FD | De forensische onderzoekers zijn (bijna) terug in hun hok

Bas Knoop Jeroen Piersma • Financieel Dagblad

Bijna 25 jaar nadat KPMG in Nederland begon met forensische accountancy, bestaat er nog altijd enige onduidelijkheid over de positie van de forensisch onderzoeker. De verleiding om commercieel te scoren bleek voor veel financiële speurneuzen te groot.

Slaafs de opdrachtgever volgen, geen wederhoor plegen, gebrek aan onafhankelijkheid. Forensische accountants, bekend van fraudeonderzoeken bij de overheid en in het bedrijfsleven, verloren begin deze eeuw regelmatig de integriteit en objectiviteit, kernwaarden van het accountantsvak, uit het oog.

De verleiding om commercieel te scoren, bleek voor veel financiële speurneuzen te groot.

Gevolg: een stortvloed aan klachten bij de tuchtrechter voor accountants en negatieve krantenkoppen. Dieptepunt was het onderzoek naar de declaraties van toenmalig burgemeester Bram Peper van Rotterdam.

 

Private speurders worden volwassen

Die cowboyfase is voorbij, mede dankzij nieuwe regels voor forensische accountants. Toch zijn recent initiatieven gelanceerd om de regels aan te scherpen en te verduidelijken. Want bijna 25 jaar nadat KPMG in Nederland begon met forensische accountancy, bestaat er nog altijd enige onduidelijkheid over de positie van de forensisch onderzoeker.

In de advocatuur, waar forensisch onderzoek een lucratieve groeimarkt is, wordt voor het eerst gesproken om überhaupt regels op te stellen. Hamvraag daar: moet het verschoningsrecht van advocaten die forensisch onderzoek verrichten komen te vervallen? Een netelige kwestie. Het beroepsgeheim is een unique selling point van advocatenkantoren. Met zijn verschoningsrecht kan een advocaat de onderzoeksresultaten voor de buitenwereld afschermen. Dat geeft bedrijven rust.

Weinig vernieuwend

Forensisch accountant Bart Bruin is de eerste die het toegeeft: in de deze week te publiceren gedragscode van het Nederlands Financieel Forensisch Instituut (NFFI) staat niets nieuws. ‘Daar beledig je mij niet mee’, zegt de managing partner van forensisch onderzoeksbureau Integis. Bruin schreef mee aan de gedragscode van het NFFI, een stichting die eind 2015 werd opgericht om de kwaliteit van forensisch onderzoek te verhogen.

De code is een verzameling van wet- en regelgeving, jurisprudentie en richtlijnen die door de jaren heen zijn gepubliceerd en die als leidraad dienen voor forensisch onderzoekers. Laat je oren niet te veel hangen naar de opdrachtgever, handel integer en zorgvuldig en vermijd juridische kwalificaties als verduistering en diefstal.

Ondanks het weinig vernieuwende karakter van de code noemt Bruin het toch een belangrijk document. Hij noemt de huidige richtlijn van beroepsvereniging NBA ‘een slap aftreksel’ van waar een forensisch onderzoeker zich aan moet houden. Die geeft weinig houvast. ‘Wij hebben voor het eerst heel strak opgeschreven waar een forensisch onderzoeker zich aan moet houden. Niet alleen de accountant, maar ook de advocaat, de gedragspsycholoog en de IT’er.’

Twee gevallen

Een van de bekendste gevallen waarin een forensisch accountant in het beklaagdenbankje zat, was de bonnetjesaffaire rond de ex-burgemeester van Rotterdam Bram Peper. De PvdA-politicus trad in maart 2000 af als minister van Binnenlandse Zaken, nadat accountantskantoor KPMG in opdracht van de gemeente Rotterdam onderzoek had gedaan naar zijn declaratiegedrag in zijn tijd als burgemeester.
Peper diende een klacht in bij de Accountantskamer, de tuchtrechter voor accountants, en werd deels in het gelijk gesteld. Hij trof een schikking met KPMG.
In 2015 raakte advocatenkantoor De Brauw in opspraak vanwege zijn NS-onderzoek naar misstanden bij een aanbesteding in Limburg. In het voorlopige rapport dat De Brauw naar buiten bracht, stelde het kantoor dat er geen aanwijzingen waren dat de top van de spoorvervoerder betrokken was bij het inschakelen van een bedrijfsspion.
Om NS-dochter Qbuzz de aanbesteding te laten winnen, speelde een regiodirecteur van concurrent Veolia vertrouwelijke informatie door. Achteraf bleek dat de directie wel op de hoogte was van de misstanden. Als huisadvocaat stond De Brauw ook op andere onderdelen van het dossier bij. Een pettenprobleem.

Geen toegevoegde waarde

De code is volgens NFFI-voorzitter en jurist Nico Keijser ook nadrukkelijk bedoeld om opdrachtgevers duidelijk te maken wat forensisch onderzoek precies inhoudt. Want veel van de opdrachtgevers, inclusief overheden, weten niet precies wat de eisen aan een forensisch onderzoek zijn, stelt Keijser. ‘Dat kunnen wij hen nu in één oogopslag laten zien. Dit is wie wij zijn en waar wij voor staan. Proberen om als opdrachtgever vervelende passages uit het eindrapport geschrapt te krijgen, heeft dus geen zin.’

Maar in de accountancy en advocatuur wordt lauw gereageerd op de NFFI-code. ‘Wij onderschrijven deze gedragscode niet’, zegt een woordvoerder van accountantskantoor BDO. ‘Voor ons heeft deze geen meerwaarde. Wij houden ons aan de afdwingbare beroeps- en gedragsregels voor accountants. De handreiking van de NBA is mede gebaseerd op deze fundamentele beginselen.’

De Brauw gaat kopje-onder in NS-moeras

Maar in de accountancy en advocatuur wordt lauw gereageerd op de NFFI-code. ‘Wij onderschrijven deze gedragscode niet’, zegt een woordvoerder van accountantskantoor BDO. ‘Voor ons heeft deze geen meerwaarde. Wij houden ons aan de afdwingbare beroeps- en gedragsregels voor accountants. De handreiking van de NBA is mede gebaseerd op deze fundamentele beginselen.’

Piepklein clubje

Het standpunt van BDO wordt breed gedeeld, blijkt uit een rondgang langs andere Zuidas-kantoren. De Nederlandse Orde van Advocaten, PwC en EY zijn zelfs helemaal niet bekend met de gedragscode. Ook wijzen verschillende kantoren op het feit dat sinds de oprichting van het NFFI slechts negen forensisch onderzoekers zich in het register hebben ingeschreven.

‘Het NFFI is niet echt van de grond gekomen’, zegt Rens Rozekrans, forensisch accountant bij KPMG. ‘De NBA en de grote kantoren zijn betrokken bij het Institute for Financial Crime.’

Dit instituut werd ruim tweeënhalf jaar geleden opgericht om de bestrijding van financieel-economische criminaliteit te verbeteren. Waar het NFFI-protocol bedoeld is voor de individuele onderzoeker, vergelijkbaar met het NBA-register voor accountants, richt het Institute for Financial Crime zich op organisaties.

In een speciale ‘Kamer Forensische Accountants’ overleggen forensische accountants samen met de NBA over aangepaste regelgeving voor forensische accountantsonderzoeken, legt Rozekrans uit. ‘Ik denk dat zij daarom weinig interesse hebben in een geheel losstaand initiatief.’

Toga en befje afdoen

Een discussie over richtlijnen voor forensisch onderzoekers in de advocatuur is vooralsnog niet mogelijk. Die bestaan namelijk niet. Sommige kantoren, zoals NautaDutilh, hebben hun eigen protocol, maar een door de Orde uitgevaardigde richtlijn ontbreekt.

Lees ook

Advocaat verdringt accountant

Jacqueline van den Bosch, advocaat bij Ivy en gespecialiseerd in fraude- en corruptiebestrijding, bespeurt dat ook binnen de advocatuur voorzichtig wordt nagedacht over speciale gedragsregels voor forensisch onderzoekers. Een goede zaak wat haar betreft. ‘Als advocaat sta je midden in de rechtstaat. Het is altijd goed om afspraken te maken over wat goed forensisch onderzoek is.’

Een discussie over het verschoningsrecht moet volgens Van den Bosch niet worden vermeden. Zelf is zij voorstander van het in stand houden van het beroepsgeheim bij forensische onderzoeken. ‘Een bedrijf gebruikt een onderzoek om zijn eigen rechtspositie te bepalen. Ben ik slachtoffer? Heb ik strafbare feiten gepleegd? Civiel- of strafrechtelijk? De uitkomsten van het onderzoek hoeft het bedrijf niet met de buitenwereld te delen.’

NFFI-voorzitter Keijser bepleit juist het tegenovergestelde. ‘De huidige gedragsregels voor advocaten zijn in strijd met objectief onderzoek. Een advocaat verdedigt per definitie het belang van zijn cliënt. Ik zeg niet dat advocaten geen forensische onderzoeken kunnen uitvoeren, maar dan moeten ze wel hun toga en befje afdoen en het verschoningsrecht achterwege laten.’

Bron: Financieel Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *