Ingezonden | De ‘Aprilmoorden’

Ingezonden-brief

Ingezonden brief

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curacao? Stuur uw brief voor 17:00 uur naar emailadres: INGEZONDEN. Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten. De redactie van de Knipselkrant Curacao is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Ingezonden stukken die beledigende of discriminerende taal bevatten worden door ons niet gepubliceerd.

Vandaag laten we Pablo Walter aan het woord

VRIJ REGELMATIG rij ik langs een zeer eenvoudig monument dat langs een – hoe kan het ook anders – zwaar vervuilde weg staat aan de rand van Muizenberg Bieu (Oud Muizenberg). Op een grote rots, uit onze kalksteen verkregen, een plakkaat met de namen van de vijftien Chinezen die op 20 april 1942 op lafhartige wijze aan hun einde zijn gekomen. Het stuk terrein rondom dit monument is pas helemaal schoongemaakt in verband met de komende herdenking op 20 april aanstaande. Tot mijn grote ergernis zag ik dat er daags na de schoonmaak, deze keer nog slechts een paar meters van het monument, weer afval lag. Ik concludeerde toen meteen dat nog steeds geldt dat onbekend onbemind maakt.

De Tweede Wereldoorlog. Diverse landen in Europa hadden hun legers ingezet tegen de Duitsers. Ook Nederland. Vanuit de West hebben daar Boy Ecury (Aruba) en George Maduro (Curaçao) hun leven gegeven in Duitse gevangenschap voor de bevrijding. Hun inzet is door Nederland erkend als die van vrijheidsstrijders.

Op Curaçao moest in die tijd de C.P.I.M. (later omgedoopt tot Shell Curaçao) zorgen voor de raffinage van olieproducten voor de geallieerden die in Europa vochten tegen de Duitsers. De ruwe olie kwam in tankers met zeer minieme bescherming tegen de Duitse onderzeeboten uit Venezuela naar de raffinaderij. Verschillende van de tankers zijn dan ook door de U-boten tot zinken gebracht. Wie waren de zeelieden die ervoor moesten zorgen dat de tankers konden varen? Chinezen! Omdat duidelijk was dat noch de Nederlandse overheid (Curaçao was toen nog een kolonie!) noch de C.P.I.M. kon garanderen dat deze mensen volkomen bescherming konden genieten tijdens de overtocht van het Meer van Maracaibo naar Curaçao zijn zij in staking gegaan. De belanghebbenden in dit geval zagen de olieproductie voor de geallieerden in gevaar komen en besloten toen in te grijpen. Maar dan op een zodanige manier dat vijftien Chinezen doodgeschoten werden.

Chinezen die op een indirecte manier bij moesten dragen aan de bevrijding van Europa van de Duitsers. Chinezen die niet door de vijand, maar door ‘eigen mensen’ zijn afgeslacht. Als zij geen oorlogsslachtoffers zijn, wie dan wel?

Jarenlang heeft deze moord in de dofpot gezeten. Totdat Nizaar Makdoembaks, arts-onderzoeker, heel het gebeurde nauwkeurig uit de doeken heeft weten te doen aan de hand van officiële bewijsstukken. Het zou goed zijn als dit boekwerk een plaats kreeg in de lessen maatschappijleer en/of geschiedenis in het voortgezet onderwijs. De media zouden er goed aan doen door de komende dagen uitgebreid aandacht te besteden aan die gebeurtenis, waardoor dat monument – dat nu staat waar de afslachting heeft plaatsgehad – in waarde en aanzien bij ons allemaal kan stijgen.

Op 20 april aanstaande zal er waarschijnlijk een kranslegging plaatsvinden op het kerkhof te Kolebra Bèrdè op het graf waarin deze vijftien Chinezen indertijd anoniem begraven lagen. Daarna zal er zeker een plechtigheid gehouden worden bij het monument. Zou een erewacht van onze Curaçaose militie en van de Nederlandse militairen die hier gedetacheerd zijn niet de minste vorm van een jaarlijks terugkerende waardering kunnen zijn om deze slachtoffers van de oorlogsmachine alsnog de eer te brengen die zij verdienen?

PABLO M. WALTER

Curaçao

Een Reactie op “Ingezonden | De ‘Aprilmoorden’

  1. wladimiro matos

    @ drs Pablo Walter
    Voor de volledigheid :
    Drs. Junness Sint Jago heeft zich ook beziggehouden met de april
    moorden van 1942. Hij heeft zelfs twee boeken over het onderwerp gepubliceerd.

    Sint Jago, politicoloog met afstudeerrichting ‘doctrinegeschiedenis’, schreef De Tragedie van 20 april 1942 en Etat-major achter prikkeldraad na een jarenlang en uiterst moeizaam onderzoek.

    Etat majoor achter prikkeldraad (eigen beheer, 2000)
    gaat over het arbeidsconflict in 1942 tussen officieren en de directie van de rederij CSM. Een conflict dat eindigde in een tegemoetkoming aan de eisen van de officieren.
    De tragedie van 20 April 1942 (eigen beheer, 2000)
    gaat over het arbeidsconflict tussen de Chinese zeelieden en de directie van de rederij CSM. Een conflict dat eindigde in het tragische bloedbad dat mede dankzij de SEOC bekend kwam te staan als ‘de Aprilmoorden’
    Dit zonder afbreuk te doen aan de belangrijke bijdragen van Nizaar Makdoembaks.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *