Het gaat goed met Curaçao

Eerste vergadering van de Staten op 5 april 1938:

 

Gielliam Wouters, gouverneur van Curaçao van 1936 tot 1942

Gielliam Wouters, gouverneur van Curaçao van 1936 tot 1942

WILLEMSTAD — De eerste Staten van Curaçao kwamen op 5 april 1938 voor het eerst bijeen. Onder Curaçao, of beter gezegd het gebiedsdeel Curaçao, verstond men toen de zes eilanden die later de Nederlandse Antillen zouden vormen. Tot 1936 heetten de eilanden ‘Curaçao en de onderhorigheden’. De toenmalige Staten vervingen de Koloniale Raad, die bestond uit door het gouvernement benoemde leden.

De eerste Staten waren niet geheel democratisch gekozen.
Van de vijftien leden werden er tien direct gekozen.
Vijf werden door de gouverneur aangewezen.
De gekozen leden dankten hun lidmaatschap aan de Statenverkiezingen van 20 december 1937. De eerste bijeenkomst van deze nieuwe gekozen Staten vond dus plaats op 5 april 1938.
Tijdens de eerste Statenvergadering van 1938 werden de geloofsbrieven van de nieuwe leden goedgekeurd.
Maar de vergadering, die werd voorgezeten door voorzitter John Horris Sprockel, stond in het teken van de toespraak van de toenmalige gouverneur van Curaçao, Gielliam Johannes Josephus Wouters (1936 – 1942), die zijn rede als volgt begon:

“Mijnheer de Voorzitter en Heeren leden van de Staten.
Ter voldoening aan het gestelde in artikel 79 der Curaçaosche Staatsregeling, welk artikel voorschrijft dat de zitting der Staten jaarlijks op den eersten Dinsdag van de maand April te Willemstad op Curaçao door of namens den gouverneur geopend dient te worden, ben ik heden in uw midden verschenen.”

Tijdens zijn toespraak kondigde Wouters ook een herziening van het kiesrecht aan op Curaçao.
Dit met het doel om het kiessysteem te vereenvoudigen en ook om het aantal kiezers uit te breiden.
Om in december 1937 te kunnen stemmen moest men namelijk man zijn, ouder zijn dan 25 jaar, de Nederlandse nationaliteit bezitten, een bepaald onderwijsniveau hebben behaald en tevens voldoen aan verdere eisen, zoals een minimuminkomen waarover men belasting had betaald.

Financiën

Foto |  Gouverneur Gielliam Wouters bij het verlaten van het Statengebouw na het openen van de nieuwe Staten (bron: ‘Hoofdmomenten uit de Staatkundige Ontwikkeling van de Nederlandse Antillen’ van A. F. Paula, 1988).

Foto | Gouverneur Gielliam Wouters bij het verlaten van het Statengebouw na het openen van de nieuwe Staten (bron: ‘Hoofdmomenten uit de Staatkundige Ontwikkeling van de Nederlandse Antillen’ van A. F. Paula, 1988).

Wouters stond in zijn eerste toespraak uitgebreid stil bij de toenmalige situatie op de eilanden.
Zo is hij onder meer verheugd dat ‘de verhouding tusschen de naburige landen en Curaçao niets te wenschen laat’.
Ook de staat van de financiën van het land is gunstig, aldus Wouters.
Hij maakte melding van het feit dat Curaçao het jaar 1937 afsloot met een positief saldo van 350.000 gulden, ‘terwijl de rekening met Nederland sluit met een tegoed voor Curaçao van 2.066.000 gulden’.
Ook economisch ging het de eilanden zeer voor de wind, maar Wouters plaatste wel zijn kanttekeningen bij deze positieve ontwikkeling.

“De gunstige economische ontwikkeling op de eilanden Curaçao en Aruba heeft zich in het afgelopen zittingsjaar in versneld tempo voortgezet, zij het ook dat deze ontwikkeling nog steeds een eenzijdig karakter draagt.
De op deze eilanden gevestigde oliemaatschappijen vergrootten hare importen en gingen over tot zeer belangrijke uitbreidingen.
De statistieken van in- en uitvoer wijzen wederom hogere cijfers aan, welke meerendeels uit den voortgezetten opbloei der oliebedrijven verklaard moet worden.”

Het doorvoerverkeer bewoog zich in stijgende lijn, aldus de gouverneur.

“Het havenvaartverkeer vertoont eveneens een opgaande lijn, meerendeels te verklaren uit een gestaag toenemend tankverkeer.
Het aantal toeristenschepen daalde van 28 in 1936 tot 24 in 1937, echter met een vrijwel stabiel aantal passagiers van circa 12.000.
Het verkeer met de zeilschepen liep een weinig achteruit.”

Werkloosheid
Uit die eerste rede van Wouters valt op te maken dat de economische groei zich grotendeels op Curaçao en Aruba voordeed.
Hierover stelde de gouverneur:

“De overige eilanden profiteerden in meerdere of mindere mate van den gunstige toestand op de eilanden Curaçao en Aruba.
Het onlangs ingestelde departement van Economische en Sociale Zaken zal mede tot taak hebben te bestuderen wat voor de minder begunstigde eilanden gedaan kan worden.”

Wouters stond in zijn toespraak ook stil bij de situatie van de zogenoemde gouvernementsarbeiders.
Hij gaf aan dat het loon van deze groep arbeiders ‘enigszins verhoogd zal worden ter compensatie van de prijsstijgingen van goederen, welke in de eerste levensbehoeften voorzien’.
In dit verband noemde Wouters ook het initiatief om de rechten en plichten van gouvernementsarbeiders n een ‘Gouvernementsambachtsliedenreglement’ vast te laten leggen. Zeker gezien het perspectief van nu is het zeer opvallend te noemen dat Wouters er in zijn toespraak melding van maakte dat er op de eilanden ‘geen sprake is van werkloosheid’.

“Integendeel, verschillende arbeiders uit andere landen vinden hier een bestaan”

, aldus de gouverneur in 1938.
Maar over de toestand op de plantages was hij niet te spreken.

“De toestand op de plantages bleef ongewijzigd, dat wil zeggen weinig bevredigend.
Zowel het Bestuur als de belanghebbenden zelf trachten hierin in onderlinge samenwerking verbetering te brengen.”

In dit verband maakte Wouters melding van een gezamenlijk initiatief van plantagehouders, kleine planters en de overheid om een landbouwvereniging en een melkcentrale op te richten. Tegelijkertijd werden er voor jongeren tussen de 12 en 18 jaar een paar werkkampen opgericht, waar deze jongeren ‘tot goede landarbeiders zullen worden opgeleid’.
Na het benoemen van een aantal initiatieven van het voorbije jaar 1937, waaronder het plaatsen van een gediplomeerde vroedvrouw op Bonaire, het bouwen van een Ontvangerskantoor op Saba, een nieuw logeergebouw op St. Maarten en een postkantoor op Aruba, beëindigde gouverneur Wouters zijn rede met de woorden:

“Ik open het zittingsjaar 1938 – 1939 met de bede, dat de Almachtige God onzen gemeenschappelijken arbeid moge zegenen en dat ons gebiedsdeel gespaard moge blijven voor rampen en tegenspoed.”

Bronnen:
– Notulen van de Staten van het gebiedsdeel Curaçao en
– ‘Hoofdmomenten uit de Staatkundige Ontwikkeling van de Nederlandse Antillen’ van A. F. Paula (1988).

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *