Getouwtrek om olielek

touwtrekkerijWillemstad – De gedaagde partijen in de zaak van het olielek bij Jan Kok werpen alle aansprakelijkheid voor de ontstane schade ver van zich af. Dat blijkt uit documentatie waar deze krant over beschikt.

De gedaagden

  • Refíneria Isla bv,
  • Refíneria Isla SA en
  • PdVSA

hebben inmiddels gereageerd op de stelling van de stichting Monumentenzorg en Sea Shore Properties (SSP) over de schade als gevolg van het lek.
Uit de documentatie rijst het beeld op van twee partijen die beiden het gelijk aan hun kant menen te hebben.
olie-jan kok-22072013Het juridisch touwtrekken in de zaak van het olielek bij Jan Kok is daarmee een feit.
In april van dit jaar ging de verkorte bodemprocedure van Monumentenzorg en SSP tegen de gedaagde partijen van start.
Raadsman Rob Rijnberg van het kantoor Soliana Bonapart & Aardenburg, die de gedaagde partijen vertegenwoordigt, wilde desgevraagd geen commentaar leveren op de huidige stand van zaken. Rijnberg verklaarde in opdracht van zijn cliënten geen mededelingen aan de pers te doen over de zaak.
Gedaagde Isla ontkent dat uit foto’s die eisers overlegden, blijkt dat de olie afkomstig is van de COT op Bullenbaai.
De wind en de stroming zouden ervoor hebben gezorgd dat de olie zich verspreidde.
Het feit dat Isla, nadat ze door derden was ingelicht over het lek, overging tot het schoonmaken van het vervuilde water bij Jan Kok, maakt deel uit van haar reguliere beleid om, ongeacht de oorzaak van de overlast, te helpen bij de werkzaamheden.

FOTO BEA MOEDT ©2012

FOTO BEA MOEDT ©2012

Naar het oordeel van PdVSA is de rechtbank niet bevoegd om een zaak tegen een in het buitenland gevestigd bedrijf te behandelen. Ook zou de verkorte bodemprocedure gezien de complexe aard van de zaak niet de geëigende manier zijn voor de juridische afwikkeling van de zaak.

In april van dit jaar startte raadsman Rogier van den Heuvel van het kantoor VanEps Kunneman VanDoorne een verkorte bodemprocedure namens de Stichting Monumentenzorg en Sea Shore Properties voor geleden schade als gevolg van het olielek.
Inzet daarbij was dat de gedaagde partijen een bedrag van 38.300 euro zouden betalen voor gemaakte onderzoekskosten voor een eerste inschatting van de schade als gevolg van het lek en een voorschot van 250.000 gulden voor de toekomstige onderzoekskosten om de werkelijke schade vast te kunnen stellen.
De expertise van het door eisers ingeschakelde schadeclaimbedrijf Dekra, werkwijze en begrote kosten worden door de gedaagden in twijfel getrokken.
Ook zou de toenmalige regering Schotte heel laat in actie zijn gekomen nadat het lek al was geconstateerd.

FOTO LOEK HEIJST ©2012
FOTO LOEK HEIJST ©2012

Isla heeft oliemonsters genomen waaruit niet zou blijken dat de gelekte olie van haar afkomstig is.
Gedaagden voeren ook een getuige op die verklaart dat er al eerder een lek in het gebied was dat stankoverlast en vervuiling veroorzaakte.
Zowel Monumentenzorg als Sea Shore Properties zouden in de visie van de gedaagde partijen geen schade hebben omdat het beschermde natuurgebieden betreft waar geen economische activiteiten ontwikkeld kunnen worden.
Dit is slechts een greep uit de waslijst aan verweren van de kant van de gedaagde partijen.
Voor raadsman Van den Heuvel blijft de aansprakelijkheid van Isla ‘ook na de gevoerde verweren als een paal boven water staan’.
Ook het verband tussen de lekkage en de schade die daaruit voorvloeide blijft overeind staan, tenzij de Isla daar het tegenbewijs van levert.
De bedenkingen over de werkwijze van schadeclaimbedrijf Dekra zijn in de ogen van Van den Heuvel onvoldoende gestaafd.
Op 25 november oordeelt de rechter of de rechtbank wel of niet bevoegd is om de zaak tegen PdVSA te behandelen.

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *