HR verwijst zaak verlamdegevangene terug naar het hof

justitieWILLEMSTAD — De Hoge Raad (HR) heeft vorige week de zaak om de schadevergoeding die de gedetineerde Rudson Martina van het land eist, terugverwezen naar het hof. Martina eist schadevergoeding vanwege ernstig letsel dat hij heeft opgelopen bij een voetbalspel op de binnenplaats van een cellenblok in de gevangenis.

Martina was gedetineerd in de toenmalige Bon Futuro-gevangenis en is op 2 juni 2007 tijdens het voetballen met zijn hoofd tegen een betonnen zijmuur gekomen.
Als gevolg van dit ongeval heeft hij een dwarslaesie opgelopen, waardoor hij aan beide armen en benen blijvend verlamd is geraakt.

De grondslag van de vordering is dat het land onrechtmatig heeft gehandeld door op de binnenplaats een speelveld ter beschikking te stellen dat niet voor het voetbalspel was toegerust, waarmee het land volgens Martina een gevaarlijke situatie heeft gecreëerd.

De vloer van de binnenplaats was van beton en daarop werd regelmatig gevoetbald.
Daartoe waren door de gevangenisleiding twee kleine voetbaldoelen ter beschikking gesteld, alsmede een aantal voetballen.
De sporthal van de gevangenis was toen niet in gebruik.

Martina stelt dat het land aansprakelijk is voor de schade als gevolg van het ongeval en wil hiervoor een schadevergoeding.
Hij eist betaling van een voorschot van 250.000 gulden.

Zowel het Gerecht in Eerste Aanleg als het hof kwam echter tot de conclusie dat het land niet aansprakelijk is voor de schade.
Maar volgens de HR is bij het nemen van een beslissing slechts aandacht besteed aan één van de drie door Martina genoemde mogelijkheden, namelijk het aanbrengen van een antisliplaag.
En niet aan de stellingen van Martina dat het land ervoor had moeten zorgen dat de doelen niet zo dicht bij de achtermuur stonden en aan de gedetineerden deugdelijk schoeisel ter beschikking had moeten stellen.

Martina had immers juist gesteld dat het land de in de gevangenis aanwezige sportzaal had kunnen openstellen.
In het licht van de toedracht van het ongeval is het onbegrijpelijk waarom het hof er kennelijk vanuit is uitgegaan dat dit ook zou hebben plaatsgevonden indien het land een antisliplaag op de vloer van de binnenplaats zou hebben aangebracht.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *