Hof heeft burger onvoldoende beschermd

Steun hoogleraar voor Smoc eindvonnis Isla

smocWILLEMSTAD — Stichting Schoon Milieu op Curaçao (Smoc) heeft steun gekregen van de Nederlandse hoogleraar bestuurskunde L. Rogier in het eindvonnis in de Isla-zaak van mei vorig jaar. Daarin werd beslist dat de overheid de uitstootnormen niet hoefde te handhaven. Rogier noemt deze uitspraak in het Caribisch Juristenblad ‘teleurstellend’.

Zowel in juridisch als in maatschappelijk opzicht.
Het hof toont zich bepaald niet actief onderzoekend en komt de burger niet tegemoet.
Het hof maakt zeer terughoudend gebruik van zijn interpretatieruimte, motiveert uiterst beknopt en laat vele vragen liggen.

“Dit in tegenstelling tot de eerste rechter, die wel liet zien oog te hebben voor de belangen waarvoor Smoc opkomt. Deze vonnissen waren uitgebreid gemotiveerd.”

Na zeven jaar procederen staat Smoc bij de bestuursrechter met vrijwel lege handen.
Alleen over de attapulgusklei en de oilspills moet door de overheid van Curaçao opnieuw worden beslist.
Met een juridisch-technische overweging hield het hof buiten beeld waar het echt om ging: de emissienormen en het fijnstof.
Het hof heeft hier volgens de hoogleraar als bestuursrechter een kans laten liggen om de oplossing van een groot maatschappelijk probleem een stap dichterbij te brengen.

“Dat komt het aanzien van het hof en de reputatie van het bestuursrecht als rechtsbeschermingsrecht voor de burger niet ten goede.”

Hardy & Maile
In het eindvonnis wordt onder meer het arrest van het Europees Hof voor de Rechten van de Mens (EHRM) van 14 februari 2012 (Hardy & Maile versus het Verenigd Koninkrijk) aangehaald.
Daarin staat dat de nationale autoriteiten ruime beoordelingsvrijheid toekomt, doch dat er evenwicht dient te zijn tussen de belangen die enerzijds gediend zijn door het afzien van handhaving en die anderzijds mét handhaving gediend zijn.
In geval van overtreding van een wettelijk voorschrift (hindervergunning red.) behoort de overheid voldoende toezicht uit te oefenen.
Curaçao heeft nog steeds geen (volledig opgetuigde) Milieudienst.
Meetgegevens uit 2011 lijken er inmiddels weliswaar op te wijzen dat zowel de jaargemiddelde als de daggemiddelde emissienorm zwaveldioxide en de normen voor fijnstof niet worden overtreden.
Maar in 2012 is wel de dagnorm alweer driemaal overschreden, terwijl eenmaal is toegestaan, aldus de hoogleraar.

EVRM
In artikel 8 van het Europees Verdrag tot bescherming van de Rechten van de Mens (EVRM), staat dat het recht op privé- en gezinsleven beschermd moet worden.
In het geval van de overschrijding van de uitstootnormen door de Isla, zou dit artikel geschonden kunnen zijn.
Maar volgens het hof staat overtreding van de hindervergunning niet vast.
Daarom kan niet op voorhand worden geoordeeld dat artikel 8 EVRM is geschonden.

“Dat is wat te kort door de bocht”

, stelt Rogier.
Het EHRM wijst erop dat in milieuzaken een zorgvuldige belangenafweging noodzakelijk is. De zaak Hardy & Maile is volgens de hoogleraar niet goed te vergelijken met de Isla-zaak.
In Hardy & Maile ging het om de vergunningverlening voor twee terminals met vloeibaar gas in het Britse havenstadje Milford Haven en de vraag of de geldende wetgeving daar voldeed.
Of er in deze Isla-zaak niet toch sprake is van schending van artikel 8 EVRM kan in laatste instantie alleen door het EHRM worden beoordeeld.

“Bij het schrijven van deze noot stond nog niet vast of daarover een klacht zou worden ingediend bij het EHRM.”

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *