Gevolgen van negeren motie

Willemstad – Als het parlement met meerderheid moties aanneemt waarmee (demissionaire) ministers per onmiddellijk naar huis worden gestuurd en zij weigeren hieraan gehoor te geven, kan dat eventueel zelfs celstraf tot gevolg hebben. Op Facebook verscheen deze week het bericht dat dan mogelijk de bepaling in artikel 2:344 Wetboek van Strafrecht Curaçao (voor zover hier van belang) van toepassing is.
Dat artikel luidt als volgt:

,,Met gevangenisstraf van ten hoogste drie jaren of geldboete van de vierde categorie wordt gestraft de minister die opzettelijk en wederrechtelijk nalaat uitvoering te geven aan een of meer van de bepalingen van het Statuut voor het Koninkrijk der Nederlanden, van een rijkswet, van de Samenwerkingsregeling Aruba, Curaçao en Sint Maarten of van enige andere in Curaçao geldende wettelijke regeling, voor zover die uitvoering wegens de aard van de aangelegenheid tot zijn verantwoordelijkheid behoort of hem uitdrukkelijk is opgedragen.”

Uit andere bron heeft deze krant ook deze informatie over ‘Staatsrecht in crisistijd’:

,,In normale verhoudingen heeft het parlement veel grip op de inhoud van regeringsbesluiten, omdat het de Staten is die met een motie van wantrouwen ministers tot ontslag kan dwingen. Dus kiest een verstandig kabinet in de regel de kant van de meerderheid in het parlement. Soms niet.”

,,Dan voert de regering een aangenomen motie ‘niet uit’, zoals dat heet.
Er kan vervolgens wel gemopperd worden in de Staten, maar als de regering volhoudt, kan de mopperende Staten uiteindelijk maar één ding doen: een motie van wantrouwen aannemen. In dit geval heeft de regering zijn ontslag echter al aangeboden. Het parlement kan daar dus niet mee dreigen. Wel kan de Staten demissionaire bewindslieden persoonlijk nog tot een feitelijk vertrek dwingen. Maar ook hier is een grens: er moeten ministers zijn, dus de Staten kan niet iedereen wegsturen.”
Uit: ‘Staatsrecht in crisistijd: lessen uit de affaire Verdonk?’
van auteur Kharazm Rahimian in verband met zijn bachelorscriptie in het studiejaar 2008/2009 aan de Leidse Universiteit, enigszins aangepast naar de Curaçaose parlementaire realiteit (zo heet het parlement in Nederland de Kamer en op Curaçao de Staten).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *