Helft ouderen ernstig beperkt

Resultaten themarapport Ouderen gepubliceerd

Archief foto

Archief foto


Willemstad – De helft van de 75- tot en met 84-jarigen op Curaçao is ernstig beperkt op minstens één van de vier gebieden zien, horen, mobiliteit en/of het uitvoeren van alledaagse activiteiten. Bij ouderen van 85 jaar en ouder is dit 67,8 procent.

Dat blijkt uit een onderzoek van het Volksgezondheid Instituut Curaçao onder Curaçaose ouderen.
Curaçao telt bijna 22.500 personen van 65 jaar of ouder.
Van de 65-plussers zegt 63,2 procent één of meerdere langdurige gezondheidsproblemen te hebben.
Vooral het aantal ouderen met een hoge bloeddruk en diabetes mellitus is in de afgelopen twintig jaar fors toegenomen.
Eén op de vijf ouderen lijdt aan drie of meer chronische ziekten tegelijkertijd.
In de leeftijdscategorie 75 tot en met 84 jaar heeft ruim 50 procent een ernstige beperking.
Deze en vele andere resultaten staan in het themarapport Ouderen dat is gepubliceerd door het VI Curaçao.
Het rapport is gebaseerd op gegevens uit de Nationale Gezondheidsenquête (NGE) 2013 en werd gisteren aangeboden aan minister Ben Whiteman van Gezondheid, Milieu en Natuur.
In januari 2013 waren er 22.376 personen van 65 jaar of ouder op Curaçao.
Dat blijkt uit het rapport van VI. Dit zijn 9.300 mannen en 13.076 vrouwen.
De ouderen maken 14,6 procent uit van de bevolking.
De meeste ouderen zijn geboren op Curaçao (83,3 procent), zijn gehuwd (39,7 procent), hebben een laag (47,5 procent) of middelbaar (46,8 procent) opleidingsniveau, zijn met pensioen (91,0 procent) en hebben een netto inkomen van minder dan 2.000 gulden per maand (56,5 procent). Het aantal 65-plussers is het grootst in de zones Habaai (32,8 procent) en Zeelandia (31,8 procent) en het kleinst in de zones Rancho (5,6 procent) en Fortuna (7,0 procent).
De vergrijzing is dus ongelijk verspreid op Curaçao, concludeert het VI in haar rapport.
In 2011/2012 was de gemiddelde levensverwachting 74,4 jaar voor mannen en 80,7 jaar voor vrouwen.
Op iedere leeftijd hebben vrouwen een hogere levensverwachting.
Dit verschil neemt wel af naarmate de leeftijd toeneemt; van 6,3 jaar bij de geboorte tot 1,7 jaar op 80- jarige leeftijd.
Het aantal levensjaren dat doorgebracht wordt in goed ervaren gezondheid en zonder lichamelijke beperkingen is vrijwel gelijk voor beide geslachten.
Dit betekent dat vrouwen, met hun langere levensverwachting, een groter deel van hun leven doorbrengen met een minder goed ervaren gezondheid en met gezondheidsproblemen die hen beperken.
De meest voorkomende aandoeningen onder de 65-plussers zijn

  • hoge bloeddruk (46,4 procent),
  • diabetes mellitus (25,6 procent) en
  • hoog cholesterol (22,6 procent).

Deze zelfgerapporteerde jaar-prevalenties zijn hoger onder vrouwen dan onder mannen.
Ten opzichte van 1993/1994 is voor beide geslachten tezamen de prevalentie van hoge bloeddruk met 12,8 procentpunt toegenomen en diabetes mellitus met 7,9 procentpunt.
Het aantal ouderen met prostaatproblemen en met hernia en andere chronische rugaandoeningen is het sterkste gedaald met 4,8 en 8,5 procentpunt respectievelijk.

Zorggebruik voor ouderen
Uit het rapport van het Volksgezondheid Instituut Curaçao blijkt dat zeven op de tien ouderen het afgelopen jaar een bloedglucosemeting heeft gehad.
Voor bloeddrukmeting is dit negen op de tien.
Slechts één op de tien 65-plussers is het afgelopen griepseizoen gevaccineerd voor influenza.
Het gebruik van en de behoefte aan hulp bij het huishouden en/of zelfverzorging neemt toe met de leeftijd.
Eén op de vijf ouderen zegt (meer) hulp nodig te hebben hierbij.
Ook het gebruik van de diensten van de thuiszorg stijgt significant met de leeftijd tot een derde van de 85-plussers.
Meer ouderen maken gebruik van de diensten van een medisch specialist dan de gehele volwassen bevolking.
Ook worden ze vaker in het ziekenhuis opgenomen.
Het aantal ouderen dat contact heeft gehad met de huisarts komt overeen met de gehele volwassen bevolking.
Wel hebben ouderen vaker contact met hun huisarts.
Ouderen maken daarentegen minder vaak gebruik van tandheelkundige zorg.
Voor tandheelkundige zorg is de toegankelijkheid gerelateerd aan de socio-economische status. Dit is niet het geval voor huisartsenzorg, medisch specialistische zorg of een ziekenhuisopname. Het gebruik van zorg is niet gerelateerd aan geslacht.
Dit is opmerkelijk omdat vrouwen een slechtere lichamelijke en psychische gezondheid hebben en zowel vaker als meer aandoeningen rapporteren dan mannen.
De bereikbaarheid van zorgvoorzieningen, volgens de gebruikelijke manier van vervoer, is het laagst voor laag opgeleide ouderen.
Zo is de afdeling spoedeisende hulp voor minder dan de helft (45,3 procent) van de laag opgeleiden binnen dertig minuten bereikbaar ten opzichte van 57,1 procent van de middelbaar en 62,4 procent van de hoog opgeleide ouderen.

To Top

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *