Koninkrijksconferentie verloopt moeizaam

Justitie-minister Elmer ‘Kadè’ Wilsoe (tweede van links) en premier Gerrit Schotte overleggen tijdens de Koninkrijksconferentie vandaag.

Justitie-minister Elmer ‘Kadè’ Wilsoe (tweede van links) en premier Gerrit Schotte overleggen tijdens de Koninkrijksconferentie vandaag.

DEN HAAG — De Koninkrijksconferentie neemt meer tijd in beslag dan de delegaties van Curaçao, Aruba, St. Maarten en Nederland aanvankelijk gedacht hadden.

Bij het ter perse gaan van deze Amigoe hadden de regeringen nog geen slotconclusie ondertekend, moest de voorzitter van de vergadering minister Maxime Verhagen even weg voor een andere afspraak, en was de persconferentie verplaatst van 17.15 naar 20.00 uur.

De Nederlandse ministers Uri Rosenthal van Buitenlandse Zaken en Gert Leers van Immigratie en Asiel schoven gedurende de middag aan om te praten over respectievelijk buitenlands beleid en een Rijkswet voor het vervoer van personen en goederen. Met name over dit laatste punt, op de agenda geplaatst op verzoek van Nederland, werd bij aanvang veel discussie verwacht.

Aruba en St. Maarten zijn bereid hierover te praten met Nederland, maar Curaçao geeft de voorkeur aan onderlinge afspraken tussen twee landen.

Een ander gevoelig punt was het opzegrecht voor consensus-Rijkswetten, waarin hoger toezicht van het Koninkrijk is geregeld ten aanzien van rechtshandhaving en financiën.

Op dit punt kreeg Curaçao juist steun van Aruba en St. Maarten, die voorstellen om deze mogelijkheden juridisch te onderzoeken, terwijl voor Nederland de consensus-Rijkswetten de uitkomst zijn van onderhandelingen waar zowel Curaçao als St. Maarten destijds mee heeft ingestemd.

Aruba en St. Maarten steunen Curaçao ook met betrekking tot de bepaling voor onafhankelijk in het Statuut, maar Nederland is tegen omdat het te veel tijd en energie kost. Bovendien hebben Curaçao en St. Maarten tijdens de discussie over de ontmanteling nooit aangegeven dat ze het Statuut wilden wijzigen, vindt Nederland.

Ook op andere punten stonden Curaçao, St. Maarten en Aruba op een lijn. Zo wilden ze alledrie meer invloed op buitenlands beleid, de instelling van een geschillenregeling in aanvulling op de mogelijkheden die het Statuut daarvoor biedt en de inrichting van een Koninkrijkssecretariaat voor ambtelijk overleg op Rijksniveau.

Nederland voelt hier weinig voor. Het Statuut biedt volgens de Nederlandse delegatie genoeg mogelijkheden voor het oplossen van geschillen en een Koninkrijkssecretariaat zou als extra instituut wel extra kosten met zich meebrengen, maar een te kleine positieve bijdrage leveren in de verhoudingen binnen het Koninkrijk, zo verklaarden de betrokkenen.

De Koninkrijksconferentie, het eerste gezamenlijk overleg op regeringsniveau na de ontmanteling van de Antillen, was bedoeld om van gedachten te wisselen over de ervaringen sinds oktober vorig jaar, mogelijkheden voor samenwerking te bespreken en knelpunten aan de orde te brengen.

Bron: Amigoe

Zie ook: Dossier: Consensus Rijkswetten – en de strijd tegen de Rijkswetten

door onze correspondent Otti Thomas

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *