Gespreksverslag VDC-agent door Ombudsman Curacao

whistleblower-vdc-eldred-winklaarOp 20 januari 2012 ontving de Ombudsman een mail van de heer Winklaar met het verzoek om een afspraak.. Deze afspraak vond plaats op 23 januari om 16.00 uur ten kantore van de Ombudsman.

Tijdens dit gesprek was alleen de Ombudsman aanwezig.

De heer Winklaar legde de volgende verklaring af.

Ik ben sinds 1 november 2005 in dienst van de Veiligheidsdienst Curaçao (VDC). Ik ben Netwerk Beheerder en verzorg tevens de telecommunicatie van de VDC samen met een collega.

Na het vertrek van de heer Gumbs, het officiële diensthoofd van de VDC,  heeft de VDC diverse leidinggevende personen gehad. Eerst was mevr. mr. Lizanne Dindial, daarna de heer Frank Calmero en sinds kort is de heer Micheal Römer belast met de leiding. De heer Römer is ± 38 jaar en was voorheen werkzaam bij de politie. 

Op maandag 20 september 2011 had ik een vrije middag gevraagd  en gekregen omdat ik mijn auto moest repareren. Ik werd om ongeveer 10.30 uur in de ochtend gebeld door de heer Frank Calmero om 14.00 bij hotel Breezes te komen. Ik zei aan Frank Calmero dat ik niet kon komen omdat ik een vrije middag zou hebben. Hij zei tegen mij om dan die ochtend zelf te komen. Toen ik aankwam bleek meneeer Michael Romer ook aanwezig te zijn en kwam hij mij halen in de lobby van het hotel Breezes. Toen ik aan het lopen was, zag ik ook mijn collega E. Mook onder een boom zitten met enkele Colombianen. Ik werd naar een kamer begeleid van het hotel waar er drie mannen en een (1)  vrouw zaten. Tussendoor zei F. Calmero tegen mij dat de mevrouw uit Colombia een hoge positie had in het bedrijf in Colombia. Volgens mij waren het mensen van een Veiligheidsdienst van Colombia op Curaçao. De heer Calmero heeft mij opgedragen om met hen te praten wat ik heel vreemd vond. Ze zeiden dat ik hun toestemming heb om met de Colombianen te praten en dat ik hun vragen moet beantwoorden. Hierna vertrokken Calmero en Romer. Op mijn vraag naar de namen van de twee heren werd mij verteld dat ik dat niet hoefde te weten en dat deze actie voortvloeit uit een opdracht van de Minister President van curaçao. 

Ik vroeg aan de Colombianen een visitekaartje, maar dat hadden ze niet zeiden ze. Ze zeiden dat zal alles moesten doen in opdracht van de Minister President. Ze zeiden dat ze een lijst hebben met vragen die ze moeten stellen in opdracht van de Minister President. Aan mij werden veel vragen over het netwerk, de omvang van het netwerk, de server en de screening van de ministers gesteld. Enkele van de vragen die ze hebben gesteld waren:

–         hoe het netwerk van de veiligheidsdienst in elkaar zit;

–         hoeveel servers er zijn

–         hoe het systeem van de screening precies gaat

–         wat voor software er gebruikt wordt in de dienst

–         stel dat er een lekkage is via het systeem, hoe kan geverifieerd worden dat er via het systeem is gelekt

–         hoe werkt het susteem van beveiliging

–         wat voor “IP range” wordt er gebruikt, want als de Colombiaan met een laptop komt in de dienst en deze op het systeem zet, dan kan hij met informatie van de dienst weg gaan. 

Ik heb de vragen erg vaag geantwoord. De Colombianen zeiden dat als ik niet de waarheid vertel, ze er toch zouden achterkomen. 

De volgende dag heb ik alles wat is gebeurd verteld aan mijn collega E. Mercelina. E Mercelina heeft mij gezegd dat er iets heel vreemds is gebeurd, namelijk dat E. Mook met diverse dossiers in haar tas is gezien en dat E. Mook de verklaring gaf dat ze die dossiers in haar tas had omdat ze niemand in de dienst vertrouwde en dat ze daarom die dossiers meenam in haar tas weg uit de dienst.  E. Mercelina heeft mij gezegd om alles goed te blijven monitoren op het systeem omdat er iets vreemd gaande is. 

Op 28 oktober 2011 had ik een halve dag gevraagd aan M. Romer. Hij had mij opgedragen de vrije dag te vragen aan Calmero. Echter Calmero zei dat ik geen vrije dag kon nemen omdat ze mij nodig hadden om 14.00 uur. Ik heb tot ongeveer 3.30 uur zitten wachten, maar niemand kwam. Toen werd ik opgedragen om op zaterdag 29 oktober aanwezig te zijn.  Ik werd gebeld op 2 oktober om 20.00 uur door de beveiliging en mij werd gezegd dat F. Calmero had opgedragen om mij op zaterdag  thuis op te halen om 7.30 uur. Die dag had ik al gepland om naar festival di lamoenchi te gaan met mijn familie.

 

Op zaterdag 29 oktober werd ik om 07.30 uur opgehaald door een beveiligingsambtenaar, de heer Chris de Palm en naar het Fort gebracht.

Toen we op het werk aankwamen zag ik buiten collega Y. Dennaoui en zijn echtgenote. Ik vond het erg vreemd en vroeg direct aan de Palm wat er gaande is en waarom die mensen er ook zijn.  De heer de Palm verklaarde enkel aanwezig te zijn om open te maken.

Om ongeveer 08.10 uur arriveerden de heren Calmero en Römer. We gingen naar binnen en Calmero en Romer zeiden dat ze even alleen moesten vergaderen en om uit de kamer te gaan omdat Romer, Calmero en Y. Dennanaoui even alleen moesten praten. Het duurde meer dan 10 minuten en ik herinnerde hen eraan dat ik op die dag niet lang kon blijven omdat ik naar festival di lamoenchi zou gaan met de familie. Ik begreep om dat moment dat er nog twee andere mensen aanwezig zouden zijn.  Ik zei aan Chris om alles wat er gaande was te registreren. We zagen in de beveiligingscamara dat er mensen het kantoorgebouw naderden .Het waren Nederlands Europese mannen en ik herkende een van de mannen als Benno  die voor Forensics Services werkt. Chris had al hun gegevens en ID overgenomen en genoteerd zoals zijn taak is om een rapport te maken van iedereen die de dienst binnenkomt. Echter in opdracht van Calmero moesten deze gegevens vernietigd worden. Dit in strijd met de veiligheidsvoorschriften van de VDC. De heer Romer vorderde van mij dat ik de password van het systeem moest afgeven en dat ik de waarheid moest spreken wie er gelekt zou hebben. Ik werd tijdens dit gesprek opgedragen mee te werken opdat alle in het bestand van de VDC opgeslagen vertrouwelijke informatie kon worden overgesluisd en opgeslagen op de  gegevensdragers van de twee aanwezige heren. Romer heeft mij gezegd dat als ik hem geen passwords zou geven ze genoodzaakt zouden zijn om de passwords te kraken. Hij had mij bevolen om mijn telefoon aan hem af te geven. Ik zei aan Romer dat ik weg moet gaan. Hij zei dat zolang men niet klaar is met het onderzoek ik niet weg kon gaan. Dit onderzoek was voor het Land. Er werd gezegd dat ik de laatste kans had om te zeggen wat er gaande was en wie er had gelekt. Als ik dat niet zou zeggen zou ik in de problemen komen. Calmero zei aan mij dat ik de twee Nederlandse mannen alle informatie moet geven over ons netwerk.

Alle informatie van de server van de veiligheidsdienst werd gekopieerd en ze harddisk van de “access control” werd gedupliceerd door de Nederlandse mannen. Terwijl men bezig was zei Romer steeds “nu komen we alles te weten wat er verkeerd is gegaan met de screening” “ De mensen die schuldig zijn zullen opgesloten worden”. Terwijl Romer deze woorden uitsprak was hij bezig met het verzenden van “blackberry ping messages” naar onder andere Y. Dennanoui.

De wijze waarop de heer Romer mij aansprak was zeer bedreigend en ik voelde mij erg geïntimideerd. Ik werd niet toegestaan om contact te hebben met mijn familie om door te geven dat ik op de dienst moest blijven. Pas om 11.30 uur mocht ik kort bellen. Mijn vrouw was heel bezorgd omdat ze mij probeerde te bereiken, maar ze mij niet kon bereiken.  Ik zei aan Romer dat waar ze mee bezig zijn niet correct is omdat nu een bedrijf van buitenaf alle informatie van de dienst heeft. Er is nu een exacte kopie van alle gegevens van de veiligheidsdienst sinds de oprichting van de dienst en ook gegevens van andere veiligheidsdiensten in de wereld zijn nu in handen van particulieren. 

Het ging zo de hele dag door met de intimiderende en bedriegende woorden en dat ik niet weg mocht gaan totdat ze klaar zouden zijn. De hele dag werd ik verhoord zonder in de gelegenheid te worden gesteld om vrij een maaltijd te gebruiken.  Als ik wilde eten zei Romer dat ik in de dienst moest eten. 

Romer wilde ook mijn laptop van de dienst hebben. Om 14.00 uur moest ik vergezeld door de heer Romer mijn laptop thuis ophalen en aan de heer Romer overhandigen. Hij zei dat hij samen met mij de laptop zal halen zodat ik niemand tussendoor kan bellen. Hij zei dat alles wat er die dag gebeurde “tussen ons” moest blijven. Ik moest met Romer naar mijn huis rijden om de laptop te halen. In de auto bleef hij mij intimideren “ ta pa boso falta Hulanda no ta duna nos sen mas paso ta boso ta lek!”. Vanaf 07.40 tot 16.40 uur werd ik als een verdachte verhoord en behandeld. De beveiligingsman werd tijdens het verhoor weggestuurd. Men wenste geen getuige. 

Enkele dagen voor deze gebeurtenissen heeft de heer Dennaoui, een analist werkzaam bij VDC, die verdacht werd informatie te hebben gelekt, veel info geveegd uit zijn persoonlijk computer. De heer Denanoui werkte niet met een dienst laptop maar gebruikte zijn privé laptop voor het werk.

De door de heer Dennanoui geveegde ‘files’ werd door mijn collega Mercelina weer ‘recovered’ en op onze computers opgeborgen. 

In de week van 31 oktober 2011 benaderde ik advocaat mevr. mr. Melrose Bloem. Mevr. Bloem besloot de Commissie van Toezicht van de VDC op de hoogte te stellen van hetgeen gebeurd is. Zij belde eerst met mevr. mr. Lisbeth Hoefdraad die voorzitter was van de Commissie, echter mijn advocaat zei dat mevrouw Hoefdraad haar heeft doorverwezen naar de heer de Boer. Mevr. Hoefdraad verklaarde niet langer voorzitter te zijn. De heer de Boer kwam een week later naar Curaçao. Ik heb een gesprek met hem gevoerd en hem op de hoogte gesteld van al hetgeen is gebeurd. Ik heb de heer de Boer gevraagd om het gesprek vertrouwelijk te houden  omdat ik weet dat enkele commissieleden bevriend zijn met de huidige ministers.   De heer De Boer verzocht hem op de hoogte te houden van verdere ontwikkelingen indien ik dat wenste. 

Het is binnen de dienst wel bekend dat op onze beveiligingscamera’s is waargenomen dat Yasser Dennanoui voordat Romer fungeerde in de plaats van Calmero stiekem een envelop van onder zijn shirt vandaan heeft gehaald en dit aan Romer heeft gegeven.  

Ik vermoed dat omdat ik ‘close’ was met de heer Gumbs, men geen vertrouwen heeft in mij en getracht wordt om mij weg te werken door mij ervan te beschuldigen informatie te hebben gelekt. 

Op 4 januari 2012 heeft de heer Calmero contact gemaakt met mij. Hij zou na zijn terugkomst uit Nederland het contact bevestigen. Ik was toen een week met vakantie. Gebruikelijk is dat tijdens mijn vakantie de heer Mercelina het werk van mij overneemt.

De heer Calmero liet echter per brief weten dat hij niet langer belast wenste te zijn met de leiding en niet meer zou komen werken.

Op 4 januari constateerde mijn behandelende internist een gat in mijn maag. Door de stress werd ik ernstig ziek.

Op 5 januari 2012 werd ik door de heer Romer en de heer Aloysius Pole gevraagd om hen buiten het  kantoor gebouw te ontmoeten tijdens werktijd.

Hier aangekomen werd ik bevolen om plaats te nemen in een auto en werd ik vervoerd naar de Hilton hotel te Piscadera. Wij gingen met de lift naar een kamer boven in het hotel waar de heer Benno de deur van een kamer openmaakte en ons binnenliet. Ik moest mijn telefoon weer afgeven. In deze kamer werd ik lang verhoord en geïntimideerd door de heer Benno bijgestaan door de heer Romer en de heer Pole. Zij hebben mijn mensenrechten geschonden en mij op een vreselijke wijze geïntimideerd. Zij beschuldigden mij ervan informatie te hebben gelekt en op oneigenlijke wijze dienstgegevens op mijn dienst laptop te hebben opgeslagen. Ook werd ik ervan beschuldigd over illegale software te beschikken. Ik werd aan een stuk door verhoord en bedreigd met gevangenisstraf.

Op 13 januari 2012 werk ik met spoed opgenomen in het ziekenhuis voor een scan van mijn hele lichaam.

Hierna heb ik mij gemeld bij dr. Cabenda, directeur van de ARBO, en daarna bij mijn huisarts die mijn arbeidsongeschiktheid verlengde.

Op 20 januari 2012 ontving een brief waarin de heer romer mij namens de minister de toegang ontzegd heeft tot de dienst.

Hierna besloot ik ten einde raad de ombudsman te benaderen voor advies en raad. 

De heer Rudy Sint Jago- het adjunct hoofd van VDC- heeft mij gezegd dat Romer hem ook heeft bedreigd en dat hij ook is meegenomen voor een verhoor diverse malen. Sint Jago heeft verteld dat ze hem hebben geïntimeerde door te zeggen dat ze weten wie zijn familie is en dingen zouden weten van zijn familie. Ik weet dat meer mensen binnen de dienst geïntimideerd worden en erg bang zijn van Romer.

Bron: Brandpunt KRO

NotisiaRapido

Lees hier het gespreksverslag van Klokkenluider Winklaar, opgemaakt door de ombudsman van Curaçao.

Ook vindt u hier enkele andere interessante documenten die gevonden zijn tijdens het maken van deze reportage:

Vertrouwelijke VDC memo screening
Vonnissen en proces verbaal premier Gerrit Schotte
– Bankafschriften Gerrit Schotte: bankafschrift 1 en bankafschrift 2
Melding ongebruikelijke transacties Gerrit Schotte
Overzicht belastingachterstand ministers

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *