Geen rectificatie voor Corallo

Foto |  Interpol

Foto | Interpol

DEN HAAG — De Nederlandse Staat hoeft haar uitlatingen over de Italiaans-Nederlandse zakenman Francesco Corallo niet te rectificeren. De rechter in Den Haag is tot de conclusie gekomen dat de Nederlandse ministeries van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken niet onrechtmatig gehandeld hebben.

De zaak draaide om een brief van 26 mei 2011 van de Nederlandse ambassade in Italië aan de toenmalige Curaçaose minister-president Gerrit Schotte, die om een bewijs van goed gedrag had gevraagd aangezien hij een functie voor Corallo in gedachten had.
In plaats daarvan werd hij ingelicht dat Corallo betrokken was bij de internationale drugshandel en Siciliaanse maffia en geld op St. Maarten witwast.
De informatie was afkomstig van de Italiaanse politie en inlichtingendienst.
Volgens de advocaten van Corallo was de informatie fout en onterecht niet door Nederland op juistheid gecontroleerd.
De ambassade had volgens hen bovendien zorgvuldiger moeten zijn in het overbrengen van de informatie, aangezien de brief ruim anderhalf jaar later in de media verscheen.
Ze plaatsen ook vraagtekens bij de wijze waarop de informatie in eerste instantie versterkt werd, namelijk in een gesprek tussen een zekere mevrouw Mazzuca van het Italiaanse ministerie van Justitie en de plaatsvervangend zaakgelastigde mevrouw Kopmels van de Nederlandse ambassade in Rome.
Beide betrokkenen zouden niet bevoegd zijn, aldus de advocaten.

De rechter is het met die laatste stelling niet eens en sluit zich aan bij de argumenten van advocaat Wemmeke Wisman van de Nederlandse Staat.

“Kopmels was immers tijdelijk zaakgelastigde ad interim en uit niets blijkt waarom getwijfeld zou moeten worden aan de bevoegdheden van Mazucca in mei 2011”

, aldus de rechter, die ook concludeert dat de Nederlandse Staat niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de brief.

“De rol van de Staat was niet meer dan het doorgeleiden van de door Italië verstrekte informatie naar premier Schotte.”

Onderzoek naar de juistheid van de informatie was ook niet nodig.
Het is volgens de rechter niet van belang of de inhoud van de brief van 26 mei in tegenspraak is met het oordeel van anderen instanties of personen over Corallo.

Zorgvuldig
Met betrekking tot de zorgvuldigheid oordeelt de rechter dat die voldoende was.

“De Staat mag er immers in beginsel van uitgaan dat een per diplomatieke post verzonden brief aan de premier van een land binnen het Koninkrijk in vertrouwde handen blijft”

, aldus het vonnis.
Uit niets blijkt ook dat de Nederlandse regering verantwoordelijk is voor het lekken van de brieven die per diplomatieke post en e-mail verstuurd zijn aan Schotte, de Directie Buitenlandse Betrekkingen en de Directie Westelijk Halfrond.
De advocaten van Corallo voerden verder ook aan dat de Nederlandse regering de onjuiste beeldvorming over Corallo in stand heeft gehouden, onder meer door een zinsnede in een schriftelijk antwoord op vragen door de Tweede Kamer in oktober 2011.

In die brief schreef de toenmalige minister Liesbeth Spies van Binnenlandse Zaken dat het Italiaanse overheid in mei 2011 redenen had om de verklaring van goed gedrag niet af te geven, maar dat er in augustus wel een tweede brief volgde dat er uit de stukken van de Italiaanse ministeries van Binnenlandse en Buitenlandse Zaken niets blijkt over Corallo.
De rechter verwijst hier naar de parlementaire immuniteit die in de Grondwet is vastgelegd. Hoewel die immuniteit niet voor de Staat geldt, zou aansprakelijkheid toch een ‘uitholling van de parlementaire immuniteit’ tot gevolg hebben, aldus het vonnis.

“Slotsom (is) dat onvoldoende aannemelijk is geworden dat de Staat onrechtmatig jegens Corallo heeft gehandeld.
Voor de door Corallo gevorderde rectificatie is dan ook geen plaats. (…)
De enige rectificatie die mogelijk van de Staat verlangd zou kunnen worden is de mededeling dat hij niet verantwoordelijk is voor de inhoud van de gedane mededelingen”

, aldus de rechter.
Maar in het kort geding werd dat niet verzocht.

“Het door Corallo ondervonden nadeel is bovendien te wijten aan de aard van de mededeling, het uitlekken van de brief en de verdraaiing door de media”

, besluit de rechter het vonnis.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *