Grondleggers en oervaders

WILLEMSTAD — Het parlement van Curaçao zal morgen speciale aandacht besteden aan verschillende landgenoten, die elk op hun eigen manier en in hun eigen tijd een bijdrage hebben geleverd aan de vorming van de parlementaire democratie van ons land.

Onder hen bevinden zich grote mannen als

  • Généreux Jacob Richard de Lima,
  • Abraham Mendez Chumaceiro,
  • Moises Frumencio da Costa Gomez,
  • Efrain Jonckheer
  • en Modesto Apostel ‘Chano’ Margaretha.

 

1De Lima Généreux Jacob Richard de Lima, ‘Shon Genereus’ (1811-1878) werd op 1 maart 1868 door de Kroon benoemd in de Koloniale Raad van de Kolonie Curaçao. Hij was een van de eerste kleurlingen die lid was van deze Raad.
De Lima was de eerste die protesteerde tegen de discriminatie van Curaçao en Curaçaoënaars.
Dat deed hij tijdens een vergadering van de Koloniale Raad van 22 november 1869. De Lima wilde dat Curaçao zelf zijn volksvertegenwoordigers kon kiezen.
Zijn motie werd verworpen.

 

 

2Chumaceiro Abraham Mendez Chumaceiro (1841-1902) wordt beschouwd als de woordvoerder van een belangengroep die opkwam voor gelimiteerd stemrecht, gebaseerd op inkomen en opleiding. In zijn artikel ‘Zal het Kiesrecht Curaçao tot het Kannibalisme Voeren’ beantwoordde Chumaceiro een eerdere publicatie van een Nederlandse ambtenaar uit protestante kringen, die had aangegeven dat stemrecht voor Curaçao zou leiden tot kannibalisme, afgodverering en zwarte magie. Chumaceiro heeft zijn plan voor gelimiteerd stemrecht nooit uitgewerkt. Wel gaf hij aan dat het ‘een diepgaande studie verdiende’.

 

 

5Da Costa Gomez Moises Frumencio da Costa Gomez, ‘Doktoor’ (1907- 1966) was een van de eerste Statenleden van Curaçao. Hij bracht op 3 juni 1938 een wetsvoorstel in om de jonge democratie van Curaçao te verbreden en te verdiepen. Vanaf dat moment volgeden er vele veranderingen die resulteerden in de droom van Da Costa Gomez, namelijk autonomie. Algemeen kiesrecht werd in 1948 werkelijkheid, de interim-regeling voor gedeeltelijke autonomie volgde in 1951 en in 1954 werd het Statuut geformaliseerd waarin die autonomie werd geregeld.

 

 

3Jonckheer Efrain Jonckheer (1917- 1987) was een van de belangrijkste spelers in het promoten van een beweging voor autonomie in de jaren veertig en vijftig. Jonckheer vond dat dit proces veel te langzaam verliep en besloot de Organisatie voor Amerikaanse Staten (OAS) te benaderen om druk uit te oefenen en ervoor te zorgen dat de beloofde autonomie ook werd geconcretiseerd. Jonckheer tekende het Statuut op 15 december 1954.

 

 

 

 

4Margaretha Modesto Apostel ‘Chano’ Margaretha (1911-1990) was de eerste parlementariër die de moed opbracht de Eilandsraad in het Papiaments toe te spreken. Dit gebeurde op 8 februari 1958. Hoewel daarop aangesproken liet Margaretha zich niet uit het veld slaan en ging verder in het Papiaments. Dat deed hij vanuit de overtuiging dat de mensen die op hem gestemd hadden, hem ook moesten kunnen begrijpen wanneer hij zijn punten naar voren bracht in de Eilandsraad. Voor Margaretha had democratie geen nut wanneer het volk zijn vertegenwoordigers niet kon verstaan.
Morgen zal bij elk van deze grootheden stil worden gestaan. Ook zal bij de standbeelden van deze voorvaders van de Curaçaose democratie een krans worden gelegd.

1-Généreux Jacob Richard de Lima (1811-1878)

2-Abraham Mendez Chumaceiro (1841 – 1902)

3-Efrain Jonckheer (1917 – 1987)

4-Modesto Apostel ‘Chano’ Margaretha (1911 – 1990)

5-Moises Frumencio da Costa Gomez (1907 – 1966)

Met dank aan onze collega’s van de Amigoe

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *