Ingezonden: Brief aan premier Schotte

De Jongh-Elhage

Ingezonden: Brief aan premier Schotte

CURAÇAO – Spraakmakend nieuws, een knallend evenement of sportief hoogstandje, soms wil je als lezer zelf in de pen klimmen. Ingezonden brieven zijn bij Versgeperst.com welkom. Emily de Jongh-Elhage richt een brief aan premier Gerrit Schotte over het overtreden van meerdere wetten van de VDC.

We hebben uit de lokale pers notie genomen van erg twijfelachtige en illegale incidenten die hebben plaatsgevonden in het kader van het functioneren van onze intelligentiedienst genaamd Veiligheidsdienst Curaçao (VDC). De berichten in de pers zijn gebaseerd op waarheidsgetrouwe verklaringen gedaan bij de Ombudsman door een persoon die belast is met het beleid van het computersysteem van de veiligheidsdienst waarin data zitten over personen, entiteiten en gebeurtenissen zowel lokaal als internationaal van intelligentiediensten van andere landen, zowel binnen het Nederlandse Koninkrijk als buiten het Koninkrijk.

Naar onze mening zijn deze overtredingen en incidenten ernstig, en in strijd met de wet waarin het functioneren van onze intelligentiedienst is vastgelegd zoals voorgeschreven in de Landsverordening Veiligheidsdienst Curaçao A.B. 2010 no.87).

De verklaring van de functionaris van VDC die zich heeft gemeld bij de Ombudsman om duidelijke redenen voor bescherming van zijn integriteit en zijn leven, omvat gedetailleerde beschrijvingen van namen van VDC-functionarissen en niet VDC-functionarissen, zowel in de zin van daders als daden en gebeurtenissen die hebben plaatsgevonden.

Met als gevolg dat wij en de gehele samenleving erg verrast en enorm bezorgd waren toen op vragen van journalisten tijdens een persconferentie over deze verklaringen, de minister-president, gesecondeerd door de minister van Justitie, die voor de wet mede verantwoordelijk is voor VDC, hun positie hebben gelegitimeerd en trachtten hun handen te wassen met de worden: ‘Het is niet waar’.

Dit betekent dat het kabinet niets gaat doen met deze verklaringen. Gezien de ernst van de situatie en zijn repercussies voor ons land, wil onze fractie als vertegenwoordigers van het volk met nadruk verklaren dat dit antwoord mager is en onacceptabel voor ons is. Er moet een formeel onderzoek komen van alle betrokken instanties, om de waarheid naar boven te krijgen, gevolgd door concrete acties. En als Kabinet Schotte, specifiek de verantwoordelijken, te weten de premier en de minister van Justitie dit niet gaan doen, dan gaan wij het laten doen.

Als fractie die het volk vertegenwoordigt, is het onze taak om de regering te controleren, ons democratisch functioneren te verdedigen maar ook om overtredingen van de wetten van ons land te signaleren en acties te nemen om dit tegen te gaan.

De verordening die het functioneren van de veiligheidsdienst regelt, is één van de organische wetten die in september 2010 zijn aangenomen voor Curaçao als nieuw land. De wet beschrijft duidelijk en op een limitatieve en definitieve manier wat kan en wat niet kan. Deze wet is specifiek gemaakt om het functioneren van onze intelligentiedienst te scheiden van andere overheidsdiensten vanwege het speciale karakter dat het heeft. Maar nu is het alsof minister-president Schotte gesecondeerd door minister van Justitie Wilsoe een intelligentiedienst hebben gecreëerd die buiten de wet opereert, een ‘eigen’ intelligentiedienst.

De wet bindt de minister, hoofd van de dienst, personeel van de dienst en alle andere betrokken actoren, aan specifieke regels voor het verkrijgen van informatie, die niet vermeden kunnen worden zonder de procedures te volgen die in de wet vermeld zijn. En wat wij hebben vernomen uit de pers, van de verklaringen van de functionaris van VDC aan de Ombudsman, zijn er verschillende ernstige overtredingen van deze wet geweest.

Twee typen van overtreding die wij voor de duidelijkheid willen classificeren onder twee groepen:
1. Overtreding van eigen autoriteit en methoden om informatie te krijgen
2. Overtreding in levering van informatie aan derde partijen en de geheimhoudingsplicht.

Hier zullen wij verder over uitweiden:
1. Artikel 6 lid 2 en de toelichting in de wetstekst noemt expliciet dat het personeel van de dienst (ambtenaar, artikel 6, lid 1) GEEN opsporingsbevoegdheid heeft. Het is ook een van de acht uitgangspunten van de wet (pag 19 en 20 punt d).

Dit wil zeggen dat zij mensen niet kunnen verhoren noch hun verklaringen in strafprocessen kunnen gebruiken. Verder regelen artikel 4 en 7 de limitatieve maatregelen die onze intelligentiedienst kan gebruiken om aan zijn informatie te komen en daar vallen noch verhoor noch ontvoering onder. Artikel 9, die spreekt over eventuele nieuwe moderne maatregelen omvat ook geen verhoor en ontvoering. Ook bindt de wet in haar toelichting het functioneren en met name het hoofd van de dienst als hoofd,  aan acht fundamentele uitgangspunten (pag 19 en 20 a t/m f) waar zij zich aan moeten houden in het geval dat de wettekst daar niets over voorschrijft. Het uitgangspunt nummer acht (f) zegt letterlijk: ‘de werkzaamheden van de veiligheidsdienst gaan nooit (zoals bijvoorbeeld bij de politie wel het geval kan zijn) gepaard met het toepassen van of dreigen met fysiek of psychisch geweld’.

In de verklaringen van de functionaris aan de Ombudsman was er sprake van verhoor (bovendien door externe mensen onder andere Colombianen die zich niet wilden identificeren) en bovendien door mensen die niet werkten bij de VDC, het is volgens de wet onmogelijk dat functionarissen van VDC verklaringen aan hen gaven. Ook was er volgens de verklaring van de VDC-functionaris sprake van ontvoering (dwang om in een auto te stappen, onvrijwillig vasthouden in een hotelkamer en afpakken van de telefoon om communicatie onmogelijk te maken en niet weg kunnen gaan). Nog erger is dat hij verschillende malen is bedreigd om een verklaring te geven en niet alleen door het nieuwe hoofd maar ook door een derde persoon die zich niet heeft geïdentificeerd en geen functionaris is van VDC.

Hier alleen al zijn de artikelen 6, 4, 7, 9 en de geest/fundament van de wet overtreden. Het bewijs dat de chef(s) al wisten dat zij ernstig in overtreding van de wet waren, krijgen wij in de verklaring van de functionaris die heeft gezegd dat wanneer één van de verhoren werd gehouden in het kantoor van VDC zelf een andere functionaris opdracht kreeg om de registratie van externe personen bij VDC te wissen. Dit gedrag, hebben wij nog niet eerder gezien in onze intelligentiedienst, maar wel in landen met totalitaire tendenties, waar het staatshoofd zijn eigen eenheid creeert om daden te plegen die tegen de wet zijn en tegen de democratische orde. En vaak gebruikt hij dit om politieke tegenstanders te vervolgen.

2. Artikel 11 van de ordening Veiligheidsdienst Curaçao regelt wie, wanneer, hoe en onder welke voorwaarden de veiligheidsdienst informatie kan geven aan derden. Dit is een gevoelig punt omdat de dossiers van VDC ook informatie bevatten die afkomstig is van intelligentiediensten van andere landen zowel in het Nederlands Koninkrijk als daarbuiten. Het is goed om te begrijpen dat landen erop vertrouwen dat wij de informatie van hun intelligentiediensten vertrouwelijk behandelen en die niet kunnen geven aan wie dan ook en zeker niet aan derden. Daarnaast heeft de informatie een hoge commerciële waarde van miljoenen waarde en is het makkelijk voor een niet-integer persoon om toegang hiertoe te krijgen om daar handel mee te bedrijven. Om al deze redenen is het doorgeven van informatie goed geregeld in de wet en is het niet toegestaan om daarvan af te wijken.

In de toelichting van artikel 11 staat dat het systeem van informatieverstrekking aan derden gebaseerd is om wat wordt genoemd ‘een gesloten verstrekkingsstelsel’. Dit wil zeggen, dat er alleen informatie aan derden verstrekt kan worden op de manier die de wet voorschrijft. Op de eerste plaats staat in artikel 11 lid 1 dat alleen het hoofd van de dienst informatie aan derden kan geven. Dus een medewerker kan dit niet, met of zonder toestemming van het hoofd. Op de tweede plaats, staat er dat het hoofd toestemming moet hebben op schrift van zowel de minister-president als de minister van Justitie die medeverantwoordelijk is. Op de derde plaats, is in de wet sprake van bepaalde informatie en bepaalde informatie categorieën. Hier staat vermeld dat alleen het deel dat de derde partij nodig heeft overgedragen mag worden. De wet spreekt niet van complete files, noch passwords en zeker niet van de gehele geschiedenis van VDC en zijn geallieerden van andere landen.

Op de vierde plaats voorschrijft de wet dat derden alleen een overheidsdienst, een minister en intelligentiediensten van andere landen kunnen zijn. De wet zegt niets over derden buiten de genoemde instituten en zeker niet van commerciële entiteiten zoals een forensische dienst die daar zaken mee kan gaan doen, hetzij alleen of in een partnerschap met anderen. En tot slot maar niet minder belangrijk, kan alleen informatie van intelligentiediensten van andere landen binnen of buiten het Koninkrijk, worden doorgegeven met schriftelijke toestemming van de betreffende dienst.

Ook staat in artikel 12 dat overdracht schriftelijk plaats moet vinden. Dit is een garantie dat altijd kan worden geverifieerd welke informatie is doorgegeven aan wie en in welk vorm. Dit is ook een strikte verantwoordelijkheid gereserveerd voor het hoofd.

Uit de verklaring van de functionaries van VDC aan de Ombudsman blijkt dat:
1. is gehandeld op basis van instructie van het hoofd van de dienst
2. verklaring van de Colombianen dat zij handelen op basis van instructie van de minister-president
3. deze functionaris is gedwongen om zijn geheimhoudingsplicht te breken onder druk, intimidatie en bedreiging
4. zo externen toegelaten zijn tot VDC, zowel Colombianen maar ook Nederlanders van een commerciële entiteit
5. toegang is gegeven tot onze archieven
6. alle informatie in de elektronische dossiers van VDC, inclusief die van de buitenlandse intelligentiediensten is doorgegeven
7. dit allemaal gebeurde onder de ogen van de hoofden
8. zonder dat de personen zich hebben geïdentificeerd
9. zonder dat zij de functionaris enige vergunning hebben getoond.

Dat zowel artikel 11 en artikel 12 in hun totaliteit zijn overtreden is meer dan duidelijk. Zowel artikelen 29 en 30 die handelen over de geheimhoudingsplicht en de bescherming van de identiteiten en personen die voorkomen in de dossiers, zijn overtreden.

Het is meer dan duidelijk dat geen enkel land schriftelijk toestemming geeft aan externen om hun informatie te kopiëren in zijn totaliteit. En als dat zo is laat Kabinet Schotte deze publiceren of laat al deze regeringen een brief naar het parlement sturen dat het zo is. Het woord is aan de minister-president.

Concluderend, de reactie van minister-president overtuigt niemand. Dat wil zeggen dat de fractie van de PAR zijn eigen route zal volgen in het kader van onze wetten om helderheid te brengen in deze zaak en zullen zij alle instrumenten die tot onze beschikking staan gebruiken om dit te doen. Wij adviseren de hoofdverantwoordelijken voor de wet, te weten de minister-president Schotte en minister Wilsoe, om datzelfde te doen.

Tot slot zullen wij een kopie van deze brief sturen naar zowel de Commissie van Toezicht VDC (artikel 22) die is belast met het onafhankelijk toezicht op het functioneren van VDC en wij zijn er van overtuigd dat zij hun verantwoordelijkheid zullen nemen en een onafhankelijk onderzoek instellen. Ook sturen wij een kopie naar de Ombudsman, om te worden gebruikt als steun aan een mogelijk onderzoek dat kan plaatsvinden, op basis van de verklaring van de functionaris van VDC, die bescherming bij hen heeft gezocht.

E. de Jongh-Elhage

Lider di Frakshon di PAR

Bron: Versgeperst
Zie ook: Dossier: Veiligheidsdienst Curaçao (VDC)

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *