Kritiek op wetsvoorstel onroerendzaakbelasting

ondroerendgoed-belastingWILLEMSTAD — In verband met de financiële positie van de overheid heeft de regering een voorstel gedaan om de grondbelasting te vervangen door een onroerendzaakbelasting. Deze wordt jaarlijks geheven over de waarde van een op Curaçao gelegen onroerende zaak. Per jaar moet dit 10,6 miljoen gulden extra opleveren. De kritiek van de Staten op het wetsvoorstel bleek gisteren fors te zijn.

De directe aanleiding voor de nieuwe vorm van belasting is de noodzaak de tarieven aan te passen in verband met de financiële situatie van Curaçao, aldus de regering.
Daarnaast dwong de staatkundige vernieuwing ook tot een aanpassing van de tekst, die nu alleen voor Curaçao geldt.
Het tarief van de nieuwe belasting wordt afgerond op 0,4 procent.

Vervolgens wordt een progressief tarief voorgesteld voor onroerende zaken die 350.000 gulden of meer waard zijn.
Tussen 350.000 en 750.000 gulden wordt 0,5 procent betaald en over zaken met een waarde boven de 750.000 gulden wordt een percentage van 0,6 geheven.

Taxateurs
Aangezien per 1 januari 2014 een nieuw vijfjarig tijdvak begint, moeten binnen korte tijd alle onroerende zaken getaxeerd worden.
De Inspectie der Belastingen heeft hiervoor onvoldoende capaciteit.
Voorgesteld wordt om professionele taxateurs in te schakelen en dit op projectbasis te laten uitvoeren.
Daarnaast zal de Inspectie uitzendkrachten moeten inhuren om alle mutaties te verwerken.
De Inspectie heeft een achterstand in het bijwerken van haar bestand; er is een discrepantie gebleken tussen het bestand van de Inspectie en dat van het Kadaster.
De hiermee gemoeide kosten worden berekend op 2,7 miljoen gulden.

“De belasting wordt geheven van degene die bij het begin van het kalenderjaar ‘het genot van een onroerende zaak heeft, door hetzij eigendom, bezit of beperkt recht’.
Onroerend zijn ‘grond, de nog niet gewonnen delfstoffen, de met de grond verenigde beplantingen, alsmede de gebouwen en werken die duurzaam met de grond zijn verenigd, hetzij rechtstreeks, hetzij door vereniging met andere gebouwen of werken’.”

In de nieuwe regeling wordt de waarde van grond in gebruik voor landbouw en bosbouw geheel vrijgesteld, terwijl de waarde van gebouwen inclusief de ondergrond belast wordt.
De ontheffing voor ongebruikte en onverhuurde gebouwen vervalt.
Deze vrijstelling is, volgens de overheid, een vreemde regeling.
Onbebouwde kavels worden wel belast.

“Er is geen enkele reden om leegstaande gebouwen dan onbelast te laten.
Het doel van deze regeling is immers om het bezit van onroerende zaken te belasten.
Hoe de onroerende zaak gebruikt wordt is niet van belang.
Over het gebruik werd in het verleden gebruiksbelasting geheven, maar deze is afgeschaft.”

De belasting is elk jaar op 1 januari verschuldigd.
De afwijkende betalingstermijnen in de huidige landsverordening zijn niet meer opgenomen in de nieuwe wet.
In plaats daarvan moet de aanslag binnen twee maanden na dagtekening betaald zijn.
Dit zal ervoor zorgen dat de overheid sneller over de belastinggelden kan beschikken.

Kritiek
Tijdens de behandeling in de Centrale Commissie gisteren was er veel kritiek op het wetsvoorstel.
Na de invoering van de basisverzekering ziektekosten wordt de onroerendzaakbelasting gezien als een andere zware financiële klap.
BB-iPad-kantoor L.O.V.EPAR-parlementariër Omayra Leeflang voorspelt dat huiseigenaren en in het bijzonder de gepensioneerden het hardst worden getroffen.
Volgens haar zal het huisbezit voor niemand meer voordelig zijn, omdat de overheid de waarde van alle bezittingen zal bepalen om op deze manier meer belasting te kunnen heffen.
Zowel Leeflang als PNP-Statenlid Humphrey Davelaar stond stil bij het feit dat huisbezit op Curaçao traditioneel en cultureel anders is dan bijvoorbeeld in Nederland, waar de onroerendzaakbelasting allang is ingevoerd.
Op Curaçao zijn de meeste mensen aan een eigen huis gekomen door langzaam met de hulp van familie en vrienden te bouwen.
Volgens Davelaar kunnen de meeste mensen die op deze manier hebben gebouwd, de nieuwe belasting niet betalen.
Volgens MAN-Statenlid Charles Cooper is de invoering van de nieuwe belasting niet nodig.
Hij hekelde het feit dat de overheid weer voor de makkelijkste manier kiest om via alweer een financiële maatregel aan meer inkomsten te geraken.

“Het gevolg is dat degenen die zich netjes volgens de regels gedragen en geregistreerd staan het hardst worden getroffen”

, zei hij.
Cooper stelde dan ook een alternatief voor.
Hij zei dat sinds 2004 de overheid bij Domeinbeheer extra personeel heeft gecontracteerd om het hele eiland af te kammen met het doel om alle illegale bouwsels op overheidsterreinen in kaart te brengen.
Volgens hem zal, als deze mensen erfpachtcanon in rekening wordt gebracht, dit miljoenen extra opleveren.
Volgens Cooper kan een team bestaande uit personeel van Domeinbeheer, financiën en de belasting in een jaar tijd een inhaalslag maken en beginnen om alle illegale bouwwerken te belasten.

“Als je dit doet hoef je de onroerendzaakbelasting niet in te voeren.”

Verder waarschuwde Cooper voor een aantasting van de koopkracht, omdat ondernemers die meer aan onroerendzaakbelasting moeten gaan betalen dit zullen afwentelen op de consument. Cooper wil van de minister van Financiën weten of de lijst met de inventarisatie van alle illegale bouwwerken er is en of de minister kan aangeven hoeveel extra inkomsten dit zal opleveren.

“Het zijn miljoenen, geloof me”

, zei Cooper.

Ook de MFKfractie is niet te spreken over de maatregelen.

“Het zal 11 miljoen gulden meer opleveren voor de overheid, maar het zal veel mensen die momenteel nog net het hoofd boven water kunnen houden in de problemen brengen”

, aldus de fractie.

SER

Ook de Sociaal Economische Raad (SER) had in haar advies kanttekeningen over hetzelfde gevolg, namelijk dat de belastingdruk op huishoudens of bedrijven weer groter wordt, met als gevolg minder koopkracht.
Ook haalt zij een rapport aan waarin al werd gesteld dat Curaçao de hoogste belastingtarieven van de regio heeft.
Daarom vreest de SER ook voor de concurrentiepositie van Curaçao ten opzichte van omringende eilanden.
De regering is volgens de tekst in het wetsontwerp van mening dat niet zomaar kan worden opgemaakt uit beschikbare cijfers dat Curaçao onroerende zaken relatief hoog belast.
Zij geeft wel toe dat een verhoging gevolgen heeft voor de concurrentiepositie, maar dat de tarieven toch verhoogd dienen te worden vanwege de financiële situatie van Curaçao.
Het was voor de SER tevens onduidelijk waarom onroerende zaken met een hoge waarde relatief zwaarder belast worden.
De SER stelde een uniform tarief voor, maar de regering pareerde dat in het algemeen ‘degenen met een duurdere eigen woning relatief meer mogelijkheden hebben om belasting te betalen, dan personen die in een goedkopere woning (moeten) wonen.
De regering kiest bewust voor progressie’.

De SER heeft wel voor elkaar gekregen dat sportterreinen en sportfaciliteiten worden vrijgesteld vanwege de sociale en maatschappelijke functie.
Verder vallen er nog meer zaken onder de vrijstelling.
Dit zijn onder andere bepaalde onderwijsgebouwen, begraafplaatsen, religieuze gebouwen, onroerende zaken die eigendom zijn van Curaçao of van de Staat der Nederlanden, bepaalde bedrijven en ziekenhuizen.

 

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *