Opinie | Hof neemt enkele principiële beslissingen

Opinie Mr. Karel Frielink – Hof neemt enkele principiële beslissingen

Mr. Karel Frielink - Het Curaçaose enquêterecht

Mr. Karel Frielink – Het Curaçaose enquêterecht

Hoewel het enquêterecht pas op 1 januari 2012 in Curaçao is ingevoerd, is van die regeling vrijwel direct gebruik gemaakt.
En dat heeft geresulteerd in een voor de praktijk belangrijke beschikking, waarin het Hof over enkele principiële punten een oordeel heeft geveld.
Advocaat Karel Frielink schrijft erover.

,,Behalve dat recent bekend is geworden dat het Openbaar Ministerie enquêteverzoeken tegen enkele overheids-nv’s heeft ingediend, zijn er de komende maanden ook ten aanzien van enkele private ondernemingen verzoeken te verwachten. Het wachten is tenslotte op de invoering van het enquêterecht in de rest van het Caribische deel van het Koninkrijk.”

Hieronder meer over de beschikking.

Het Gemeenschappelijk Hof in Curaçao heeft op 5 maart 2013 een beschikking in een enquêtezaak gegeven.

Het betreft een feitelijk gecompliceerde zaak waarin een tiental buitenlandse aandeelhouders menen dat sprake is van wanbeleid bij een in Curaçao gevestigde vennootschap.

Het Hof heeft alle beschuldigingen onderzocht en is tot de conclusie gekomen dat er géén redenen zijn om een onderzoek te bevelen. Het door de aandeelhouders ingediende verzoek is afgewezen. Het Hof heeft ook op drie meer juridische punten een beslissing genomen.

Het eerste punt betreft het feit dat het enquêterecht in Curaçao pas op 1 januari 2012 is ingevoerd. De zaak waarover het Hof moest oordelen betrof feiten in de jaren voorafgaande aan de invoering van het enquêterecht.
Dat riep de vraag op of het enquêterecht ook betrekking kan hebben op feiten in de periode voorafgaande aan de invoering.
Het antwoord is ja.

Het Hof stelt vast dat er in de wetsgeschiedenis géén aanwijzingen zijn dat het de bedoeling van de wetgever is geweest om het onderzoek al bij voorbaat te beperken tot de periode na de invoering van deze regeling.

Het Hof gaat er daarom van uit dat feiten die zich hebben voorgedaan vóór de invoering van de enquêteregeling in beginsel (mede) ten grondslag kunnen worden gelegd aan de beslissing om een onderzoek te bevelen. De tweede kwestie heeft met zetelverplaatsing te maken.

De vennootschap waartegen het enquêteverzoek zich richtte, was eerst in het buitenland gevestigd en heeft in 2000 haar zetel naar Curaçao verplaatst.
De vraag is dan of een enquêteverzoek ook betrekking kan hebben op feiten in de periode dat de vennootschap statutair nog in het buitenland was gevestigd.
Het antwoord is nee.

Het Hof overweegt dat naar internationaal privaatrecht geldt dat een buitenlandse rechtspersoon tot aan de verplaatsing van de statutaire zetel naar Curaçao uitsluitend door buitenlands recht wordt beheerst.

Met andere woorden: het Hof (in Curaçao) oordeelt alleen over feiten die zich hebben voorgedaan vanaf het moment dat de vennootschap zich in Curaçao heeft gevestigd.

De derde kwestie heeft betrekking op een in New York gewezen vonnis.
De partijen in deze enquêteprocedure voeren al jaren strijd met elkaar en dat in verschillende landen.

Dat heeft ten aanzien van enkele geschilpunten geleid tot een eindbeslissing van de rechter te New York.

De verzoekers in deze enquêteprocedure hebben desondanks ook die geschilpunten aan het Hof te Curaçao voorgelegd. Dat riep de vraag op hoe het Hof moest omgaan met dat Amerikaanse vonnis.

Het Hof overweegt dat de verzoekers hun bezwaren aan de rechter te New York hebben voorgelegd, dat die bezwaren door de rechter te New York zijn afgewezen, en dat het oordeel van de rechter te New York inmiddels onherroepelijk vaststaat.

Het Hof oordeelt dat voor het opnieuw toetsen van deze bezwaren geen plaats is.
Het Hof komt dan ook tot de conclusie dat de beslissing van de rechter te New York zonder meer moet worden gevolgd en dus niet ter discussie staat.

 Enquêterecht

Het enquêterecht is op 1 januari 2012 in Curaçao ingevoerd.
In Nederland bestaat een dergelijke regeling al vele jaren.
De Curaçaose regeling is opgenomen in Boek 2 Burgerlijk Wetboek.
Het enquêterecht biedt met name aandeelhouders met een belang van 10 procent of meer de mogelijkheid om via het Gemeenschappelijk Hof een onderzoek naar wanbeleid binnen de vennootschap af te dwingen. Maar bij de commerciële vereniging of commerciële stichting kan eveneens om een onderzoek worden verzocht. I
n alle gevallen is ook het Openbaar Ministerie (OM) bevoegd om een verzoek bij het Hof in te dienen. A
ls een burger een onderzoek wil laten plaatsvinden bij een overheids-nv dan kan dat alleen als hij het OM ervan weet te overtuigen dat een verzoek daartoe moet worden ingediend.
Het Hof wijst het verzoek alleen toe als er gegronde redenen zijn om aan een juist beleid te twijfelen.
Als het verzoek wordt toegewezen, dan benoemt het Hof een of meer onderzoekers. D
ie doen onderzoek en komen uiteindelijk met een rapport.
Als het Hof daaruit concludeert dat sprake is van wanbeleid, kan het Hof bijvoorbeeld een bestuurder ontslaan.
Gedurende de periode dat het onderzoek loopt, kan het Hof al ingrijpen, bijvoorbeeld door een bestuurder te schorsen en zo nodig tijdelijk een bestuurder te benoemen.
Het Hof kan ook aan een aandeelhouder tijdelijk zijn stemrecht ontnemen.
Het enquêterecht kan uitkomst bieden bij onder meer :

  • ‘ruzievennootschappen’, als er een structurele impasse in de besluitvorming is (steeds 50 procent voor en 50 procent tegen een voorstel),
  • als er sprake is van fraude of ernstige belangenverstrengeling,
  • of als de belangen van minderheidsaandeelhouders stelselmatig worden genegeerd.

Het doel van het enquêterecht kan het herstel van gezonde verhoudingen zijn, het verkrijgen van openheid van zaken en het vaststellen bij wie de verantwoordelijkheid voor het wanbeleid berust. Het enquêterecht kan worden gebruikt als opmaat naar een procedure waarin bijvoorbeeld een bestuurder aansprakelijk wordt gesteld.

 

Karel Frielink

ADVERTENTIE

Karel Frielink is advocaat/partner bij Spigt Dutch Caribbean op Curaçao. Hij is geregeld als advocaat betrokken bij enquêtezaken, maar ook als (door de Ondernemingskamer van Hof Amsterdam benoemde) onderzoeker en tijdelijk bestuurder.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *