Gedrag ROP en minister ‘onbehoorlijk

ombudsmanWillemstad – De ombudsman oordeelt dat de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP) alsnog een beslissing moet nemen op een ingediende klacht van Ronny Lobo. Ook moet de dienst Ruimtelijke Ordening en Planning (ROP) in voorkomende gevallen een verzoek van een burger in behandeling nemen conform de algemene beginselen van behoorlijk bestuur.

Advertentie

Vijf jaar na dato mag Lobo zich verheugen in dit oordeel van de ombudsman over een door hem ingediende klacht met betrekking tot de bouw van twee huizen in de wijk Jongbloed.
De ombudsman oordeelde over de gedragingen van de minister van VVRP en de Dienst Ruimtelijke Ordening en Volkshuisvesting (Drov, nu ROP) en niet over de rechtmatigheid van de betwiste vergunning.
Hoewel het om een zogenoemd ‘geanonimiseerd’ rapport gaat, wordt in de tekst toch de naam van Lobo genoemd.
Lobo kwam op voor de bewoners van Jongbloed en maakte er een principekwestie van.

,,Ik was nieuwsgierig naar de werking van een klachtenprocedure. Het betrof een huis dat al gebouwd was en waarbij geen rekening was gehouden met de wettelijke voorschriften met betrekking tot de afstand tot de openbare weg.”

,,Het andere geval betrof eenzelfde probleem bij een al uitgezet, maar nog niet gebouwd huis. Uiteindelijk is dit huis toch gebouwd, tegen de regels in, hoewel Drov mij toentertijd wel mondeling gelijk gaf”, aldus Lobo.

De klacht diende hij in 2008 in en de rapportage van de ombudsman kwam op 18 juni 2013 gereed.
Geen van de partijen, de toenmalige Drov noch de minister van VVRP reageerde op het rapport.
Overigens ook niet op de eerder ingediende klachten van Lobo, reden waarom hij zich uiteindelijk wendde tot de ombudsman.
De ombudsman concludeert eerst dat de klacht terecht is:

,,Vast staat dat er in het onderhavige geval geen wettelijk voorgeschreven termijn bestaat waarbinnen het bestuursorgaan had moeten reageren.”

,,Verzoeker heeft in casu de ombudsman benaderd nadat nagenoeg twee maanden waren verstreken na het indienen van de brief op 18 november 2008 bij Drov.
De ombudsman concludeert dat verzoeker, door twee maanden te wachten op een reactie van het bestuur, voldoende ruimte aan het bestuursorgaan heeft gegund om te reageren.
Dat het bestuur desalniettemin geen reactie heeft gegeven kan niet als behoorlijk worden aangemerkt.”

De conclusie van de ombudsman is dat er sprake is van strijdigheid met de zorgvuldigheid die een bestuursorgaan moet betrachten in de omgang met een burger. Er is bovendien verder in strijd gehandeld met de norm die bepaalt dat een bestuursorgaan op diligente wijze moet reageren op verzoeken van burgers.
Het bestuursorgaan heeft niet de vereiste zorgvuldigheid in acht genomen.

Kort maar krachtig stelt de ombudsman daarom ook: ,, De onderzochte gedraging is niet behoorlijk.”

Bron: Antiliaans Dagblad

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *