Francisca haalt bakzeil

Geschorste bestuur Tayer Soshal volgende week weer aan de slag

Jeanne-Marie-Francisca-225x300Willemstad – Het besluit van minister Jeanne-Marie Francisca van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn om het voltallige bestuur van Fundashon Tayer Soshal Santa Martha op nonactief te stellen, is gisteren bij vonnis door het Gerecht in Eerste Aanleg opgeschort. Volgens de rechter was er geen feitelijke grondslag voor de schorsing.

Advertentie

De gedaagde, in dit geval het Land Curaçao, is veroordeeld om het geschorste bestuur weer toe te laten tot de werkplaatsen van Fundashon Tayer Soshal en wordt daarbij verboden om hen te verhinderen hun werkzaamheden en functies ten dienste van de stichting uit te voeren.
Bertie Braam, de raadsman van het bestuur van Tayer Soshal, heeft gisteren meteen een brief gestuurd naar de advocate van minister Francisca waarin hij aangeeft dat zijn cliënten begin van komende week weer aan het werk zullen gaan.

,,Ik verwacht dat de minister gehoor zal geven aan de uitspraak van de rechter”

, aldus Braam gisteren tegenover het Antilliaans Dagblad.

,,Maar als dit niet het geval is, stappen we weer naar de rechter en zal een dwangsom van 10.000 gulden per uur worden opgelegd. Uiteraard hoop ik niet dat het zover zal hoeven komen.”

Francisca zette het voltallige bestuur op 26 september op non-actief nadat zij klachten zou hebben ontvangen van misbruik, mishandeling en uitbuiting.
Het bestuur en de directie werd toegang tot de werkplaats te Santa Martha ontzegd en er werd beslag gelegd op hun werkcomputers.
Francisca nam dit besluit nadat ze zelf een bezoek had gebracht aan de sociale werkplaats en naar eigen zeggen het bestuur de kans had geboden verantwoording af te leggen.
Het bestuur en de directie wendden zich meteen tot Braam, die een brief stuurde naar Francisca waarin uitleg werd geëist.
Toen het antwoord op de door hem gestelde vragen niet bevredigend bleek, stapten de bestuursleden naar het Openbaar Ministerie om aangifte te doen van smaad, laster en belediging en begon Braam met de voorbereidingen voor een kort geding.
Vorige week besloot de rechter tijdens de behandeling van het kort geding al dat de minister van SOAW snel bekend moest maken of ze haar besluit om het bestuur en de directie van Tayer Soshal op non-actief te stellen terug zou draaien.
Toen het besluit van Francisca om het bestuur terug te plaatsen uit bleef, besloot de rechter hier gisteren zelf toe.
Francisca was gisteren niet bereikbaar voor commentaar

Nog geen verzoek tot onderzoek Soab
Minister Francisca van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn heeft nog steeds geen verzoek voor een onderzoek ingediend bij Soab.
Dat blijkt uit het vonnis van het kort geding van gisteren.
De minister maakte bij de schorsing van het bestuur en de directie bekend dat zij Soab zou inschakelen om een diepgaand onderzoek te verrichten naar de verwijten van misbruik, mishandeling, uitbuiting en diefstal, maar dit is er nog niet van gekomen, blijkt nu.
De plicht rust bij de minister van Sociale Ontwikkeling, Arbeid en Welzijn om onderzoek te doen naar de juistheid van de verwijten afkomstig van misbruik, mishandeling, uitbuiting en diefstal en naar de ernst daarvan.
Dat staat in het vonnis:

,,Vanwege het ingrijpende karakter van de maatregel van de schorsing had dit onderzoek onverwijld moeten worden uitgevoerd. Daarvan is in het geheel niets gebleken. Gedaagden hebben niet aangegeven welke onderzoeksmaatregelen zij hebben getroffen en derhalve evenmin de duur van enig onderzoek kunnen aangeven.”

Volgens de rechter rechtvaardigt deze omstandigheid de toewijzing van de gevorderde opschorting van de schorsing.

,,Hoe zwaarwichtig de door gedaagden aangevoerde gronden voor de schorsing ook mogen zijn, dit rechtvaardigt niet een stilzitten van gedaagden gedurende meer dan een maand na de opgelegde schorsing.”

En:

,,Bij deze beslissing is geenszins over het hoofd gezien dat het Land verantwoordelijk is voor het welzijn van de participanten.
Deze verantwoordelijkheid kan bij de huidige stand van zaken echter niet prevaleren boven het belang van eisers.
Bovendien geldt dat op eisers dezelfde verantwoordelijkheid rust.”

Dat de terugkeer van de bestuur- en directieleden tot onrust onder de participanten zou leiden, wijst de rechter van de hand.

,,Ook al zou dit zo zijn, dan nog kan dit niet aan toewijzing van de vordering in de weg staan. Gedaagden hebben het immers in hun macht om, na overleg met eisers, door afgewogen voorlichting aan de participanten ervoor te zorgen dat de onrust wordt voorkomen en minst genomen in goede banen wordt geleid.”

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *