Hele procedure is misbruik van recht

Advocaten Sulvaran, Eustatius en Peterson:

Eldon Peppie Sulvaran en Chester Peterson - Foto Dick Drayer

Eldon Peppie Sulvaran en Chester Peterson – Foto Dick Drayer

WILLEMSTAD — De hele procedure die met de klacht van de demissionaire Deken van de Orde van Advocaten Caroline Fiévez tegen de advocaten Eldon ‘Peppie’ Sulvaran, Anthony Eustatius en Chester Peterson begon – en die inmiddels ondersteuning krijgt van vijf andere klagers – is misbruik van recht. Dit zeggen de drie advocaten en tevens bestuursleden van Kòrsou Fuerte i Outánomo (KFO) in hun verweerschrift. Verder zijn de zes klagers op geen enkele wijze benadeeld door deze uitspraken, waardoor hun klachten ongegrond zijn.

Advertentie

De zes klagers dienden onlangs een klacht in bij de Raad van Toezicht tegen de advocaten Sulvaran, Eustatius en Peterson wegens hun uitlatingen over een rechter, de directeur van de Centrale Bank Emsley Tromp en het oproepen tot geweld.
Het lijkt uiteindelijk te gaan om de verzwegen politieke agenda van de klagers, aldus de KFO-leden.
Bovendien heeft de Deken geen wettelijke status, waardoor haar klacht ongegrond is.

Fiévez meent aan de advocatenlandsverordening uit 1959 het recht te kunnen ontlenen om te klagen om daarmee disciplinaire straffen uit te kunnen lokken, terwijl een Deken in die verordening helemaal niet voorkomt en dus geen enkele rol speelt”, zeggen de KFO-leden.

De Orde van Advocaten is niet meer dan een privaatrechtelijke vereniging zonder wettelijke status en de deken is niet meer dan een gewone voorzitter.
Verder voorziet de wet uitdrukkelijk niet in een ambtshalve bevoegdheid van een Deken. Voor het advocatentuchtrecht is het in dit verband van belang om te concluderen dat misschien in de toekomst, voor de Deken een klachtbevoegdheid kan worden gecreëerd.

Alleen dan zal een Deken een voor wat dit punt betreft ontvankelijke klacht kunnen indienen. In ieder geval kan de Deken, anders dan zij denkt en eigenlijk in ieder geval ook behoort te weten, geen bevoegdheid hanteren die zij niet heeft en ook nog niet van de wetgever heeft gekregen.”

De advocaten Eustatius, Peterson en Sulvaran benadrukken verder dat de andere vijf klagers – namelijk de vier juristen Jan Burgers, Sandra in ’t Veld, Frida Pais- Fruchter en Barbara Nagelmakers en een individueel persoon – niet kunnen onderbouwen dat zij in een eigen direct of afgeleid belang zijn geraakt.
Dit is namelijk altijd de lijn van de jurisprudentie geweest.

Hierdoor kunnen hun klachten niet serieus genomen worden.
Deze juristen baseren zich tevens op foutieve krantenartikelen, waardoor men onterecht tot de conclusie kan komen dat de KFO-leden hebben opgeroepen tot geweld.”

Bovendien kunnen de uitlatingen in het kader van de stichting KFO niet tot enige straf of maatregel leiden, omdat KFO niets van doen heeft met de Advocatenlandsverordening. Overigens traden zij in het kort geding tegen de directeur van de Centrale Bank Emsley Tromp niet op als advocaten maar als burgers, merken de bestuursleden van KFO op.

Tuchtrechtelijk ingrijpen vanwege gedragingen of handelingen buiten de beroepssfeer is zeer uitzonderlijk en kan alleen aan de ‘randen’, wanneer sprake is van grove rechtsschendingen”, benadrukken Sulvaran, Eustatius en Peterson.

In hun visie kan de capaciteit van de tuchtrechter beter worden benut in bestraffing van ernstige overtredingen, zoals ‘het proberen de stemming binnen de Orde van Advocaten te corrumperen door middel van het plegen van etnische zuivering’.
Zij willen dat de klagers niet-ontvankelijk worden verklaard in hun verzoeken om disciplinaire maatregelen te nemen tegen de advocaten.
Advocaat In ’t Veld legde desgevraagd tegenover de Amigoe dat zij de procedure in alle rust willen laten verlopen en dus niet in details te willen treden over hun klachtschrift.
De inhoudelijke behandeling van de verzoeken vindt plaats op 7 mei.

bron: Amigoe

Advertentie

back home

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *