Amigoe | Ipko verdeeld over bestuurlijke integriteit

Het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO) werd vandaag geopend door Eerste Kamervoorzitter Ankie Broekers Knol (staand links).

Het Interparlementair Koninkrijksoverleg (IPKO)

DEN HAAG — Het bereiken van overeenstemming over het onderwerp bestuurlijke integriteit is niet makkelijk, zo bleek vandaag tijdens het Interparlementair Koninkrijksoverleg (Ipko).

Er was sprake van verdeeldheid binnen de delegaties van Aruba en – in mindere mate – Nederland en Curaçao, maar integriteit is vooral te complex om door enkele wetten te bevorderen.

De bespreking van het onderwerp begon met de afgesproken uiteenzetting van de verschillende delegaties over de regelgeving in hun land. Nederland presenteerde een recent advies van de Raad van Europa over integriteit, St. Maarten noemde de wetgeving voor integriteit van ministers en vervolging van bestuurders, Aruba verwees naar het Landsbesluit voor de screening van ministers en een wetsontwerp voor de financiering van de financiering van partijen en Curaçao noemde de Landsverordeningen voor screening en partijfinanciering.

Het Curaçaose Statenlid Elmer Wilsoe vroeg vervolgens naar de bereidheid van de andere Koninkrijkslanden om de screeningswet van Curaçao integraal of enigszins gewijzigd over te nemen. “Op die manier gelden in alle landen dezelfde regels en hebben we geen problemen met verschillen in interpretatie”, zei hij.

Een reactie op zijn voorstel bleef lange tijd uit, omdat verschillende delegatieleden van de gelegenheid gebruikmaakten om aan te tonen dat wetgeving onvoldoende is om belangenverstrengeling en corruptie te voorkomen. SP-Tweede Kamerlid Ronald van Raak wees op de noodzaak om integriteit deel te laten zijn van de bestuurlijke cultuur op de eilanden, zoals dat ook in Nederland het geval is, maar zijn delegatiegenoot Roelof van Laar van de PvdA wees op schandalen omtrent Nederlandse bewindslieden en in opspraak geraakte Tweede Kamerleden. “De partijfinanciering lijkt wel transparant, maar als een vrienden-van-stichting een partij financiert, dan weet je eigenlijk nog niets.’“

Leden van de MEP-fractie grepen hun kans om kritiek te uiten op de Arubaanse AVP-regering, onder wie Ady Thijsen. “Er zijn objectieve instanties om de handelingen en beslissingen van parlementariërs en ministers te toetsen. Als de Raad van Advies zegt dat ministers de compatibiliteitsverordering overtreden of als een onafhankelijke rechter zegt dat een minister aan de poten van de rechtsstaat zaagt, dan is dat reden om bezorgd te zijn.” Hij merkte ook op dat sommige ministers banden hebben met criminelen, wat Marlon Sneek van de AVP de reactie ontlokte dat Thijsen dan naar het Openbaar Ministerie moest gaan met zijn verdenkingen. De verdeeldheid was ook voor aanvang van de vergadering al zo groot, dat er geen sprake was van een gezamenlijk standpunt van Aruba, maar alleen een inbreng van de afzonderlijke fracties.

De Curaçaose Statenleden Charles Cooper van de MAN en Amerigo Thode van de MFK hadden juist kritiek op het Openbaar Ministerie en brachten in dat het OM met twee maten lijkt te meten en in het ene land veel sneller overgaat tot de arrestatie van politici dan in andere landen, waarna Wilsoe weer opmerkte dat dit geen standpunt van de hele Curaçaose delegatie was.

Onafhankelijk Statenlid Omayra Leeflang zei dat de aanpak van corruptie veel moeilijker is dan het lijkt, omdat je ministers wel kunt screenen en regels kunt maken voor de financiering van partijen, maar dat parlementariërs en ministers gevoelig blijven voor omkoping als ze eenmaal in functie zijn. De Arubaanse Statenvoorzitter Marisol Lopez-Tromp benadrukte de noodzaak om integriteit niet alleen te bevorderen bij ministers en Statenleden, maar vooral ook bij het ambtelijk apparaat. “We moeten zeker weten dat adviezen niet politiek gemotiveerd zijn.”

Een poging om een concreet besluit te nemen over het voorstel van Wilsoe bleef uiteindelijk uit. Zowel Aruba als Nederland gaf aan dat ze de aanscherping van screeningswetgeving naar Curaçaos voorbeeld eigenlijk eerst binnen hun eigen volksvertegenwoordiging wilden bespreken en St. Maarten bleek alleen bereid om de eigen wetgeving met de Curaçaose te vergelijken. Uiteindelijk werd besloten tot de oprichting van een commissie integriteit, die het onderwerp tijdens het volgende Ipko weer ter sprake zal brengen.

Bron: Amigoe

door onze correspondent

Otti Thomas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *