Klacht tegen ‘consigliere’

Curaçaose Droogdok Maatschappij (CDM(

Curaçaose Droogdok Maatschappij (CDM(

FAS: Handelen advocaat Eric de Vries inzake BOO en CDM ‘niet integer’

Fundashon Akshon Sivil (FAS) heeft gisteren een klacht ingediend tegen advocaat Eric de Vries van HBN Law, die zich volgens FAS gedurende het kabinet Schotte heeft opgesteld als een ‘consigliere’ (vertrouweling en raadgever) van een ‘malafide regering’, wegens niet integer handelen inzake diverse overheids-nv’s.

De klacht is gericht aan de Raad van Toezicht op de Advocatuur (RvT). FAS is bekend als de initiatiefnemer voor het opstarten – samen met het Openbaar Ministerie (OM) – van een enquêteprocedure wegens ernstige vormen van wanbeleid bij Aqualectra, Refinería di Kòrsou (RdK) en Curoil.

 Die enquête werd door het Hof toegewezen en loopt nog.

Het is FAS naar eigen zeggen (mede) te doen om de preventieve werking. Niet alleen richting directeuren, commissarissen en aandeelhouders van overheids-nv’s, maar ook professionals als accountants en advocaten.

De ‘checks and balances’ in een maatschappij worden ook verstoord indien professionals zich niet aan hun professionele standaarden houden. Naar accountant Terry Hernandez wordt verwezen als voorbeeld van hoe het niet moet; hij werd later in drie tuchtzaken veroordeeld. Advocaat De Vries heeft in de ogen van FAS niet integer gehandeld, zich schuldig gemaakt aan misslagen en inbreuken op de eer van de stand van advocaten.

De klacht gaat specifiek over het handelen van De Vries in twee concrete gevallen, namelijk zijn betrokkenheid bij een overeenkomst tussen Curaçao Utilities Company (CUC) en RdK, met betrekking tot de zogenoemde ‘BOO-overeenkomst’ en zijn betrokkenheid bij een overeenkomst tussen de Curaçaose Dokmaatschappij (CDM) en Curaçao Ports Authority (CPA), met betrekking tot de zogenoemde ‘EEG-overeenkomst’ (vernoemd naar de EEG-kade).

Maar FAS zegt dat de klacht niet alleen op deze twee concrete kwesties is gebaseerd. In de optiek van FAS heeft De Vries zich ook als de ‘consigliere’ van het kabinet van voormalig premier Gerrit Schotte (MFK) opgesteld.

,,Zo heeft hij de regering Schotte klaarblijkelijk gefaciliteerd bij het monddood maken van de toenmalige directie van Aqualectra, waardoor binnen Aqualectra op grote schaal wanbeleid plaats heeft kunnen vinden met ook desastreuze financiële gevolgen voor het bedrijf.”

Overgelegd worden stukken over de geforceerde aandelenoverdracht om niet van de aandelen van Aqualectra in de BOOcentrale aan RdK, waarbij Aqualectra een schadepost van zo’n 65 miljoen gulden heeft geleden. Uit deze stukken blijkt van de betrokkenheid van De Vries als adviseur van het kabinet Schotte.

Later is het merendeel van de directie van Aqualectra ten onrechte op non-actief gesteld en vervolgens ontslagen. Hierbij werd Schotte/ de Raad van Commissarissen bijgestaan door het kantoor van De Vries en in de rechtszaken werd Aqualectra bijgestaan door De Vries zelf.

Ook ten aanzien van de twee ‘kwesties’, het BOOcontract en het EEG/ CDM-contract, stelt Akshon Sivil dat De Vries er midden in zat. Hij kan volgens FAS gezien worden als de geestelijk vader van de miljoenentransactie van de BOO-centrale die als paulianeus kan worden gekwalificeerd en FAS sluit ook niet uit dat er sprake is van strafbare feiten.

Met betrekking tot EEG/CDM werd het Dok ‘willens en wetens’ belast met de daarvoor altijd betwiste schuld van meer dan 35 miljoen aan havenbedrijf CPA.

De Vries had CPA jarenlang bijgestaan en ook CDM Holding, moedermaatschappij van CDM. Beide dus. De klacht van Akshon Sivil spreekt van een ‘valselijke opgestelde’ overeenkomst ‘waarbij CDM ten onrechte met een enorme schuld opgezadeld was die CDM ook nimmer zal kunnen betalen’.

Grenzen na 10-10-’10 vervaagd

Klacht tegen ‘consigliere’ eveneens cliënt van het kantoor van De Vries, werd benadeeld. Aqualectra heeft zich jegens Isla garant gesteld voor 49 procent van de liquidated damages, waarmee zo’n 30 miljoen is gemoeid.

Nu CUC is ‘leeg getrokken’ is het goed mogelijk dat Isla te zijner tijd Aqualectra zal aanspreken. – Tussen Dokmaatschappij CDM en havenbedrijf CPA bestond al jaren een geschil over het gebruik en de huur van de EEG-kade.

Volgens CDM Holding was die kade haar eigendom, zoals ook in het kadaster staat, maar volgens CPA was CPA rechthebbende en zou het Dok huur moeten betalen.

De Vries heeft jarenlang CPA bijgestaan, maar ten tijde van de EEG-overeenkomst ook CDM Holding én ook minister Nasser El Hakim (MFK) van Economische Ontwikkeling die zowel CDM als CPA in zijn portefeuille had. Volgens het contract erkent CDM een schuld van 35 miljoen; ‘volstrekt ten onrechte’ aldus FAS.

Gezien het feit dat advocaat De Vries in de betreffende periode zowel voor CPA als voor CDM optrad lijkt het voor de hand te liggen dat hij actief betrokken was bij deze overeenkomst.

Het heeft er volgens de klacht van Akshon Sivil alle schijn van dat geprobeerd is om een ‘sterfhuisconstructie’ op te zetten waarbij de Cubaanse schuldeisers van CDM – voormalige werknemers die een vonnis uit de VS in handen hebben waarbij CDM veroordeeld is om aan hen 80 miljoen dollar te betalen – met lege handen achterblijven.

Wat ook de reden is, feit is volgens FAS dat er sprake is van ‘conflict of interest’ en het op valse gronden belasten van het ene overheidsbedrijf met een schuld van een ander overheidsbedrijf.

 ‘Stemmingmakerij’

De Vries heeft via het Antilliaans Dagblad, dat hem om commentaar verzocht, kennis genomen van de op 2 juni 2014 door Stichting Fundashon Akshon Sivil (met bestuursleden Ruben Jose Suriel, Frieda Pais Fruchter, Hendrik Arend Pasman en Maria Johanna Buddingh Nederlof) tegen hem ingediende klacht bij de Raad van Toezicht.

,,De klacht is, na te zijn ingediend, direct door genoemde personen via het internet wereldkundig gemaakt. Dit feit, maar ook de tendentieuze inhoud van de klacht, vol met feitelijke onjuistheden en stemmingmakerij, toont aan dat genoemde personen het oogmerk hebben mijn persoon te benadelen en zo veel mogelijk schade toe te brengen, ongeacht de uiteindelijke beslissing van de Raad van Toezicht op de klacht.

Het gaat hen derhalve niet om het rechtzetten van enig handelen van mij als advocaat, maar enkel om voor mij schade te veroorzaken. Dergelijk handelen valt te betreuren. Het zal mij er overigens niet van weerhouden, zoals altijd, naar eer en geweten en naar beste vermogen op te komen voor de belangen van mijn cliënten.”

De Vries zegt de beslissing van de RvT op de ingediende klacht ‘met vertrouwen tegemoet’ te zien ‘nu de ingediende klacht ongegrond is’.

 

Lees meer…

Bron: Antilliaans Dagblad

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *