Gevolg ontmanteling Antillen onderschat

Raad van Staten:

DEN HAAG — De gevolgen van de ontmanteling van de Nederlandse Antillen zijn onderschat. De Rijksministerraad zou als regering van het Koninkrijk meer oog moeten hebben voor samenwerking tussen de vier landen, vooral als het de drie Caribisch-Nederlandse eilanden betreft. Dat schrijft de Raad van State in zijn jaarverslag voor 2012 dat vandaag gepubliceerd werd.

 

“Te weinig is onderkend dat met de opsplitsing van de Nederlandse Antillen de contacten en het verkeer tussen de eilanden niet langer een intern karakter hebben van verkeer binnen een land, maar steeds een of meer landsgrenzen binnen het Koninkrijk overschrijden”

, schrijft het adviesorgaan.

“Door de gewijzigde verhoudingen en het verschil in positie – land dan wel openbaar lichaam – zijn de betrekkingen tussen de openbare lichamen en de landen van het Caribisch deel van het Koninkrijk in een aantal opzichten moeizamer geworden.”

De organisatie noemt als voorbeeld een vermindering van de persoonlijke contacten en stroeve samenwerking bij rampenoefeningen, de afgifte van vergunningen, telecommunicatie, vervoer en juridische dienstverlening.
Een goede relatie met de andere eilanden en landen in de regio is echter cruciaal en hier is een rol voor het Koninkrijk weggelegd.

“In de recente beschouwing over interbestuurlijke verhoudingen heeft de afdeling Advisering daarom bepleit dat de regering van het Koninkrijk passende aandacht schenkt aan de bestuurlijke en persoonlijke samenwerking in het Caribisch deel van het Koninkrijk en waar nodig coördinerend en stimulerend optreedt.”

De regering zou ook betere afspraken moet maken met Bonaire, St. Eustatius en Saba over de eigen plannen van de drie eilanden en de agenda van het Koninkrijk, aldus de Raad van Advies, waarvan CDA-prominent Piet Hein Donner de vice-voorzitter is.
Toen Donner nog minister van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties was, verweet de Tweede Kamer hem overigens geregeld dat hij geen duidelijk visie op het Koninkrijk had en ook te weinig coördineerde.
De Raad van State is positief over de samenwerking met de Raden van Advies van Curaçao, St. Maarten en Aruba, het Gemeenschappelijk Hof van Justitie en het nieuwe Constitutioneel Hof van St. Maarten, dat dit jaar zijn eerste twee zaken zal behandelen.
Tot slot wordt in het jaarverslag ook kort de zaak vermeldt, waar de Raad van State als hoogste bestuursrechter fungeerde, namelijk het beroep van de regering van Curaçao tegen de aanwijzing door de Rijksministerraad.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *