FD | Primeur: minister voor de tuchtrechter

Jeroen Piersma • Financieel Dagblad

Ferdinand Grapperhaus van Justitie en Veiligheid zal zelf niet bij de zitting aanwezig zijn. Grapperhaus was de advocaat van de voormalige werkgever van Aachboun, het belastingadvieskantoor KPMG Meijburg | Foto: Martijn Beekman/HH

Het is tot het laatste moment niet helemaal zeker of het doorgaat, maar waarschijnlijk is het Amsterdamse Gerechtshof maandag het toneel van een merkwaardig spektakel. Ferdinand Grapperhaus, voorheen prominent advocaat en tegenwoordig minister van Justitie en Veiligheid, dient zich dan te verantwoorden tegenover de Raad van Discipline, de tuchtrechter voor advocaten.

Voor zover bekend is het de eerste keer dat een minister in Nederland voor een tuchtrechter moet verschijnen. Grapperhaus is overigens niet in persoon aanwezig, heeft hij zaterdag in een interview met NRC Handelsblad laten weten.

Normaal is een zitting van de Raad van Discipline het werkterrein van een enkele journalist die schrijft voor een advocatenvakblad. Deze keer ligt belangstelling van de landelijke media voor de hand. Mocht de Raad van discipline vaststellen dat Grapperhaus de regels van het advocatenberoep heeft overtreden, dan heeft deze minister een probleem. De tuchtrechter kan een waarschuwing, berisping of zelfs een schorsing of schrapping opleggen, en zo’n maatregel staat niet goed op de conduitestaat van een minister van Justitie.

‘Canard’

De vraag is alleen hoe serieus de klacht tegen Grapperhaus is. Advocaten uit zijn omgeving spreken van een ‘canard’, een klacht die nergens over gaat. Dat de Raad van Discipline de klacht ontvankelijk heeft verklaard zien zij niet als bewijs van het tegendeel. Tuchtcolleges hebben doorgaans een lage drempel. Bovendien zou de Raad van Discipline in dit geval niet de schijn hebben willen wekken een minister de hand boven het hoofd te houden.

De indiener van de klacht, de fiscalist Karim Aachboun, denkt daar uiteraard heel anders over. Aachboun beschuldigt Grapperhaus ervan dat hij willens en wetens een verkeerde voorstelling van zaken heeft gegeven aan een rechter. Die rechter moest in het voorjaar van 2016 oordelen over de ontslagzaak van de fiscalist. Grapperhaus was de advocaat van de voormalige werkgever van Aachboun, het belastingadvieskantoor KPMG Meijburg. Meijburg spande de rechtszaak aan omdat het kantoor vanwege een uit de hand gelopen arbeidsconflict van de fiscalist af wilde.

Het arbeidsconflict heeft de afgelopen twee jaar veel publiciteit veroorzaakt. Daaruit komt een beeld naar voren dat Aachboun als een jonge talentvolle fiscalist van Marokkaanse afkomst, die onder de hoede van een oudere partner, Ad Aerts, voorspoedig carrière maakte bij Meijburg. Maar een conflict tussen Aerts en een bestuurder van Meijburg, over het functioneren van Aachboun, maakte een einde aan die carrière. Zowel Aachboun als Aerts moest weg.

Doofpot

In hoeverre dat beeld van de voorspoedige carrière, die in de knop gebroken werd, klopt, is niet duidelijk. In de zaak Aachboun lopen waarheid en fictie onontwarbaar door elkaar. Bij Meijburg valt te beluisteren dat zowel Aerts als Aachboun niet naar behoren functioneerde en dat het conflict daar de logische uitkomst van was.

Voor de rol van Grapperhaus is van belang dat Aerts en Aachboun Meijburg er ook van beschuldigd hebben de zaak in de doofpot te willen stoppen. Aerts zou te verstaan hebben gekregen dat hij zich bij eventuele getuigenissen in procedures rondom het conflict moest houden aan de instructies van het Meijburg-bestuur. Aerts diende daarop een klacht in tegen één van zijn Meijburg-collega’s, die tevens raadsheer-plaatsvervanger is bij het Gerechtshof Den Haag.

De president van het Gerechtshof, Leendert Verheij, oordeelde over de klacht en wees die af. Maar daarbij zou hij zich – volgens Aerts en Aachboun – eenzijdig hebben gebaseerd op informatie van Meijburg en cruciale informatie van Aerts – e-mails met de instructie niet vrijuit te getuigen – hebben genegeerd.

In de aanloop naar de rechtszaak over het ontslag van Aachboun vroeg de fiscalist de kantonrechter om zijn collega Aerts als getuige op te roepen. Zo wilde hij onderbouwen dat er sprake was van een doofpot. Hij verwees bovendien naar een artikel in De Telegraaf, dat aan de doofpot was gewijd.

Grapperhaus reageerde met een brief aan de kantonrechter waarin hij wees op de afwijzing van de klacht door Verheij. Zijn boodschap: Aerts is niet onder druk gezet, er is geen reden de doofpotbeschuldiging serieus te nemen. Maar volgens Aachboun heeft Grapperhaus de rechter niet gemeld dat Verheij op grond van eenzijdige informatie tot zijn oordeel was gekomen, terwijl hij dat wel wist. Misleiding van de rechter en dus een schending van de gedragsregels van advocaten. De tuchtrechter moet uitmaken of dat klopt of dat het toch anders ligt.

Onmogelijk wrakingsverzoek

Tot zover de zaak. Zoals gezegd is niet zeker dat de geplande zitting ook daadwerkelijk maandag plaats zal vinden. Dat heeft te maken met een procedurele stap van Aachboun. Hij heeft twee weken geleden een wrakingsverzoek ingediend tegen rechters die deel uitmaken van de Raad van Discipline. Zijn redenering luidde dat deze rechters zijn benoemd door het ministerie van Justitie en daarom niet onafhankelijk kunnen oordelen in een zaak tegen de minister.

Maar het rechtscollege zag geen mogelijkheid om de klacht in behandeling te nemen, aangezien het wrakingsverzoek altijd door rechters moet worden beoordeeld die door het ministerie zijn benoemd. Daarop heeft Aachboun het rechtscollege gevraagd de zaak uit te stellen. Een woordvoerder liet eind vorige week weten dat de Raad van Discipline vooralsnog geen reden ziet tot uitstel.

Ontslagzaak

In de zaak rond de fiscalist Karim Aachboun zijn weinig openbare stukken ter beschikking. De belangrijkste uitzondering is het vonnis uit april 2016 van de kantonrechter die zijn ontslagzaak heeft behandeld. De eiser in die zaak is belastingadvieskantoor KPMG Meijburg, dat vanwege een uit de hand gelopen arbeidsconflict van de fiscalist af wil.

Van de rechter mag Meijburg Aachboun ontslaan, maar zij kent hem een flinke ontslagvergoeding toe van €75.000. De vergoeding houdt verband met ‘ernstig verwijtbaar handelen’ van de kant van Meijburg. Overigens is de ontslagvergoeding veel lager dan de €525.000 die Aachboun eiste.

Het verwijtbaar handelen slaat in dit geval op het ‘botte gedrag’ van een Meijburg-bestuurder waarmee het arbeidsconflict is begonnen. De bestuurder had volgens de rechter zijn excuus aan moeten bieden en op zijn gedrag aangesproken moeten worden. Maar de verstoring van de arbeidsrelatie is niet alleen aan Meijburg te wijten. Ook Aachboun heeft daaraan een bijdrage geleverd.

Bron: FinancieelDagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *