FD | Oeso brengt zwaar geschut in stelling in strijd tegen belastingontwijking

Laurens Berentsen | Financieele Dagblad

In 2015 verdween ruim $600 mrd aan winst die kunstmatig was verplaatst, $57 mrd belandde in Nederland | Beeld FD

Mag het ene land het andere land dwingen belasting te heffen? Of is dat een ongeoorloofde schending van de nationale soevereiniteit?

Die vraag dringt zich op bij de jongste voorstellen van de Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling (Oeso) in de strijd tegen belastingontwijking. Voor- en tegenstanders zijn het alvast over één ding eens: de club die met rugdekking van de grootste economieën internationale fiscale regels opstelt, grijpt naar zwaar geschut om de belastingafdracht van multinationals zeker te stellen.

Bont gezelschap

Vandaag en morgen laat een bont gezelschap in Parijs zijn licht schijnen over de verreikende voorstellen. Het bedrijfsleven is goed vertegenwoordigd. Naast internationale lobbyclubs en dito belastingadvieskantoren voeren afzonderlijke bedrijven het woord. Maatschappelijke organisaties zoals Oxfam en Tax Justice Network laten een ander geluid horen. Ook de wetenschap doet een duit in het zakje. Al die inspanningen moeten in 2020 tot internationale consensus leiden, onder de vlag van de G20.

In de Franse hoofdstad liggen twee onderwerpen op tafel. De Oeso draagt drie mogelijke oplossingen aan voor winstbelasting in de gedigitaliseerde economie. Zeg maar de digitaks voor de Googles en Facebooks van deze wereld. Dat verklaart de aanwezigheid van Booking.com. (Hierover morgen meer in Het FD.)

Minimumtarief

Het tweede onderwerp borduurt voort op het actieprogramma dat de G20 in 2015 aannam tegen belastingontwijking. Dat programma richtte zich tegen uitholling van de belastinggrondslag en schuiven met winsten door internationale ondernemingen om belasting te ontlopen. In het Engels heet dat ‘base erosion and profit shifting’, afgekort tot Beps.

De Oeso constateert dat het Beps-programma te weinig oplevert. Multinationals blijven legale maar onwenselijk geachte wegen bewandelen om zo min mogelijk belasting te hoeven betalen. Om dit te stoppen wil de Parijse denktank dat de winsten van deze ondernemingen wereldwijd tegen een minimum effectief tarief worden belast.

Steun te verwachten

Zolang er geen wereldregering bestaat, ontbreekt een instantie die landen kan verplichten winst- of vennootschapsbelasting (vpb) te heffen, laat staan dat een dergelijke instantie tarieven kan vaststellen. De Oeso lost dit op door andere landen het recht te geven in eigen land belasting te heffen of aftrek van kosten achterwege te laten als winsten van multinationals elders onvoldoende worden belast. Het laat zich raden dat landen met weinig of geen winstbelasting hun knopen tellen en alsnog aankloppen bij de belastingplichtigen als die sowieso ergens moet betalen.

Voor- en tegenstanders spreken van een vergaande stap. Daarbij dient in gedachte te worden gehouden dat de Oeso zo’n voorstel niet lanceert als daar geen steun voor is. De maatregel sluit aan bij het nieuwe Amerikaanse belastingstelsel. Daarin staat dat de Verenigde Staten extra belasting heffen als Amerikaanse bedrijven onvoldoende worden belast in landen waarin zij hun winsten boeken. In Europa valt steun te verwachten van Frankrijk en Duitsland; grote economieën met een relatief hoge vpb spinnen garen bij de Oeso-maatregel.

Fiscale soevereiniteit

‘Dit is een heel ingrijpende maatregel’, zegt Marlies de Ruiter aan de telefoon. De Ruiter is partner bij belastingadviesorganisatie EY. Zij kwam ruim twee jaar geleden over van de Oeso. Daar had zij een leidende rol in het Beps-project. ‘Destijds was dit voorstel absoluut ondenkbaar geweest’, blikt zij terug.

Een minimum effectief tarief – de Oeso noemt geen percentage – staat volgens De Ruiter haaks op de huidige uitgangspunten voor internationale belastingafspraken. In die afspraken wordt fiscale soevereiniteit met hoofdletters geschreven.

Kuur tegen ontwijking

‘Landen bepalen zelf hun belastingen, zodat die aansluiten bij de aard en de omvang van hun economie’, zegt De Ruiter. ‘Een minimumtarief perkt deze soevereiniteit sterk in.’ Als voorbeeld noemt zij een rijk olieland dat geen vpb nodig heeft. Zo’n land is straks een dief van zijn eigen portemonnee als het geen winstbelasting invoert. Een ander voorbeeld is een ontwikkelingsland dat met een laag tarief de slechte infrastructuur ter plaatste compenseert. In de toekomst is dat zinloos.

“‘Landen bepalen zelf hun belastingen, zodat die aansluiten bij de aard en de omvang van hun economie. Een minimumtarief perkt deze soevereiniteit sterk in'” (Belastingadviseur Marlies de Ruiter)

De Oeso laat verder het principe los dat bedrijven daar belasting betalen waar zij waarde creëren, aldus de adviseur. Daar was het Beps-project op gericht. De Ruiter bestrijdt dat dit project niet heeft opgeleverd wat ervan werd verwacht: ‘In 2015 zei de Oeso dat de Beps-maatregelen de kuur zouden zijn tegen belastingontwijking. De VS en Europa hebben de richtlijnen overgenomen en bijna honderddertig landen beloven dat te doen. Wat is er dan niet goed gegaan?’

Tariefsverlagingen

Universitair hoofddocent belastingrecht Jan Vleggeert van de Universiteit Leiden vindt het Oeso-voorstel een stap in de goede richting: ‘Het voorstel gaat een stuk verder dan het actieprogramma uit 2015.’ Het staat volgens hem buiten kijf dat overheden nog steeds veel inkomsten mislopen door belastingontwijking.

Een minimum effectief tarief – Vleggeert suggereert 15% – ligt volgens hem voor de hand. Anders blijven landen tegen elkaar opbieden met tariefsverlagingen om investeringen binnen te halen. Hij is niet onder de indruk van het tegenargument dat soevereiniteit verloren gaat: ‘Feitelijk bestaat die soevereiniteit niet. Bij elk stapje omlaag is het argument dat we dit doen omdat andere landen hun tarieven ook verlagen en wij moeten bijblijven.’

Bron: Financieele Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *