Ingezonden | Pronken met andermans veren

Ingezonden-brief

Ingezonden brief

Uw ingezonden brief in de Knipselkrant Curacao? Stuur uw brief voor 17:00 uur naar emailadres: INGEZONDEN. Wij publiceren uw brief zonder deze in te korten. De redactie van de Knipselkrant Curacao is niet verantwoordelijk voor de inhoud. Ingezonden stukken die beledigende of discriminerende taal bevatten worden door ons niet gepubliceerd.

Vandaag laten we Henry Habibe aan het woord

HET VERHAAL ‘Van indianen en Arubanen’ van Fred de Haas (Amigoe, ñapa, 23/01/2016) heb ik, door een heel lang verblijf in het buitenland, pas eind maart kunnen lezen. Het is, althans voor mij, helemaal geen nieuw verhaal.

Bepaalde aspecten die daarin naar voren komen, heb ik ongeveer zes jaar geleden reeds veel uitgebreider opgetekend in het boek ‘Aruba in literair perspectief’. Dit boek kwam tot stand met een subsidie van UNOCA en het Prins Bernhard Cultuurfonds Caribisch Gebied en verscheen vorig jaar (maart) op Aruba.

Het verbaast me dat De Haas, die het manuscript van mijn boek eerder ter inzage kreeg, daaruit zonder enige vermelding gegevens overneemt.

Zijn artikel gaat over de Arubaanse literatuur en begint met een verwijzing naar een gedicht van pater Van de Pavert uit omstreeks 1910, waarin over het verdriet en de heimwee van Arubanen in het buitenland gesproken wordt. De vraag die onmiddellijk opkomt is: wat bewoog de auteur om met dat gedicht te beginnen? Wat heeft dat gedicht met het Arubaanse nationalisme, dat in zijn verhaal naar voren komt, van doen? Het ademt helemaal geen sociale sfeer. Waarom dan een verwijzing naar Van de Pavert?

De Haas gaat vervolgens over op wat hij noemt ‘Identiteit’. Als een voorbeeld van een meervoudige culturele identiteit noemt hij ‘Bos di Sanger’ van Nydia Ecury, waaraan ik ook aandacht besteedde in mijn boek. Het is een gedicht dat ik eerder al in datzelfde opzicht (raciaal) besprak. Niets nieuws!

Wat daarna volgt, is een oppervlakkige verwijzing naar historische aspecten met de komst van de Lago. De auteur spreekt van een ‘verstoord evenwicht’. Al die aspecten (politiek-economische, sociale en raciale) heb ik in het eerste hoofdstuk van mijn boek beschreven (zie p. 27- 43). Maar ook hier vermeldt De Haas geen bronnen.

Opvallend is de overeenkomst in de volgorde van de behandelde stof in mijn boek en in het artikel. De Haas wijkt niet af van de opbouw van de verschillende door mij behandelde aspecten.

Na zijn behandeling van het ‘verstoord evenwicht’ gaat De Haas over tot het ‘Indianismo’. Als de meest bekende vertegenwoordiger van deze literaire tendens sprak ik Hubert Booi. De Haas comprimeert mijn gegevens en formuleert die in zijn eigen woorden. Als tweede voorbeeld van deze stroming noemt De Haas Ernesto Rosenstand, aan wie ik een vrij lang hoofdstuk besteedde. Hij maakt goed gebruik van mijn publicatie maar helaas weer zonder vermelding! Vervolgens gaat hij verder met Federico Oduber. Dat is ook de volgorde die in mijn boek gevolgd is!

Wat De Haas daarna over ‘de echte Arubaan’ schrijft, is een weergave (in een iets andere formulering) van wat er in ‘Aruba in literair perspectief’ staat (zie p. 370-376).

Bij het onderdeel ‘anti-koloniale reactie’ wordt Oduber weer aangehaald. Hier begaat De Haas grove fouten. Niet alleen de jaartallen kloppen niet, maar zelfs de citaten worden verkeerd overgenomen. Oduber zou uit de dood herrijzen indien hij zou horen dat zijn gedicht ‘Cinco cantica di espada’ als volgt begint: “Mi ruman/ riw ta corre bai lama…” (deze verzen vormen het begin van ‘Si nos tabata salut’). Zo te zien maakt De Haas er een potje van!

Zijn verhaal eindigt met het noemen van twee jongere auteurs, te weten Olga Orman en Quito Nicolaas. De Haas heeft recent hun werk vertaald. Slechts dit gedeelte van zijn verhaal is zelf bedacht, want mijn boek behandelt alleen auteurs die vóór 1975 publiceerden.

Het is onbegrijpelijk, ongehoord en zelfs onfatsoenlijk dat De Haas zonder blikken of blozen zwijgt over mijn studie over de Arubaanse literatuur. Zijn artikel heeft veel weg van willen pronken met andermans veren. Het kan verkeren!

HENRY HABIBE

Curaçao

4 Reacties op “Ingezonden | Pronken met andermans veren

  1. Is het zo moeilijk Fred de Haas hierover persoonlijk op de vingers te tikken i.p.v. een ingezonden? Volgende keer svp documenten digitaal oploaden zodat de lezer zelf kan lezen welke (originele) passages van de auteur overgenomen zijn.

  2. Fred, zal zijn schouders ophalen met de woorden: “mijn naam is Haas”

    Als je de geschiedenis van Aruba wilt beschrijven, kun je elkaar alleen maar napraten. Aruba heeft immers amper een geschiedenis!

  3. Don Sabe lo Todo

    @wladimiro matos
    ingreida está incorrectamente escrita y debería escribirse como “engréida” siendo su significado:
    Persona que se siente superior a los demás

  4. wladimiro matos

    @ Sr. Habibe
    No se preocupe !
    Esa Liebre ingreída astuta y muy confiada en si misma
    se puede adornar con las plumas de otros, pero no podra volar con ellas.
    (Hij kan pronken met andermans veren, maar hij kan er niet mee vliegen )

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *