Klachten over gebrek aan invloed buitenlands beleid

DEN HAAG — De beperkte invloed op buitenlands beleid, zeker als het de handel betreft, wordt met name op Curaçao en Aruba als een belangrijk obstakel ervaren. Het Interparlementair Koninkrijksoverleg – waarin die klacht besproken werd – brengt daar te weinig verandering in, zo constateerden verschillende delegatieleden. Het debat over buitenlandse handel ging daarmee deels over het democratisch deficit, een al jaren terugkerend onderwerp binnen het Koninkrijk.

door correspondent
Otti Thomas

Pais-leider en Statenlid Alex Rosaria van Curaçao zei dat Curaçao in staat moet worden gesteld om zijn eigen belangen te behartigen bij organisaties als de World Trade Organisation en op ambassades.
Zelfs Nederlandse ambtenaren en ambassades die zich er heel goed van bewust zijn dat ze het Koninkrijk vertegenwoordigen, zullen uit gewenning minder aandacht hebben als het bijvoorbeeld gaat over regelingen voor kleine eilanden, zei hij.

“Nederlandse ambtenaren letten daar niet op, want Nederland is geen klein eiland”

, zei hij.

Een voorwaarde is wel dat de Curaçaose kennis over de complexe regels en procedures van de WTO wordt bijgespijkerd, maar Curaçao komt daar niet voor in aanmerking.

“De WTO heeft cursussen over de regels voor mensen uit ontwikkelingslanden, maar wij worden aangemerkt als ontwikkeld land omdat we onderdeel zijn van het Koninkrijk”

, zei hij.
Als toevoeging merkte hij op dat mensen uit rijke oliestaten als Koeweit en Quatar wel deel mogen nemen aan die cursussen, nota bene met financiering uit Nederland.

“Wij willen profiteren, net zoals die arme jongens in Koeweit.”

Aan de delegatie van de Tweede Kamer richtte Rosaria een verzoek om verdragen die van belang zijn voor het Caribisch gebied sneller te behandelen, omdat de goedkeuring van verdragen door technische vragen met jaren vertraagd kan worden, terwijl MAN-politicus Charles Cooper vroeg wanneer de minister van Buitenlandse Zaken een keer een bezoek aan het Caribisch gebied brengt.

Staat van het Koninkrijk
AVP-Statenlid Juan David Yrausquin zei dat Aruba juist heel goede ervaringen heeft met het ministerie van Buitenlandse Zaken en de ambassades.

“Ambassades beseffen steeds meer dat ze van het Koninkrijk zijn”

, zei hij.
Maar ook hij vond dat er sprake moet zijn van een meer structurele invloed op buitenlands beleid en een mogelijkheid voor Curaçao, St. Maarten en Aruba om vragen te stellen aan de minister van Buitenlandse Zaken, die immers een Koninkrijksminister is.

“Ons voorstel is het houden van een Economische Staat van het Koninkrijk, waarin jaarlijks gedebatteerd wordt over een gezamenlijk plan voor buitenlands beleid.”

Leden van de Nederlandse delegatie twijfelden aan de haalbaarheid van dit laatste voorstel.

PvdA-Eerste Kamerlid Marijke Linthorst stelde voor om juist het Ipko te gebruiken om wensen en concrete vragen voor buitenlands beleid op papier te zetten en de minister van Buitenlandse Zaken dan bij het volgende Ipko om een reactie te vragen.

“We kunnen beter dit overleg daarvoor gebruiken, dan een heel nieuw instituut hiervoor op te richten”

, zei ze.

VVD-Tweede Kamerlid André Bosman noemde het idee interessant, maar waarschuwde wel dat een situatie waarin Statenleden uit de andere landen de minister tot verantwoording kunnen roepen een structurele verandering van de staatsregeling in kan houden.
Bosman stelde voor om als lid van de Tweede Kamer de verzoeken van Rosaria aan de minister voor te leggen.

Yrausquin zei echter dat het Ipko niet echt voldoet om buitenlands beleid te bespreken, omdat er een te lange tijd ligt tussen eventuele vragen over het onderwerp en de antwoorden van de regering hierop.
De constructie waarbij Tweede Kamerleden namens de Statenleden vragen stellen aan de minister van Buitenlandse Zaken, omschreef hij als omslachtig.

“Het is een Koninkrijksminister, maar we moeten via de Nederlandse Tweede Kamer vragen stellen. Dat is vreemd”

, zei hij.

Het Curaçaose onafhankelijke Statenlid Glenn Sulvaran merkte tot slot nog op dat het goed zou zijn om de verslagen van eerdere vergaderingen na te slaan op het onderwerp Staat van het Koninkrijk, een voorstel dat ooit door PAR-politicus Pedro Atacho gedaan werd.
Ook de Raad van State en de Nederlandse politieke partij D66 zijn overigens voorstander van een dergelijk overleg.
Een definitief besluit over het houden van een Staat van het Koninkrijk werd niet genomen, maar de delegaties besloten wel tot het oprichten van een aparte werkgroep, waardoor het onderwerp ook tijdens volgende Ipko’s terug zal komen.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *