Ingezonden: Prikklok voor parlementariërs 4 Jaar autonomie, deel 1

Brief

Ingezonden brieven

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curaçao? Stuur uw brief voor 17:00 uur naar emailadres: INGEZONDEN.
Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten.

De redactie van de Knipselkrant Curaçao is niet verantwoordelijk voor de inhoud.
Ingezonden stukken die beledigende of discriminerende taal bevatten worden door ons niet gepubliceerd.

Vandaag laten we Hitzig Bazur aan het woord

Prikklok voor parlementariërs

Prikklok voor parlementariërs

Curaçao vierde onlangs het vierde jaar van de autonome status met een herdenking die de naam eigenlijk niet mag dragen: een soort ban topa in Fort Amsterdam, kennelijk alleen voor genodigden. Het gros van de bevolking was zonder twijfel niet op de hoogte van de commemoratie; dit soort gebeurtenissen horen toch thuis op het Brionplein? Maar hoe staat het eiland ervoor na vier jaar bestuur zonder inmenging van de andere ex- NA-eilanden? Volgens de Curaçaose politici was de gebondenheid aan Bonaire, Sint Maarten, Sint Eustatius en Saba en daarvoor ook Aruba, altijd de oorzaak van het minder doelgerichte bestuur van Curaçao zelf. Om te beginnen in 1986 (status aparte Aruba) en nu recentelijk dus de algehele ontbinding van de Nederlandse Antillen verschaft de Curaçaose politiekbestuurlijke constellatie zich de grondslag tot goed bestuur. Althans in principe. Hoe staat het eiland ervoor in de praktijk nu, vier jaar daarna? Een kort antwoord is mogelijk: het eiland staat er slecht voor. Het topje van de ijsberg geeft weliswaar een eiland aan met bepaalde karakteristieken beter dan de Caribische en Latijns-Amerikaanse buurlanden. Maar kijk gewoon eens wat beter rond en de onverzorgde staat waarin het eiland zich bevindt is evident. Zelfs Punda, dat onze pracht en praal zou horen te zijn, ligt erbij als Assepoester vóór zij het schoentje aantrekt. In plaats van een lang betoog, zal ik nu kort een aantal thema’s behandelen, waarvan ik denk, dat de verbetering ervan zal bijdragen tot een betere ontwikkeling van Curaçao. Dit gebeurt in een aantal korte artikelen ten gunste van de publicatie. Een gekozen minister-president: ik heb in het recente verleden reeds uitgebreid hierover betoogd. Ik kan me herinneren, dat Don Martina indertijd met zo’n 28 duizend persoonlijke stemmen tot minister-president werd ‘gekozen’. Dat was in 1979. Ook mevrouw Liberia- Peters (rond 1990) en wijlen heer Pourier (verkiezing 1994) konden in hun tijd buigen op soortgelijke stemmensteun. Gekozen staat tussen aanhalingstekens, want het was geen directe aanwijzing. De huidige grondwet van Curaçao (Staatsregeling) kent nog geen directe keuze van de minister-president. Met ongeveer 115 duizend stemgerechtigden heeft een direct gekozen minister-presidentkandidaat een kleine 60 duizend stemmen nodig om direct gekozen te worden. Maar de historisch hoge verkiezingssteun voor deze drie kandidaten duidt aan, dat zij daartoe grote sympathie van de bevolking droegen. Ware het een directe verkiezing geweest, dan zouden zij met een aan zekerheid grenzende waarschijnlijkheid het benodigde aantal stemmen zeker hebben behaald. Anno 2014 lijkt het minister-presidentschap een koehandel geworden: Het eiland kreeg recentelijk een minister-president die amper 700 stemmen kon behalen in de verkiezing. Maar ook even daarvoor, gedurende de schimmige bestuursperiode, tussen de val van kabinet Schotte en de activering van die van Asjes, komen de ministerspresidenten zowaar uit de lucht vallen. Men neemt een loopje met de democratie. Het systeem behoeft dus klaarblijkelijk nieuwe definities. De Curaçaose bevolking heeft hierbij minstens het recht om via referendum haar mening over dit punt kenbaar te maken. Als de politici toch op een verkiezing lijken aan te sturen, dan is daar de mogelijkheid om deze raadpleging – dus wel of niet een gekozen minister-president – als separaat onderdeel erbij te voegen en voor te leggen. Prikklok voor parlementariërs: het is onbekend hoe goed de Statenleden zich van hun taak kwijten. De indruk is dat dit op onvoldoende niveau gebeurt. Ergo: velen zijn de mening toegedaan, dat deze zogenaamde volksvertegenwoordigers, eerder met hoge borst rondlopen en zich als magnaten gedragen. Het lijkt wel, dat de politici vinden, dat het een gunst is het volk even aan te horen. De wettelijke inkadering van de aanwijzing van de parlementariër is overigens een zooitje. Dat is de schuld van het monster de kiesdeler, maar hierover een volgende keer meer. Allereerst moet heel duidelijk worden vastgelegd, dat de parlementariër een volksdienaar is. Daarbij hoort in eerste instantie dat hij naar zijn werk komt. Gelijk de doorsnee arbeider om 8 uur des morgens op kantoor zijn en daar de reglementaire 8 uur doorbrengen, uiteraard met een lunchpauze ertussen, zodat hij/zij de (goed belegde) boterham kan opsmikkelen. En hoe moet de controle daarop worden ingesteld? Is er iets tegen een prikklok? Gelijk de doorsnee werknemer?

 

Door: Hitzig Bazur
te, Curaçao

Een Reactie op “Ingezonden: Prikklok voor parlementariërs 4 Jaar autonomie, deel 1

  1. Goed stuk, echter de prikklok zou op onverklaarbare wijze voor deze lieden steeds “niet correct functionaren”, op dat “geregeld”niveau zitten we hier.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *