FD | Ballast Nedam-directeuren betaalden smeergeld voor Saoediërs en partij van Bouterse aan zichzelf

Vasco van der Boon • Financieel Dagblad

Directeuren van Ballast Nedam roomden smeergeldpot van hun bouwconcern af.Foto: Harold Versteeg/Hollandse Hoogte

Twee voormalige directeuren van Ballast Nedam hebben ruim €14 mln aan steekpenningen van het bouwbedrijf naar zichzelf geschoven. Het concern had daar eigenlijk buitenlandse zakenpartners in Saoedi-Arabië en Suriname mee willen omkopen. Dit bleek donderdagochtend voor de rechtbank in Utrecht in een regiezitting van de strafzaak tegen de twee oud-bestuurders.

Het Openbaar Ministerie (OM) vervolgt hen voor witwassen van geld afkomstig uit omkoping en verduistering.

Zwitserse nummerrekening

Oud-directeur Martin Weck van Ballast Nedam hield volgens het OM het grootste bedrag aan smeergeld achter dat eigenlijk voor contacten in Soedi-Arabië bestemd was. Hij zou, inclusief beleggingswinst, €12.484.141 uit de smeergeldpot van Ballast Nedam achterover hebben gedrukt. Dat deed hij volgens de aanklagers door ‘een klein deel van de smeergeldbetalingen niet naar de Zwitserse nummerrekening van de Saoediërs over te maken, maar naar een Zwitserse nummerrekening van zichzelf’. De totale smeergeldstroom van Ballast Nedam naar Saoedi-Arabië heeft de Fiod op € 316 mln geraamd.

Volgens het OM was het ‘vrij eenvoudig’ voor de nu 73-jarige Weck om op deze manier zijn werkgever een loer te draaien. ‘Bijna niemand bij Ballast Nedam wist van de nummerrekeningen en wie daar achter zat.’ Een hoogbejaarde vriend van Weck heeft inmiddels met het OM een schikking van €40.000 getroffen voor zijn rol bij het terugsluizen en witwassen van Wecks verborgen Zwitserse miljoenen. De betalingen over en weer liepen via rekeningen met schuilnamen als ‘Ali’ en ‘Jules de Corte’, de in 1996 overleden blinde pianist.

De advocaten van Weck willen onder meer de Saoedische prins Al-Waleed bin Talal als getuige horen.

Ballast-bestuurder Robby A.
De tweede voormalig Ballast Nedam-bestuurder die smeergeld van het bouwconcern aan zichzelf uitbetaalde in plaats van aan buitenlandse zakenpartners, is de 70-jarige Robby A. Hij was financieel directeur van Ballast Nedam International. Het OM verdenkt hem ervan dat hij, inclusief beleggingswinst, voor €1.586.469 aan steekpenningen bestemd voor nummerrekeningen van buitenlandse agenten naar zichzelf liet vloeien, op vergelijkbare wijze als Weck dat deed.

De advocaat van A., Gerard Spong, vraagt de rechtbank om de directeur van de Saoedische fiscus als ontlastende getuige te horen. Deze Saoediër is een van degenen die door Ballast Nedam via A. smeergeld betaald zou hebben gekregen. Een deel daarvan kwam volgens het OM bij A. zelf terecht. A. omschrijft dat tegenover de Fiod als ‘geldrondjes’.

De advocaten van Weck willen twee andere Saoediërs als ontlastende getuigen laten verhoren. Een van hen is prins Al-Waleed bin Talal. Hij is een van de rijkste mensen van Saoedi-Arabië en werd daar onlangs in hechtenis genomen op verdenking van corruptie. De Saoediërs zouden volgens de verdediging kunnen verklaren dat Weck eerlijk aan zijn miljoenen is gekomen. Volgens het OM geeft Weck geen andere verklaring voor de miljoenen die naar hem vloeiden dan dat het om ‘douceurtjes’ gaat, die onlosmakelijk onderdeel zijn ‘van de Arabische cultuur’.

De verdediging van oud-directeur Martin Weck van Ballast Nedam wil de Saoedische prins Al-Waleed bin Talal als getuige laten horen.

De verdediging van oud-directeur Martin Weck van Ballast Nedam wil de Saoedische prins Al-Waleed bin Talal als getuige laten horen.Foto: Reuters

Surinaamse zakenpartners
In 2013 onthulde Het Financieele Dagblad al dat het OM voor ruim €12 mln beslag had gelegd op het woonhuis van Weck in Vught. Weck is in 2012 voor het eerst als verdachte gehoord in dit slepende corruptieonderzoek. Weck en zijn medeverdachte zouden ook smeergeld dat bestemd was voor Surinaamse zakenpartners van Ballast Nedam in eigen zak hebben gestoken. Netto betaalde Ballast Nedam volgens het OM omgerekend nog €14 mln smeergeld aan de partijkas van voormalig president Jules Wijdenbosch en de huidige president Desi Bouterse voor de opdracht van de bouw van de Wijdenboschbrug in Suriname. De verdediging vraagt ook Wijdenbosch als getuige.

Ballast Nedam was in de jaren tachtig en negentig zeer actief in Saoedi-Arabië. Onder leiding van Weck bouwde het concern onder meer Saoedische luchtmachtbases en de Koning Fahd-brug van Saoedi-Arabië naar Bahrein, een van de langste bruggen ter wereld. Hij was volgens het OM de man die contracten daar sloot namens de Nederlandse bouwer.

Bouwer kocht vervolging af
Het bouwbedrijf was zelf ook verdachte in de corruptieaffaire, maar het kocht vervolging hiervoor eind 2012 af. Ballast Nedam gaf een vordering van €12,5 mln op de fiscus op en betaalde het OM €5 mln. Dat laatste bedrag was het maximum dat het concern destijds als boete kon worden opgelegd.

De officier van justitie zei donderdag dat Ballast Nedam geen weet had van de escapades waarvoor Weck nu wordt vervolgd.

Persberichten van Ballast Nedam en het OM over de schikking repten over een strafrechtelijk onderzoek naar ‘betalingen aan buitenlandse agenten in de periode 1996 tot en met 2003’. Ballast Nedam beloofde daarbij medewerking aan het strafonderzoek ‘naar derden’. Weck is een van hen. De officier van justitie zei donderdag dat Ballast Nedam geen weet had van de escapades waarvoor Weck nu wordt vervolgd.

‘Persoonlijke redenen’
Weck kwam in 1994 in het bestuur van Ballast Nedam en vertrok daar in 15 maart 2000. Vijf dagen daarvoor meldde het concern dat ‘persoonlijke redenen’ aan Wecks vertrek ten grondslag lagen. Ballast Nedam had op het moment van Wecks afscheid met zijn Arabische activiteiten grote financiële problemen. De Saoediërs waren opgehouden Ballast Nedam te betalen, zij waren de bouwer ƒ 261 mln verschuldigd toen Weck het veld ruimde.

Na zijn vertrek bij Ballast Nedam vertegenwoordigde Weck nog tot 2003 de Nabu (de Nederlandse Aannemers met Belangen in het Buitenland) bij brancheorganisatie European International Contractors. Het OM verzet zich tegen het verzoek van de verdediging om prins Al-Waleed bin Talal te horen als getuige. Vanwege diens hechtenis in Saoedi- Arabië, de gebrekkige toestand van de rechtstaat daar, en de problemen met de bilaterale betrekkingen ziet het OM geen heil in een poging om hem te verhoren.

De rechtbank beslist 14 december over de verzoeken van de verdediging. De inhoudelijke behandeling van de strafzaak is vooralsnog 24 en 25 mei volgend jaar gepland.

Bron: Financieel Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *