Het asfaltmeer op Curaçao kon de regering niets schelen

Archief
16/11/1999

Het Curaçaose asfaltmeer is om de zoveel jaar goed voor een dot publiciteit.
Dan krijgt Shell voor de voeten geworpen dat het verantwoordelijk is voor de rotzooi die de multinational in 1985 heeft achtergelaten.

Dit keer zag Shell de bui al hangen.
Nog voordat koningin en prins vandaag een stap op het terrein konden zetten, seinde het de Curaçaose pers vast in.
Mét Shells visie op de situatie, namelijk dat de Antillianen bij de overdracht in 1985 de verantwoordelijkheid voor de asfalterfenis voor hun rekening hebben genomen.

De Nederlandse ondernemer Arie van der Kooy herinnert zich die tijd nog goed.
Als enige die met succes duizenden tonnen asfalt tot olie heeft verwerkt, kent hij de hele geschiedenis.

,,Als de Antilliaanse politiek me een kans had gegeven, stonden er nu bedrijfsgebouwen op de plek van het meer. En ik was multimiljonair geweest.”

Tijdens en na de oorlog werd het asfalt, restant van de kerosineproductie, in een moerassig deel van het Schottegat gepompt.

In januari 1984 begon Van der Kooy op verzoek van Shell met de verwerking ervan tot ruwe olie die in de raffinaderij werd verstookt.

,,De olieprijzen lagen hoog; dus zowel voor mij als voor Shell was het een goede business.
Dit was in feite het enige onderdeel dat winst maakte toen de raffinaderij in 1985 sloot.”

,,Als Curaçao toen direct was doorgegaan met de schoonmaak en de olie had verkocht aan de Venezolaanse PdVSA, die de raffinaderij huurde, dan was het hele meer in vijf jaar schoon geweest.
Uiterlijk in 1994 had er op de plek van het meer een compleet haventerrein kunnen liggen.
En het had het eiland niks gekost.
Ik had met pensioen gekund en natuurlijk een grote villa gekocht.”

Maar er gebeurde niets.
Van der Kooy weet ook niet waarom.

,,Ik ben nog bij de toenmalige premier Maria Liberia geweest; vertelde haar dat het stilliggen van het bedrijf mij per dag 20 000 gulden kostte.
Ze snapte er niks van.
Niemand heeft ooit de moeite gedaan mij te vragen hoe het nou met dat asfaltmeer zat.
Ze zijn nooit wezen kijken.
Het interesseerde ze gewoon niet.”

Dat geen enkele politicus op het eiland verstand van olie had, neemt Van der Kooy niemand kwalijk.

,,Wel dat ze geen advies hebben gevraagd.
Er waren genoeg Antillianen, zoals Gilbert Wawoe (nu staatsraad, toen topman bij Shell, red.), die hadden kunnen adviseren. Curaçao heeft in 1985 zijn kansen schandalig laten lopen.”

Volgens hem had Curaçao in het huurcontract met Venezuela moeten vastleggen dat de PdVSA zou doorgaan met het dagelijks afnemen van stookolie uit het asfaltmeer.
Onder dezelfde voorwaarden als bij Shell.

,,Maar het asfaltmeer is nooit ter sprake gebracht.”

Weliswaar kon Van der Kooy na enig aandringen aan de slag met het asfalt, de afname van olie was onregelmatig en de betaling slecht.

,,Daarvan moest ik wel een hele club mensen onderhouden, machines, stoomketels, noem maar op.
Het kostte meer aan vaste kosten dan het opleverde.”

,,Intussen werd het potje dat ik had verzameld in de Shell-tijd kleiner en kleiner.
Terwijl ik steeds met de gedachte geleefd had: hier word ik multimiljonair.
Nou, daar is niets van terechtgekomen.”

In oktober 1992, tweederde van het asfalt was verwerkt, is hij gestopt.

Sinds kort liggen nieuwe plannen voor een schoonmaak op tafel.
Maar volgens Van der Kooy is het zonde van de miljoenen aan investering.
De olie verstoken, is nog steeds de enige rendabele oplossing, denkt hij.

,,Vijfhonderd ton per dag is dan wel het minimum bij de huidige lage olieprijs.
Maar dan heb je uiteindelijk wel 50 hectare industriegrond.
Als ze mij de grond geven, wil ik garanderen dat het meer wordt schoongemaakt. Hoewel, om weer te beginnen… nee.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *