Genoeg kapitaal Curaçaose banken

Bancaire sector doorstaat stresstest

Willemstad – De Curaçaose lokale banken zijn adequaat gekapitaliseerd; met 11,5 procent kapitaal/eigen vermogen afgezet tegen het balanstotaal in 2012 zelfs beter dan de internationaal erkende Basel-norm van 8 procent.

Het eindrapport wordt door de voorzitter van het Hoofdstembureau, Geomaly Martes (links), overhandigd aan minister Etienne van der Horst.  FOTO MINISTERIE BPD

Het eindrapport wordt door de voorzitter van het Hoofdstembureau, Geomaly Martes (links), overhandigd aan minister Etienne van der Horst.
FOTO MINISTERIE BPD

Wel is het zodat het percentage slechte leningen (‘nonperforming loans’) van alle verstrekte leningen bij elkaar flink is toegenomen van 5,9 procent in 2010, naar 6,8 procent in 2011 en verder naar 8,1 procent vorig jaar.
Dit blijkt uit een ‘stresstest’ van de lokale bankensector door toezichthouder de Centrale Bank van Curaçao en Sint Maarten (CBCS).
Daaruit komt in het algemeen een beeld naar voren dat het Curaçaose bankwezen als geheel financieel gezond is.
De rapportage over de stresstest blijkt niets over de toestand van individuele bankbedrijven.
Het betreft het collectief.
Veel, zo niet de meeste, banken die hun hoofdkantoor op Curaçao hebben zijn ook actief op Aruba, Sint Maarten en de BES (Bonaire, Sint Eustatius en Saba).

Commerciële banken verdienen het grootste deel van hun inkomsten uit renteopbrengsten.
De netto rentemarge (het verschil tussen ontvangen rente over uitgeleend geld en uitbetaalde rente op spaargelden) is de afgelopen drie jaar gestegen van 4,3 procent in 2010, naar 4,5 procent in 2011 en 4,6 procent in 2012.
Toch is de winstgevendheid – het resultaat onder aan de streep na aftrek van winstbelasting – 7,4 procent lager in 2012 dan in 2011.
Alle banken bij elkaar boekten vorig jaar een netto winst van 226,5 miljoen (was 244,6 miljoen een jaar eerder en 212,2 miljoen in 2010).
Weliswaar was het operationele resultaat afgelopen boekjaar met 894,9 miljoen 2,9 procent hoger dan voorgaande twee jaar, maar dat geldt ook voor de uitgaven/kosten die in 2012 zo’n 671,7 miljoen bedroegen (een stijging van zelfs 7,6 procent).
Ruim de helft van de uitgaven betreffen lonen en personeelskosten, namelijk 343,7 miljoen, terwijl de voorzieningen 75,3 procent bedroegen.
Aan netto rente verdienden de lokale banken meer; de rente-inkomsten bleven met 713,8 miljoen ongeveer gelijk aan de twee voorgaande jaren, maar wat ze uitkeerden aan rente op spaargelden en termijndeposito’s van klanten daalde fors tot 121,2 miljoen (van eerder 140,2 miljoen in 2011 en 164 miljoen in 2010). Netto bleef er vorig jaar dus 592,6 miljoen gulden aan renteontvangsten over.
‘Andere inkomsten’ spelen voor het bankwezen een steeds groter rol. 

Gedacht moet dan worden aan commissies en fees voor bijvoorbeeld het betalingsverkeer.
Dat was afgelopen jaar 302,3 miljoen (nog 274,2 miljoen in 2010).
De lokale bankensector betaalde de afgelopen drie jaar telkens ruim 40 miljoen aan winstbelasting.

Nog enkele macrocijfers ten aanzien van het bankwezen:

het gezamenlijke balanstotaal groeide in 2012 met 4 procent (vergeleken met een marginale toename van slechts 0,1 procent in 2011).
In 2012 overschreed het collectieve balanstotaal de 15 miljard gulden (15.237,5 miljoen).
Deze groei komt voornamelijk door een stijging van de leningenportefeuille met 3,9 procent (naar 8.784,8 miljoen).
Omgekeerd was sprake van een toename met 2,5 procent van de spaargelden, terwijl de termijndeposito’s afnamen met 4,6 procent.
Alles bij elkaar bedroegen de deposito’s van klanten bij binnenlandse banken 12,884,2 miljoen (bijna 13 miljard).
Hoewel de kapitalisatie van de lokale banken – zoals gezegd – met 11,5 procent al (zeer) adequaat is, verstevigden zij hun buffer van het eigen vermogen met 6,1 procent in 2012 (vergelijkbaar met de 6 procent in 2011).
Het totale eigen vermogen bedroeg per ultimo vorig jaar 1.783,9 miljoen.
Regelmatig controleert de CBCS de financiële prestaties van de onder toezicht van de Centrale Bank staande banken.
Dit gebeurt bij de individuele banken.
De stresstest is gericht op de macro-economische resultaten.
Met de stresstest worden mogelijke kwetsbaarheden van het financiële systeem gemonitord en zoveel mogelijk geanticipeerd. De hoge kapitalisatieratio van 11,5 procent geeft aan in welke mate het lokale bancaire stelsel bestand is om mogelijk schokken als gevolg van financiële risico’s op te kunnen vangen.
De kapitalisatie is ‘relatief sterk’, concludeert de CBCS, als rekening wordt gehouden met de Basel- norm van 8 procent. Maar doordat de slechte leningen sneller toenamen dan de voorzieningen voor verliezen op verstrekte leningen, daalde de ratio voorzieningen/slechte leningen flink: van 53,4 procent in 2010 tot 45,9 procent in 2011 en 38,9 procent in 2012. Zo merkt de Centrale Bank op.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *