting haalt hierbij de handelingen van de advocaat in twee concrete kwesties aan, namelijk zijn betrokkenheid bij de BOO-overeenkomst – een overeenkomst tussen Curaçao Utilities Company nv (CUC) en Refineria di Kòrsou nv (RdK) – en de EEG-overeenkomst tussen de Curaçaose Dok Maatschappij (CDM) en de Curaçao Ports Authority (CPA).

FAS heeft samen met de klacht diverse stukken overlegd om de klacht te onderbouwen, namelijk een e-mail van de advocaat gedateerd 3 januari 2013, een overeenkomst tussen CUC en RdK van 28 december 2011, de jaarstukken van CUC Holding 2010, een SOAB-rapport van 12 oktober 2012 en een overeenkomst tussen CDM en CPA, gedateerd 28 juni 2012.

BOO-overeenkomst

Volgens FAS blijkt uit deze stukken, dat de BOO-centrale ten tijde van de verkoop aan RdK in de boeken van CUC stond voor een bedrag van ruim 180 miljoen gulden, terwijl deze centrale voor een bedrag van slechts 20 miljoen dollar (onverplicht) aan RdK verkocht is. Hierbij is de koopsom middels verrekening voldaan en zijn tevens een aantal schuldeisers voor in totaal vele miljoenen dollars benadeeld, aldus FAS.

De opbrengst is geheel ten goede gekomen aan slechts één van de schuldeisers, namelijk RdK. De overige schuldeisers, waaronder Refineria Isla Curaçao bv (wegens brandstofleveringen en zogenaamde liquidated damages), het bedrijf Seven Seas (wegens waterleveringen) en advocatenkantoor White en Case (juridische bijstand), zijn hierbij opzettelijk en op onrechtmatige wijze benadeeld voor respectievelijk circa 37 miljoen gulden, 4 miljoen gulden en 5 miljoen gulden.

De stichting merkt verder op dat advocaat De Vries ter zake geadviseerd heeft en als de ‘geestelijk vader’ van de transactie beschouwd kan worden. Gezien zijn eigen mail van 3 januari 2013 waarin het woord ‘besparing’ wordt gebruikt, is het evident dat De Vries een actieve rol had bij het opstellen van de betreffende overeenkomst, voegt de stichting daaraan toe.

EEG-overeenkomst

Daarnaast heeft De Vries CPA jarenlang bijgestaan bij een geschil tussen CPA en CDM Holding (de moedermaatschappij van CDM) over het gebruik en de huur van de zogenoemde EEGkade en een aantal kranen, aldus de stichting.

“Volgens CDM Holding was die kade haar eigendom, – zoals ook in het kadaster vermeld staat – maar volgens CPA was CPA rechthebbende en zou CDM Holding huur moeten betalen voor het gebruik.”

Het is FAS verder bekend dat De Vries ten tijde van de EEG-overeenkomst ook CDM bijstond, althans CDM Holding en ook de minister van Economische Zaken onder wie zowel CDM als CPA ressorteerden.

“Uit de stukken blijkt dat CDM een overeenkomst met CPA afgesloten heeft, waarbij CDM een schuld aan CPA erkent van meer dan 35 miljoen gulden. Dit terwijl de vordering van CPA altijd door CDM (Holding) betwist was, op de Holding gepretendeerd was (en dus niet op CDM) en bovendien grotendeels verjaard was indien die vordering überhaupt bestaan had.”

Geconcludeerd kan dan ook worden dat middels de EEG-overeenkomst, CDM willens en wetens volstrekt ten onrechte belast is met een schuld van meer dan 35 miljoen gulden, aldus de stichting.

Het lijkt voor de hand te liggen dat De Vries ook bij deze overeenkomst actief betrokken was, terwijl hij – gezien zijn eigen e-mails – onmiskenbaar op de hoogte was van het feit dat de EEG-overeenkomst valselijk opgesteld was en waarbij CDM ten onrechte met een enorme schuld opgezadeld was, benadrukt FAS.

“Het heeft er overigens vooralsnog alle schijn van dat middels deze overeenkomst getracht is om een sterfhuisconstructie op te zetten, waarbij de Cubaanse schuldeisers van CDM met lege handen achterblijven.”

Het betreft hier de voormalige werknemers die een conform een Amerikaans vonnis in totaal 80 miljoen dollar van CDM uitbetaald moeten krijgen.

‘Consigliere’

De klacht is echter niet alleen gebaseerd op het handelen van De Vries in deze twee kwesties. De Vries zou zich volgens de stichting gedurende het kabinet-Schotte (MFK) ook hebben opgesteld als een ‘consigliere’ van een malafide regering.

“Zo heeft hij de regering- Schotte klaarblijkelijk gefaciliteerd bij het monddood maken van de toenmalige directie van Aqualectra, waardoor binnen de Aqualectra op grote schaal wanbeleid plaats heeft kunnen vinden met ook desastreuze financiële gevolgen voor dat bedrijf.”

Bron: Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *