Handleiding voor eenduidige toepassing griffierecht

griffierechtWILLEMSTAD — Het bestaande systeem van griffierechten die worden geheven door zowel het Gemeenschappelijk Hof van Justitie als de Gerechten van Aruba, Curaçao, St. Maarten en de BES-eilanden, wordt vanaf vandaag verduidelijkt en aangevuld in een nieuwe handleiding griffierechten.
Verder wordt rekening gehouden met de intrekking van de ministeriële beschikking betreffende vrijstellingen van griffierechten.

Advertentie

Hoewel in de verschillende landen formeel dezelfde regels golden met betrekking tot griffierechten, werd daar lange tijd in de praktijk op andere wijze toepassing aan gegeven.
Om die reden is een handleiding opgesteld die uitleg geeft over de regels en die een eenduidige toepassing moet faciliteren.
Zo verduidelijkt de handleiding dat de bijzondere lage tarieven in eerste aanleg voor familiezaken en voor arbeidszaken, indien aangespannen door een werknemer, te weten 50 gulden, niet gelden voor het kort geding.
Op dit gebied werden de regels in de landen niet uniform toegepast.
In hoger beroep geldt voor familiezaken het dubbele van het lage tarief (dus 100 gulden), maar voor arbeidszaken geldt het dubbele van het normale tarief (meestal 900 gulden).
Verder schept de handleiding duidelijkheid over de griffierechten bij een vordering tot vergoeding van schade op te maken bij staat.
Bij een dergelijke vordering wordt het griffierecht bepaald aan de hand van het geschatte direct geldelijk belang, maar in de eventueel volgende schadestaatprocedure wordt hiermee rekening gehouden.
Voor het geschatte direct geldelijke belang geldt overigens in alle gevallen dat niet een bepaald bedrag geëist wordt.
Voortaan moet altijd, dus zowel in eerste aanleg als in hoger beroep de eisende partij zelf het financiële belang in de zaak aangeven.
Is er geen direct geldelijk belang aan te wijzen, dan betaalt men in eerste aanleg 450 gulden en in hoger beroep 900 gulden.
Voorts geldt dat wanneer een eiser, of in hoger beroep de appellant, niet tijdig een bewijs van onvermogen verkrijgt, hij de griffierechten zelf moet voorschieten.
Zodra het bewijs van onvermogen wordt verkregen, vindt restitutie plaats.
Genoemde voorbeelden betreffen een verduidelijking van de reeds bestaande regels.
Daarnaast wordt rekening gehouden met ingetrokken verouderde Antilliaanse ministeriële beschikking van 1 december 1987 met vrijstellingen betreffende het griffierecht.
Daardoor lopen de landen weer in de pas met elkaar.
In Aruba hebben deze vrijstellingen immers nooit gegolden en op de BES-eilanden zijn zij reeds sinds 10-10-’10 vervallen.
Dit betekent dat voortaan in alle personenen familierechtelijke zaken, dus ook in alimentatiezaken, 50 gulden aan griffierecht moet worden betaald.
Ook de vrijstelling voor verzoeken strekkende van het verkrijgen van verlof tot het leggen van beslag komt te vervallen.
Voortaan moet vooraf 450 gulden aan griffierecht worden betaald, maar dit wordt afgetrokken van het griffierecht in de hoofdzaak.
Afgelopen juni leverden de Ordes van Advocaten commentaar op het concept van de handleiding griffierecht.
In een reactie hierop laten het Hof en de Gerechten weten dat het systeem van griffierechten niet in strijd is met artikel 6 EVRM, dat recht geeft op vrije toegang tot de rechter.
Daarbij wordt opgemerkt dat de griffierechten de afgelopen dertien jaar niet zijn verhoogd.
De inkomsten van griffierechten bedragen jaarlijks 3,5 miljoen gulden, terwijl de rechtspleging 32 miljoen gulden kost.
Bovendien komen de griffierechten niet toe aan het Hof en de Gerechten, maar aan de landen.

Advertentie

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *