Instellen onderzoekscentrum onder de aandacht

Benjamin Mueller neemt voor verdere analyse watermonsters af.

WILLEMSTAD — Wetenschappelijk directeur en hoofd van onderzoek van Carmabi, Mark Vermeij, de zoöloog Carole Baldwin van het Amerikaanse Smithsonian Institution en Dutch Schrier van de Curasub, Substation Curaçao, hebben afgelopen woensdag bij de Raad van Ministers (RvM) de gelegenheid gekregen om een presentatie te houden.

Hierbij stond het, mogelijk in samenwerking met de overheid, opzetten van een uitgebreid onderzoekscentrum centraal, om hiermee in te spelen op de toenemende populariteit van Curaçao op het gebied van natuurwetenschappelijk onderzoek.

De presentatie werd door bemiddeling van onafhankelijk Statenlid Glenn Sulvaran mogelijk gemaakt. Sulvaran zet zich al geruime tijd onder andere in om Curaçao als kenniscentrum in de marienbiologie op de kaart te zetten, dit zowel regionaal als mondiaal. Hij ziet dan ook een groot potentieel voor een onderzoekscentrum op het eiland weggelegd, dit niet alleen op het vlak van de marienbiologie maar ook de geologie.

Zo haalt hij trots het voorbeeld aan van het zogenoemde ‘Ser’i Domi-model’. Sulvaran licht toe:

“Er zijn in de wateren van Curaçao bepaalde gesteenten aangetroffen, aan de hand waarvan men het voornoemde model heeft ontwikkeld om te bepalen waar olieboringen te verrichten. Dit Curaçaose model wordt onder andere door British Petroleum (BP) gebruikt om te bepalen waar ze wel of niet boringen naar olie zullen verrichten. Verder moet men denken aan het enorme potentieel dat onderwateronderzoek naar onontdekte stoffen biedt, organismen die mogelijk een toepassing kunnen krijgen in de medische industrie. In deze industrie gaan immers miljarden om”, aldus het Statenlid enthousiast.

Zoals eerder gemeld kreeg Vermeij vorig jaar op uitnodiging van Sulvaran de kans om het Latijns-Amerikaans Parlement – Parlatino – toe te spreken, waarbij hij de doemscenario’s over de gesteldheid van de riffen achter zich wilde laten en een licht wierp op de succesverhalen in het Caribisch gebied, om ervan te leren.

Zoals de Amigoe onlangs heeft gemeld, vloeide hieruit als direct resultaat voort dat Sulvaran en Melvin ‘Mac’ Cijntje (PS), als leden van de Commissie Milieu en Toerisme van Parlatino, een concept-kaderwetgeving voor de bescherming van de onderwaternatuur en de kust in Latijns-Amerika en het Caribisch gebied hebben ingediend. De kaderwet werd overhandigd aan de voorzitter van de commissie. Het gaat specifiek om de collectieve bescherming van de koraalriffen, mangroven en zeegrasgebieden.

Carmabi-2

Een blik op Carmabi vanaf het onderzoeksschip.

Het rif van Oostpunt is één van de succesverhalen binnen het Caribisch gebied, zoals is gebleken uit een omvangrijke studie die door professor dr. Jeremy Jackson (die jarenlang aan het Smithsonian Tropical Research Institute in Panama verbonden was en nu emeritus is) gepresenteerd werd.

De twee jaar durende onafhankelijke studie – die als de grootste koraalstudie ooit wordt omschreven – werd uitgevoerd door 78 onderzoekers uit 34 Caribische landen. De studie vat de informatie uit meer dan 35.000 losse studies samen uit de periode van 1969 tot 2012. Uit de data blijkt dat de riffen van Bonaire en Curaçao – het rif van Oostpunt – tot de top drie behouden riffen – succesverhalen – behoren binnen het Caribisch gebied.

Door de redelijke staat van de Curaçaose riffen in vergelijking met de regio en de uitzonderlijke staat van het rif van Oostpunt, krijgt het eiland dus steeds meer naamsbekendheid. Dit door de aanwezige expertise van Carmabi, hun talrijke gastonderzoekers en lopende onderzoeken, en de mogelijkheid om op grote diepten onderzoek te verrichten met de Curasub van Substation Curaçao.

Zoals bekend wordt de Curasub nu geruime tijde door Smithsonian-wetenschappers actief ingezet voor marien-wetenschappelijk onderzoek en maken zij tevens dankbaar gebruik van de faciliteiten van het Substation. Het lopende Smithsonian-onderzoeksproject wordt uitgevoerd onder de noemer Deep Reef Observation Project (DROP), waarbinnen tal van nieuwe vissoorten in de Curaçaose wateren zijn ontdekt.

Deze ontdekkingen leiden met grote regelmaat tot publicaties in leidende wetenschappelijke tijdschriften. Het Smithsonian-team van onderzoekers, dat met grote regelmaat naar het eiland komt, kan behalve op het gebruik van de Curasub op logistieke ondersteuning, opslagruimte en het gebruik van het nieuwe laboratorium van Sea Aquarium rekenen.

Vermeij:

“Afgelopen woensdag is er een begin gemaakt met het opzetten van een uitgebreid plan om de groeiende populariteit van Curaçao op het gebied van natuurwetenschappelijk onderzoek verder vorm te geven. In de afgelopen tijd hebben beide instanties grote investeringen gedaan om infrastructuur te creëren die onderzoek op het gebied van onder andere mariene biologie, geologie en klimaatverandering mogelijk maakt. Hiermee wordt ingespeeld op het groeiende aantal buitenlandse wetenschappers dat Curaçao voor onderzoek bezoekt.”

Carmabi laat weten dat het aantal buitenlandse wetenschappers dat in Piscadera verblijft en werkt in de nieuwe laboratoria, zo gegroeid is in de afgelopen jaren dat er sprake is van meer dan een verdubbeling. Volgens Vermeij komen bij het Substation ook steeds vaker aanvragen binnen van gerenommeerde buitenlandse onderzoekers. Er zijn momenteel veel ontwikkelingen gaande binnen de internationale onderzoekswereld en ook op Curaçao wordt dat gemerkt, stelt Vermeij.

“We zien dat onderzoeksgebieden in elkaar beginnen over te lopen. Bijvoorbeeld koraalriffen worden steeds vaker met een economische bril bekeken. Functies zoals het mogelijk maken van toerisme en visserij, maar ook kustbescherming, leveren of besparen Curaçao een hoop geld en leveren daarmee een bijdrage aan de lokale economie.”

Onderzoek dat bij Carmabi gedaan wordt, wordt derhalve steeds vaker gebruikt bij de besluitvorming omtrent rifbescherming op het eiland, waardoor lokaal onderzoek niet in een la van een universiteit terechtkomt, maar door beleidsmakers wordt gebruikt.

“De tijd dat onderzoek vooral bestond uit het tellen en meten van alles wat los en vast zat, is nu echt wel voorbij”, aldus Vermeij, die toelicht dat onderzoeken naar bacteriën op koraalriffen gebruikt worden om de rol van soortgelijke bacteriën – die ziektes zoals cystische fibrose of nierstenen veroorzaken – beter te begrijpen.

De datering van gesteenten op Curaçao wordt gebruikt voor het zoeken naar olie in Alaska.

“Het zijn slechts twee voorbeelden die laten zien dat onderzoek op Curaçao vooruitgang mogelijk maakt. De hogere eisen die heden ten dage aan onderzoek worden gesteld, zorgen er ook voor dat Curaçao – waar technologische ondersteuning mogelijk is – in een steeds betere positie komt om zich binnen de regio naar voren te schuiven op onderzoeksgebied.

Verder zijn systemen waaraan onderzoekers willen werken hier makkelijk bereikbaar en in zeer goede staat in vergelijking tot elders in de regio. Curaçao heeft daarmee een aantal ‘gouden eieren’ in handen en samen met de recente ontwikkelingen bij zowel Carmabi als Substation Curaçao lijkt de tijd nu aangebroken om het eiland prominenter naar voren te schuiven op het gebied van wetenschappelijk onderzoek”, aldus Vermeij.

Dit wordt door verschillende parlementsleden onderschreven en ook tijdens de presentatie bij de RvM was er enthousiasme om deze ontwikkeling te ondersteunen. Zo liet de minister van Verkeer, Vervoer en Ruimtelijke Planning (VVRP), Earl Balborda (PNP), het volgende weten: “Het was een bijzonder interessante presentatie, die dan ook uitzonderlijk positief werd ontvangen, ook door collega-ministers.

Het is geweldig dat deze mensen al heel hard hebben gewerkt en op eigen kracht al veel hebben bereikt, zonder automatisch de overheid om geld te vragen. De overheid krijgt vaak te maken met mensen die grootse projecten voor ogen hebben, waarvoor ze meteen bij de overheid om geld aankloppen zonder zelf naar middelen te zoeken. Vervolgens hoort men daar niets meer van”, aldus Balborda. De voornoemde partijen hebben steun van de overheid voor ogen, die voor een groot deel uit een faciliterende rol bestaat.

Bron: Amigoe

door onze verslaggever Marija Stojanovic

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *